- Lid sinds
- 19 jan 2007
- Berichten
- 2.754
- Waardering
- 960
- Lengte
- 1m75
- Massa
- 95kg
- Vetpercentage
- 12%
Naar aanleiding van een aantal vragen die ik zelf tegen kwam in mijn onderzoek omtrent insuline gebruik, en dan vooral met de nadruk op veiligheid en risicobeperking (zoals bloedsuiker check momenten etc) kwam ik toch een hoop verouderde en onduidelijke (lees: verwarrende) info tegen. Ik heb besloten alles te bundelen en een artikel te schrijven, eigenlijk voor mijzelf, maar wellicht hebben meer mensen hier wat aan 
LET OP! HET GEBRUIK VAN INSULINE KAN LEVENSGEVAARLIJK ZIJN! NIET GESCHIKT VOOR BEGINNERS!
Inleiding:
In de wereld van bodybuilding is insuline een van de meest krachtige en tegelijkertijd gevaarlijkste prestatieverhogende middelen. Door zijn sterke anabole werking – met name het vermogen om voedingsstoffen zoals glucose, creatine en aminozuren razendsnel en in grote hoeveelheden in spiercellen te 'pushen' – wordt insuline vaak gebruikt in combinatie met groeihormoon en andere anabolen om spiermassa te vergroten. Wanneer correct getimed en ondersteund door de juiste voeding, kan insuline spiergroei en herstel op ongekende wijze versnellen. Vooral bij (prof) wedstrijdatleten die alles uit hun fysiek willen/moeten halen, is insuline een populair hulpmiddel geworden.
Toch komt dit potentieel met grote risico’s. Anders dan veel andere middelen werkt insuline acuut op de bloedsuikerspiegel, en een fout in timing of dosering kan leiden tot een levensbedreigende hypo. Symptomen als zweten, beven, verwardheid en uiteindelijk bewustzijnsverlies kunnen al binnen minuten optreden en bij niet snel ingrijpen is coma of zelfs de dood het gevolg. Daarom is het cruciaal dat gebruikers (en in dit geval vooral beginnende gebruikers) weten wat ze doen, hoe ze hun bloedsuiker frequent kunnen controleren en waar ze daarbij op moeten letten, en welke hulp middelen (zoals snelle suikers) je binnen handbereik moet hebben.
Voor het inzetten van insuline binnen bodybuilding zijn er in de praktijk drie hoofdtypen die regelmatig worden gebruikt, elk met hun eigen specifieke doel:
1. Kortwerkende insuline – NovoRapid / Humalog (lispro/aspraat)
2. Normale insuline – Humuline R / Actrapid
3. Langwerkende insuline – Lantus (insuline glargine)
Lantus word veel gebruikt door geavanceerde bodybuilders bij extreme bulkfases met 600–1000 g koolhydraten per dag. Lantus dient hierbij als “basisinsuline” om de pancreas wat te ontzien en wordt soms gecombineerd met kortwerkende insuline na training.
De dosering is afhankelijk van de insulinegevoeligheid, lichaamsgewicht, ervaring en voeding. Hierdoor is het lastig om zo een getal te noemen. Belangrijk is om ALTIJD met een lage dosering te beginnen en deze langzaam op te hogen. En let op, ook ervaren gebruikers worden nog wel eens verrast, je kan van dag tot dag anders reageren op dezelfde dosering.
Voor een beginnende gebruiker is het aan te raden te beginnen met:
Een effectieve shake binnen 5 tot 15 minuten na de injectie is cruciaal. Veel bodybuilders wachten tot ze de insuline beginnen te voelen werken. De theorie hierachter is dat je zo je postworkout shake opvangt met deze insuline, inplaats van dat je te snel na injectie je postworkout shake drinkt en je lichaam zelf nog extra insuline gaat aanmaken als reactie op de suikerpiek door de shake.
De shake moet het volgende bevatten:
Nadat de shake is genomen, moet binnen een uur een volledige maaltijd worden gegeten om verdere hypo te voorkomen én spieropbouw voort te zetten. Deze maaltijd bevat:
Deze eerste maaltijd (na ~45–60 minuten) vangt de piekwerking van de insuline op. Als deze maaltijd voldoende koolhydraten bevat (minimaal 50–80g), zal je bloedsuiker in balans blijven. Maar naarmate de insuline zijn werking langzaam afrondt (in het 3e en 4e uur), daalt het risico op een hypo, maar het is niet nul, zeker niet als:
Als het slapen gaan nog binnen het werkingsvenster van insuline valt (tot 4 uur na injectie), dan is het verstandig om een laatste snack of maaltijd te nemen met trager verteerbare koolhydraten, zoals:
Nooit verhogen als er ook maar enige twijfel is over je bloedsuikerreactie of als je hypo-symptomen ervaart.
3. Hypoglykemie
Je spreekt over een hypo als je bloedsuiker onder de 3.9 mmol/L komt
Vroege symptomen:
In de wereld van de diabetici word gewerkt met het ezelsbruggetje 15/15 bij een hypo. Je neemt 15 gram suikers, en na 15 minuten check je je bloedsuiker weer. Dat ziet er zo uit:

LET OP! HET GEBRUIK VAN INSULINE KAN LEVENSGEVAARLIJK ZIJN! NIET GESCHIKT VOOR BEGINNERS!
Inleiding:
In de wereld van bodybuilding is insuline een van de meest krachtige en tegelijkertijd gevaarlijkste prestatieverhogende middelen. Door zijn sterke anabole werking – met name het vermogen om voedingsstoffen zoals glucose, creatine en aminozuren razendsnel en in grote hoeveelheden in spiercellen te 'pushen' – wordt insuline vaak gebruikt in combinatie met groeihormoon en andere anabolen om spiermassa te vergroten. Wanneer correct getimed en ondersteund door de juiste voeding, kan insuline spiergroei en herstel op ongekende wijze versnellen. Vooral bij (prof) wedstrijdatleten die alles uit hun fysiek willen/moeten halen, is insuline een populair hulpmiddel geworden.
Toch komt dit potentieel met grote risico’s. Anders dan veel andere middelen werkt insuline acuut op de bloedsuikerspiegel, en een fout in timing of dosering kan leiden tot een levensbedreigende hypo. Symptomen als zweten, beven, verwardheid en uiteindelijk bewustzijnsverlies kunnen al binnen minuten optreden en bij niet snel ingrijpen is coma of zelfs de dood het gevolg. Daarom is het cruciaal dat gebruikers (en in dit geval vooral beginnende gebruikers) weten wat ze doen, hoe ze hun bloedsuiker frequent kunnen controleren en waar ze daarbij op moeten letten, en welke hulp middelen (zoals snelle suikers) je binnen handbereik moet hebben.
1. Insulinegebruik rondom training
1. Welke insuline is het meest geschikt voor bodybuilding?
Voor het inzetten van insuline binnen bodybuilding zijn er in de praktijk drie hoofdtypen die regelmatig worden gebruikt, elk met hun eigen specifieke doel:
1. Kortwerkende insuline – NovoRapid / Humalog (lispro/aspraat)
- Start werking: 10–15 min
- Piekwerking: 1–2 uur
- Duur: 3–4 uur
- Gebruik: Direct na training
- Voordeel: Perfect controleerbaar, goed te timen rond de training, lage kans op late hypo bij juiste voeding
- Risico: Hypo binnen 30–90 minuten als voeding niet klopt of wordt overgeslagen
2. Normale insuline – Humuline R / Actrapid
- Start werking: 30–45 min
- Piekwerking: 2–4 uur
- Duur: 6–8 uur
- Gebruik: Wordt soms gebruikt rond grote maaltijden, maar minder ideaal rond training
- Voordeel: Langer werkend, soms bruikbaar bij meerdere eetmomenten
- Nadeel: Moeilijker te timen, grotere kans op late hypo
3. Langwerkende insuline – Lantus (insuline glargine)
- Start werking: 1–2 uur
- Geen piekwerking: Constante afgifte
- Duur: Tot 24 uur (vlak profiel)
- Gebruik: 1x daags in de ochtend bij koolhydraatrijke bulkdiëten
- Voordeel:
Verlicht belasting op de pancreas bij hoge dagelijkse koolhydraatinname
Houdt bloedsuiker stabiel over de dag
Verlaagt kans op insulineresistentie of diabetes type 2 bij chronisch hoge insulinevraag - Nadeel:
Moeilijk direct bij te sturen
Niet geschikt voor timing rondom training
Hypo's kunnen sluipend optreden bij onvoldoende voeding
Lantus word veel gebruikt door geavanceerde bodybuilders bij extreme bulkfases met 600–1000 g koolhydraten per dag. Lantus dient hierbij als “basisinsuline” om de pancreas wat te ontzien en wordt soms gecombineerd met kortwerkende insuline na training.
2. Doseringen en timing rond de training
De dosering is afhankelijk van de insulinegevoeligheid, lichaamsgewicht, ervaring en voeding. Hierdoor is het lastig om zo een getal te noemen. Belangrijk is om ALTIJD met een lage dosering te beginnen en deze langzaam op te hogen. En let op, ook ervaren gebruikers worden nog wel eens verrast, je kan van dag tot dag anders reageren op dezelfde dosering.
Voor een beginnende gebruiker is het aan te raden te beginnen met:
- Startdosering:
4–6 IU NovoRapid direct post-workout (eventueel te beginnen met 2IU op dag 1, 3IU op dag 3, etc). Zie verder in het artikel een opbouwschema en hoeveelheid koolhydraten
Gecombineerd met 10 g koolhydraten per 1 IU (dus 40–60 g koolhydraten minimaal). - Meer ervaren gebruikers:
Kunnen LANGZAAM opschalen naar 8–15 IU post-workout, mits de koolhydraatinname en monitoring op orde zijn. - Injectiemoment:
Direct na de training, vlak vóór het nemen van de post-workout shake.
3. De postworkout shake
Een effectieve shake binnen 5 tot 15 minuten na de injectie is cruciaal. Veel bodybuilders wachten tot ze de insuline beginnen te voelen werken. De theorie hierachter is dat je zo je postworkout shake opvangt met deze insuline, inplaats van dat je te snel na injectie je postworkout shake drinkt en je lichaam zelf nog extra insuline gaat aanmaken als reactie op de suikerpiek door de shake.
De shake moet het volgende bevatten:
- Snelle koolhydraten:
Minimaal 10 gram per 1 IU insuline (dit is een uitgangspunt en kan per persoon variëren. Experimenteer hiermee en gebruik liever teveel dan te weinig.
- De meest geschikte koolhydraatbronnen:
- Dextrose – pure glucose, snelle opname.
- Vitargo – geavanceerd koolhydraat met zeer snelle maaglediging.
- Cluster Dextrin (HBCD) – minder bloedsuikerpiek, maar zeer geschikt voor grotere hoeveelheden.
- Frisdrank zonder vet (zoals druivensap) – indien andere opties niet voorhanden zijn.
- Whey eiwit:
30–50 gram hoogwaardige whey isolaat of hydrolysaat.
- Creatine monohydraat:
10 gram direct in de shake.
- Optioneel: zout / elektrolyten:
Een kleine hoeveelheid natrium verhoogt glucoseopname en hydratatie. Denk aan 1–2 gram zout of een elektrolytenmix.
4. De vaste maaltijd
Nadat de shake is genomen, moet binnen een uur een volledige maaltijd worden gegeten om verdere hypo te voorkomen én spieropbouw voort te zetten. Deze maaltijd bevat:
- Langzamere koolhydraten:
Bijvoorbeeld witte rijst, jasmijnrijst, aardappelen, eventueel havermout. - Magere eiwitten:
Kipfilet, mager rundvlees, kalkoen, eiwitsupplement. - Gezonde vetten (optioneel):
Pas op met vetten direct na insuline-injectie, omdat vet de opname van koolhydraten vertraagt en door de insuline het vet eerder opgeslagen kan worden. Kleine hoeveelheden zijn prima (bijv. avocado, noten, olijfolie), maar vermijd vetrijke maaltijden direct postworkout. In de praktijk proberen de meeste bodybuilders de inname van vetten in deze maaltijd zoveel mogelijk te voorkomen.
Deze eerste maaltijd (na ~45–60 minuten) vangt de piekwerking van de insuline op. Als deze maaltijd voldoende koolhydraten bevat (minimaal 50–80g), zal je bloedsuiker in balans blijven. Maar naarmate de insuline zijn werking langzaam afrondt (in het 3e en 4e uur), daalt het risico op een hypo, maar het is niet nul, zeker niet als:
- je koolhydraten snel verteerbaar waren (zoals witte rijst zonder vetten)
- je een hogere dosis insuline had genomen (>8IU)
- je vetpercentage laag is (hogere insulinegevoeligheid)
- je niet nog een maaltijd eet of gaat slapen voordat insuline volledig is uitgewerkt
Als het slapen gaan nog binnen het werkingsvenster van insuline valt (tot 4 uur na injectie), dan is het verstandig om een laatste snack of maaltijd te nemen met trager verteerbare koolhydraten, zoals:
- Havermout met caseïne-eiwit
- Volkoren boterham met pindakaas en banaan
- Rijstwafel met honing en een handje noten
- Zoete aardappel + mager vlees
5. Veiligheid en controle
1. Veilig opbouwen
Veel fouten worden gemaakt doordat gebruikers meteen te hoog doseren zonder eerst hun individuele insulinegevoeligheid te leren kennen. Dit is levensgevaarlijk.Stap voor stap opbouwschema (voor kortwerkende insuline zoals NovoRapid / Humalog):
| Dag | Dosering | Koolhydraten bij injectie (minimaal) |
|---|---|---|
| 1 | 2 IU | 20 g snelle koolhydraten |
| 2 | 2 IU | 20 g |
| 3 | 3 IU | 30 g |
| 4 | 4 IU | 40 g |
| 5 | 5 IU | 50 g |
| 6+ | Stap voor stap verhogen tot max. 8–10 IU indien gewenst, mits controle perfect is |
Nooit verhogen als er ook maar enige twijfel is over je bloedsuikerreactie of als je hypo-symptomen ervaart.
2. Bloedsuiker controleren
Een glucosemeter is géén handige gadget, maar een absolute vereiste. Je weet pas hoe je lichaam reageert op insuline als je deze waarden hebt.
Meetmomenten:
- Voor de injectie (nuchter of pre-training):
Zorg dat je bloedsuiker minstens 5.0 mmol/L is voordat je insuline injecteert. Lager dan 4.5? NIET injecteren. - 30 minuten na injectie en shake:
Verwacht een lichte stijging – tussen de 6–9 mmol/L is ideaal. - 60–90 minuten na injectie:
Hier zit de piekwerking. Je wilt nog steeds boven de 5.0 mmol/L zitten. Is het <4.0? Meteen extra suikers nemen. - 180 minuten na injectie:
Nu is de insuline bijna uitgewerkt. Check of je waarde stabiel is gebleven. - Voor het slapengaan (bij injecteren in de avonden):
Altijd meten als je binnen 4 uur na injectie gaat slapen. Onder 5.0? Eet extra trage koolhydraten.
3. Hypoglykemie
Je spreekt over een hypo als je bloedsuiker onder de 3.9 mmol/L komt
Vroege symptomen:
- Trillen
- Zweten
- Beven
- Hartkloppingen
- Honger
- Licht gevoel in het hoofd
Ernstige symptomen (gevaarlijk!):
- Verwardheid
- Wazig zien
- Moeite met spreken
- Bewustzijnsverlies
6. Wat te doen bij een bij een hypo
In de wereld van de diabetici word gewerkt met het ezelsbruggetje 15/15 bij een hypo. Je neemt 15 gram suikers, en na 15 minuten check je je bloedsuiker weer. Dat ziet er zo uit:
- Neem 15 gram snelle suikers (glucose):
Bijvoorbeeld:- 3–4 dextrose tabletten
- 150 ml frisdrank (geen light/zero)
- 1 eetlepel suiker of honing
- 150 ml vruchtensap
- Wacht 15 minuten en controleer de bloedsuiker opnieuw.
- Is je bloedsuiker nog steeds onder de 4.0 mmol/L?
→ Neem nogmaals 15 gram snelle suikers en herhaal de meting na 15 minuten. - Zodra je bloedsuiker weer normaal is (≥ 4.0 mmol/L):
→ Neem een kleine maaltijd of snack met trage koolhydraten (bijv. volkoren cracker met pindakaas, of boterham), om een nieuwe daling te voorkomen.
Laatst bewerkt:
