MuscleMeat

Participatie tegen populisme

Bezoekers in dit topic

Ferrigno

Cool Novice
10 jaar lid
Lid sinds
19 sep 2008
Berichten
45
Waardering
0
Politici moeten niet in de valkuil van de populistische verleiding stappen en ‘het volk’ gaan napraten. Maak van passieve klagers actieve beslissers.

Sinds de Fortuyn-revolte is het politieke klimaat aanzienlijk verhard. Misdaad is gepolitiseerd, wordt in emotionele termen besproken en geschraagd met stereotypen als monsters, uitschot en klaplopers.

De strijd tegen de islam heeft zijn eigen afwijzende repertoire voortgebracht. De door de media geopenbaarde ‘schandalen’ en ‘rampen’ lokken viriele statements uit: ‘genoeg is genoeg’, ‘zo kan het niet langer’, ‘actie geboden’.

Politici hebben de schroom voor populisme van zich af geworpen en menen de gevoelens van het ‘volk’ te moeten verwoorden. Tijdens de afgelopen verkiezingen mengden zelfs partijen met regententradities als CDA en PvdA zich in de strijd om de gunst van het volk; de ene met plannen voor invoering van minimumstraffen, de andere met voorstellen jeugdigen middels het volwassenenstrafrecht te berechten en het openen van kampementen.

Aloude ‘rationele’ verdelingsvraagstukken als AOW en aftrek van hypotheekrente zijn de hete hangijzers.
Er is maar één enkel incident nodig dat heftige angst- en dreigingsbeelden ontlokt om opiniemakers weer vijandigheid te laten spuien.

De opkomst van het populisme is in zekere zin een mysterie.

Waarom keren de welvarende middenklassen zich zo sterk af van niet-westerse migranten, daklozen en jeugdige delinquenten?
Immers, nog nooit waren welvaart en keuzevrijheid zo groot en reikte de emancipatie zo ver.

Waarom dan zo vatbaar voor de neiging tot uitsluiten en afstraffen?
Men zou dat verlangen eerder verwachten bij orthodoxe en gefrustreerde groeperingen die zich geen mildheid of een ruim geweten kunnen veroorloven. Zijn we getuige van een ‘emancipatie van het ressentiment’ en van gemankeerde elites die daarop inspelen? Ik geloof het niet. Populisme is een ‘modern’ fenomeen, verweven met marketing en televisiedemocratie.

Liefde
Populisme – het retorisch aanspreken van de massa – is bepaald geen reactionair of conservatief verschijnsel. Eerder gaat het, ondanks de taal van ‘intolerantie’, om een moderne kritiek op het representatieve systeem.

Nostalgische verlangens en bruine onderbuikgevoelens ontbreken veelal. De populistische achterban bestaat beslist niet alleen uit Modernisierungsverlierer waartoe ook etnische minderheden behoren.
Het gaat om grote massa’s cynische burgers die een welvaartschauvinisme hebben ontwikkeld en bang zijn hun verworvenheden te verliezen. Dat verklaart ook waarom bijvoorbeeld Noord-Italië en Vlaanderen wel, en Zuid-Italië en Wallonië niet over populistische politieke bewegingen beschikken.

De hoge verwachtingen van een geëmancipeerd en kritischer publiek spelen ook een grote rol. Het is niet meer zo dat de elite voor het volk denkt, en dat het volk klakkeloos slikt wat politici zeggen. Het politieke ambt is gedemystificeerd, en met name de politieke machteloosheid, bijvoorbeeld als het gaat om Europa, roept irritatie op. In de ogen van de burger stelt de competentie van de politieke elite niks voor.

Volgens de politicoloog Cas Mudde verklaart dat ook waarom populisten momenteel zo sterk profiteren van hun rol als taboebrekers en hartstochtelijke strijders tegen politieke correctheid.

Veel kamerleden reageren stante pede op spectaculaire incidenten: recidivisten, bolletjesslikkers, tbs’ers, ‘baardmannen’, enzovoort. Wetsvoorstellen moeten snel door de Kamer worden geduwd. In dit opzicht is de veelbesproken kloof tussen burger en bestuur volledig gedicht. Een zorgvuldige vertaling van incidenten in rechtstatelijke vraagstukken blijft uit. De regels van de emo-democratie – inspelen op schandaal en evenement, exploiteren van intimiteit als huwelijkstrouw en liefde voor kinderen, plicht tot komedie, enzovoort – lijken bezit te hebben genomen van de beroepspolitiek.

Lukraak
De politiek wordt meer en meer als sportevenement beleefd. De regel ‘niet zwak overkomen’ gebiedt tot confrontational listening, vasthouden aan standpunten en resistent zijn voor goede argumenten.

Mediaonderzoekers als Kleinnijenhuis wijzen op de opkomst van ‘wedstrijdnieuws’ en ‘emotienieuws’, hetgeen ten koste gaat van inhoudelijke berichtgeving. Wie zich negatief uitlaat wordt vaker wel dan niet beloond, omdat provocerende uitspraken extra nieuwsaandacht waarborgen.

Volgens de Vlaamse socioloog Mark Elchardus is de aloude ‘vertegenwoordigende democratie’ inmiddels opgeslokt door een ‘dramademocratie’. Als een populair tv-programma een crisis opklopt durven volksvertegenwoordigers niet meer tegen de stroom in te varen en te erkennen dat sommige problemen moeilijk oplosbaar zijn. En als zij al een oprecht redelijk oordeel hebben, verbleekt die temidden van beelden over schandalen, falende instellingen en de emoties van gedupeerden.

Politici kunnen alleen ‘overleven’ door het dramaturgische spel mee te spelen. In het ergste geval hollen ze achter de ‘mening van de straat’ aan en protesteren ze tegen de ‘pijnlijke beperkingen die de rechtstaat en het respect voor de procedure ons opleggen’. Kortom, aldus Elchardus, politici vertegenwoordigen niet meer in de betekenis van ‘filteren’ en ‘meningen herinterpreteren in rechtstatelijke termen’, maar willen enkel publieke bijval oogsten.
Vooral de introductie van marketing in de politiek lijkt ten koste te zijn gegaan van die rechtstatelijke zorg.

Volksvertegenwoordigers zijn bedreven in burgers als consumenten aanspreken, niet als mensen met gemeenschappelijke belangen. Peilingen vormen de kern van de hedendaagse politieke ‘groothandel’: het direct consulteren van het publiek, dat wil zeggen het boven water krijgen van de ‘rauwe publieke opinie’. Politici gaan vervolgens blind af op wat peilingen ‘openbaren’ om beter op private wensen en verlangens in te spelen en een zo groot mogelijke markt te bereiken. Wat populair is, bepaalt het beleid. Democratische instituties worden door deze ‘dictatuur van peilingen’ meer en meer echokamers, dat wil zeggen: zij gaan poll-uitkomsten lukraak weerspiegelen.

Misbruik
De media richten de aandacht op geruchtmakende zaken en ‘nieuwe’ ernstige en ongekende misdaden. Tegelijk neemt het zogenaamde victim discourse een geprivilegieerde positie in, dat wil zeggen dat er een retorische voorkeur is voor persoonlijke verhalen van slachtoffers.
Vooral tv-misdaadnieuws wekt de indruk dat misdaad te maken heeft met problematische personen, niet met problematische sociale omstandigheden.

Pers en media vervullen dus niet enkel een registrerende rol. Incidenten worden zodanig uitvergroot dat ze wel angst en verontwaardiging moeten uitlokken. Zo kunnen mediahypes worden geduid. Het nieuws creëert vervolgnieuws maar ook maatschappelijke effecten zoals protesten, nieuwe opinieonderzoeken, aangekondigde beleidsveranderingen die alle opnieuw nieuws opleveren.

Peter Vasterman heeft een aantal van die mediahypes nader onderzocht, onder andere van ontuchtzaken. Hij concludeert: “De jacht op extreme gevallen, de tijdelijke overrapportage van incidenten, de focus op hoge cijfers zorgen regelmatig voor een tamelijk overspannen en opgewonden berichtgeving, waardoor het probleem plots crisisproporties lijkt aan te nemen (…) De schok waarmee de ontdekking van nieuwe vormen van misbruik gepaard gaat, creëert een klimaat waarin iedere relativering, nuancering of twijfel wordt geïnterpreteerd als een soort verraad aan de slachtoffers.”

Matiging
Hoe de populistische verleiding beantwoorden? En hoe de straattaal uit de politiek houden?
Op de eerste plaats, populistische politici krijgen al veel kritiek en worden regelmatig gecorrigeerd of ontmaskerd. Paradoxaal genoeg, juist de media zijn gevoelig voor tekenen van kritiek op het functioneren van politici, ook de goedkope manier waarop ze het volk toespreken.

Maar rationele argumenten lijken kansloos in de politiek. Vertolkers krijgen meteen verwijten over zich heen: ze trekken zich de problematiek van slachtoffers niet aan, ze zijn koud en onverschillig of verstoppen zich achter cijfers. De werkelijke strijd gaat minder om de feiten en contextuele informatie dan om emoties, beelden en indrukken.

Moet de emotioneel-populistische ‘verovering’ van de beleidsagenda dan beantwoord worden met een affectief en symbolisch tegenoffensief?
Zo zou de onoprechtheid van politici wanneer zij goedkoop willen ‘scoren’ retorisch kunnen worden bestreden, een soort ‘tegen-populisme’ dat een gezond wantrouwen tegen politieke opportunisten versterkt.
Het raadplegen van de vox populi door middel van grote tv-debatten produceert echter bepaald geen gematigde en weloverwogen oordelen.

Infotainmentprogramma’s vergroten al te vaak de afkeer van niet-westerse buitenlanders en criminelen. Om een waarheidsgetrouwer beeld te scheppen en verlangens te temperen loont het burgers meer contextuele informatie te verschaffen.

Uit veel criminologisch onderzoek blijkt dat zodra respondenten concreter worden ingelicht over de omstandigheden van het delict en de motieven van de dader, het strafverlangen afzwakt ten voordele van mogelijkheden tot herstel en restitutie.

Als twee willekeurig samengestelde groepen van burgers gevraagd wordt na te gaan of de strafhoogte voor bepaalde zaken juist is, en de ene groep krijgt krantenberichten voorgelegd en de ander rechtbankdocumenten, lopen de evaluaties ver uit een.

Tweederde van de mediagroep vindt de straffen te licht, ruim de helft van de rechtbankgroep vindt de straffen te zwaar. Het publiek blijkt in werkelijkheid dus milder en genuanceerder dan op basis van snelle opinieonderzoeken wordt voorgesteld. Zonder vertekende berichtgeving zou de behoefte aan stigmatisering van buitenlanders en het verlangen naar zwaardere straffen vermoedelijk behoorlijk kleiner uitvallen.

Herstel
Daarnaast zouden we burgers meer kunnen betrekken bij reële zaken en gevallen. Wanneer burgers verdachten en andere procesdeelnemers horen spreken, krijgen ze beter zicht op de uiteenlopende gezichtpunten.

De community justice projecten in de Amerikaanse deelstaat Vermont zijn daarvan een mooi voorbeeld.
Honderden burgers zijn daar betrokken in zogenaamde neighbourhood reparative boards, buurtraden aan wie het opleggen van sancties wordt toevertrouwd. Meestal gaat het om criminaliteit die in de buurt heeft plaatsgevonden, zoals vandalisme en winkeldiefstal. Vrijwilligers hebben de bevoegdheid om onafhankelijk van rechters de inhoud van herstelplannen (reparatie, slachtoffers terugbetalen, of als dat niet kan: dienstverlening) vast te stellen.

Een nog omvangrijker herstelgericht beleid is onlangs in Engeland en Wales van start gegaan. Het gaat om zogenaamde referral orders die de jeugdrechter toewijst aan youth offender panels, buurtplatforms waarin leken-participanten uit de woonomgeving van de dader, samen met een justitiële functionaris, de dader en zijn aanhang, en andere belanghebbenden een herstelplan opstellen en op de vorderingen van dat plan toezien.
Onderzoek wijst uit dat de panelleden beter zicht krijgen op de specifieke problemen waarmee jongeren worstelen. Hun beeld van deviante jongeren wordt door rechtstreekse contacten ontdaan van stereotypen.

Amerikaanse evaluatiestudies wijzen erop dat herstelgerichte aanpakken van criminaliteit en overlast op buurtniveau sociale netwerken verstevigen.
Hoewel voor Nederland gegevens ontbreken, lijken dergelijke ontwikkelingen zich ook voor te doen in stadsdelen waar buurtbemiddeling ingezet wordt, en op scholen waar geëxperimenteerd wordt met leerlingbemiddeling.

Participatie heeft een educatief effect, zeker wanneer de belangen van burgers zelf in het geding zijn. De beperkingen van de aanvankelijk repressieve standpunten worden duidelijk, de verwachtingen van strafrechtelijke ‘oplossingen’ worden getemperd en er ontstaat meer zicht op de specifieke problemen waarmee bijvoorbeeld kansarme Marokkaanse jongeren worstelen.

Jury
De grootste uitdaging is echter dat politieke vertegenwoordigers weer als trustee (‘beheerder van het publieke welzijn’) gaan functioneren. Grondleggers van de democratie als Madison, Burke en in Nederland Thorbecke, hebben uitvoerig uiteengezet dat volksvertegenwoordigers op hun eigen oordeel en verantwoordelijkheid moeten afgaan. Zij oordelen ‘zonder last of ruggespraak’ en behoren zich dus niet te spiegelen aan de private belangen van de achterban.

De hedendaagse neiging van volksvertegenwoordigers om rechtstreeks aan de belangen van de ‘man in de straat’ te appelleren om de ‘kloof’ ongedaan te maken, vormt daarom juist een van de politieke kernproblemen.
Om deze reden schuilt de oplossing ook bepaald niet in referenda.
Referendumcampagnes nodigen het electoraat uit om het debat strategisch te benaderen. Daartoe behoort de ‘nee’-stem tegen het zittende bestuur, of tegen degenen die aan de status quo tornen. Het loont om aansluiting te zoeken bij gepassioneerde verlangens of onvredegevoelens.
Oordeelsvorming, het zorgvuldig afwegen van verschillende perspectieven, wordt aldus ontmoedigd. Stemmen die bijzondere perspectieven onder de aandacht brengen buiten de ja- en nee-kampen om, worden nauwelijks gehoord en komen niet boven het campagnekabaal uit.

Hoewel burgers tijdens referendumcampagnes meer geïnformeerd raken, blijft werkelijke verdieping en reflectie in termen van publieke belangen achterwege. Het debat raakt immers overschaduwd door wedstrijdnieuws, terwijl het publiek wordt bestookt met ‘uitgeharde’ standpunten.

Waarom zou je burgers betrekken bij politieke campagnes waarin het debat wordt verengd tot oneliners en tussenstanden van de horse race?

Te prefereren is dat burgers tot afgewogen oordelen komen. Idealiter zouden zij ook zelf de rol van trustee op zich kunnen nemen. Dat is minder utopisch dan het lijkt. In Amerikaanse deliberative polls – tweedaagse evenementen waarin enkele honderden aselect gekozen burgers zich uitspreken over een specifiek vraagstuk – worden burgers gedwongen zich als onpartijdig ‘jurylid’ te gedragen. Zij voelen daarbij vele getuigedeskundigen aan de tand (politici, wetenschappers maar ook bewoners en andere belanghebbenden).
Uit vele evaluaties blijkt dat het aanhoren van ervaringen van professionals en ‘probleem-eigenaren’ een aanzienlijk matigend effect hebben op hun opinies. De aanvankelijk bevooroordeelde standpunten gaan kantelen.

Nijd
Het is duidelijk dat de maatschappelijke verharding weinig te maken heeft met een heropleving van nijd, ressentiment en het aloude gesundes Volksempfinden. Hoewel etnocentrisme en vijandigheid aan kracht hebben gewonnen, lijken veel voorstanders van harder optreden over ‘gewone’ liberale attitudes te beschikken, zoals gelijkberechtiging en tolerantie voor homocoïtusualiteit.

Burgers lijken vermoeid en afgemat; tolerantie is op een harde grens gestoten en mag geen persoonlijke kosten meer met zich meebrengen.
Criminelen en niet-westerse buitenlanders worden buiten de kring van empathie en normale menselijke omgang geplaatst.
Participatie kan, zoals betoogd, tegenwicht bieden aan deze cynische attitudes. Tijdens school- en buurtbemiddeling, in wijkpanels en in deliberative polls wordt van burgers verwacht zich mede verantwoordelijk te tonen.
Een grotere betrokkenheid van bewoners en vrijwilligers bij de afwikkeling van conflicten verschaft hen het gevoel zelf grip te hebben en te houden. De neiging om de rol van passieve, machteloze klager op zich te nemen, wordt daardoor afgeremd.

Literatuur
Ackerman, Bruce, en James S. Fishkin (2004). Deliberation Day, New Haven: Yale
University Press.
Elchardus, Mark (2002). De dramademocratie. Tielt: Lannoo.
Kleinnijenhuis, Jan (2003). 'Het publiek volgt media die de politiek volgen'. In Medialogica.
Over het krachtenveld tussen burgers, media en politiek
, RMO advies 26, 151-212.
Mudde Cas (2004), 'The populist Zeitgeist', Government & Opposition, 39 (3): 541-563.
Vasterman, Peter 2004, Mediahype, Amsterdam: Aksant
http://www.dehelling.net/artikel/342/
 
Laatst bewerkt:
Heb je dit zelf geschreven? Veel literatuur herken ik van m'n studie trouwens.

Ontopic: Om het even heel kort samen te vatten is dit mijn mening over de oorzaken van populisme: De media spelen hier een grote rol in uiteraard, de laatste 20 jaar is het aandeel van incidenten, relletjes moorden enzovoort in het nieuws sterk gestegen. Geweldsmisdrijven zijn de laatste 20 jaar niet zeer sterk toegenomen, maar het aantal berichten erover in de media is geëxplodeerd. Mensen hebben dus het gevoel dat het onveiliger is geworden terwijl dit in werkelijkheid wel meevalt.

Wat echter ook een grote rol speelt is het gebrek aan besef bij politici hoe erg de leefbaarheid in veel wijken is afgenomen, door straattuig. Dit sijpelt niet heel duidelijk door in de misdaadcijfers, maar de qua sociaal economische status onderste 25% procent van de bevolking heeft hier sterk van te lijden. Mensen durven (mede door de mediaberichtgeving) de straat niet meer op. En dit is nou net de groep die ook het meest te lijden heeft van laaggeschoolde baantjes die worden ingepikt. De rijkste helft van de bevolking heeft een goedkope Poolse schilder, de onderlaag is z'n baan kwijt en wordt door straattuig verrotgescholden of beroofd.

Politici verspillen hun tijd voornamelijk met vooral niet te generaliseren of te stigmatiseren in plaats van hier iets aan te doen, hoewel het gelukkig steeds minder wordt. Gevaar is wel dat we een Belgische situatie krijgen en Wilders groeit sterk maar niemand wil met hem regeren uit een soort misplaatste arrogantie, waardoor er een crisis ontstaat.
 
hoe erg de leefbaarheid in veel wijken is afgenomen, door straattuig. [...] maar de qua sociaal economische status onderste 25% procent van de bevolking heeft hier sterk van te lijden.

Right, in de steden misschien wel ja, en zelfs dan lijkt me dit een schromelijk overdreven cijfer.

@ferrigo

Ga eens aan bronvermelding doen. Of ben jij bas van stokkom?

http://www.dehelling.net/artikel/342/

En een eigen mening, heb je die ook nog of doe je alleen aan sleur en pleur?
 
Staan een aantal interessante beweringen in, deze viel me op:

Tweederde van de mediagroep vindt de straffen te licht, ruim de helft van de rechtbankgroep vindt de straffen te zwaar. Het publiek blijkt in werkelijkheid dus milder en genuanceerder dan op basis van snelle opinieonderzoeken wordt voorgesteld. Zonder vertekende berichtgeving zou de behoefte aan stigmatisering van buitenlanders en het verlangen naar zwaardere straffen vermoedelijk behoorlijk kleiner uitvallen.

Lijkt de DBB mentaliteit goed te verklaren op sommige punten. but: [citation needed] :D
En een meer open vorm van democratie zou hier een verandering in aan kunnen brengen? Klinkt niet heel gek. Een volk dat toegesproken wordt (door de media), denkt niet/minder na, een volk dat mag spreken i.p.v. de media gaat nadenken.
 
Right, in de steden misschien wel ja, en zelfs dan lijkt me dit een schromelijk overdreven cijfer.

@ferrigo

Ga eens aan bronvermelding doen. Of ben jij bas van stokkom?

http://www.dehelling.net/artikel/342/

En een eigen mening, heb je die ook nog of doe je alleen aan sleur en pleur?

Ik heb duidelijk een eigen mening, maar de vraag is of dat altijd van toegevoegde waarde is waar al zovelen hier met een mening komen. De vraag is niet of ik een mening heb maar of ik die altijd wil geven.

Zelf dacht ik dat verwijzing naar gebruikte literatuur voldoende was. Het is niet altijd makkelijk om relevantie te erkennen, getuige jouw post.

Zal je kritiek ter harte nemen, neem mijn advies dan ook ter harte. Kijk eerst naar je eigen voor je naar anderen wijst.
Ik plaats bronvermeldingen, soms mis ik de absolute volledigheid waarvan akte.
Jij presteert het om herhaaldelijke keren geen enkele weer te geven.
 
Laatst bewerkt:
Back
Naar boven