Waarom helderziendheid in strijd is met alle postulaten van de fysica
3.1. Voor de eerste stap ga ik uit van het basispostulaat dat voor overdracht van informatie van een punt naar een ander punt in ruimte of tijd steeds een energetische of materiële drager noodzakelijk is. (De term energie verwijst hier alleen naar datgene wat in de fysica energie heet en de term materie naar alles wat volgens de fysica massa heeft.) Het hoofdargument voor dit postulaat ligt in het feit dat men het begrip "informatie" slechts kan definiëren als een verzameling van toestanden van materie/energie die door een I-systeem (informatiesysteem) als verzameling wordt geïdentificeerd en gemanipuleerd. Zonder materie of energie bestaat informatie dus niet eens. De plaats ontbreekt hier om deze stelling op uitvoerige wijze aan te tonen.(*) Als supplementaire argumentatie kan men echter naar voren brengen dat de voornaamste theorieën van de hedendaagse fysica het bovenvermeld postulaat impliciet veronderstellen.
3.1.1. De speciale relativiteitstheorie van Einstein vertrekt van het postulaat dat informatieoverdracht in het heelal beperkt is door de lichtsnelheid omdat je nooit informatie kunt overbrengen zonder een fysische drager en omdat de snelste dragers de elektromagnetische golven zijn die c als maximale snelheid hebben. Uitgaande van dit postulaat is Einstein tot de conclusie gekomen dat de begrippen "absolute tijd" en "absolute gelijktijdigheid" in het heelal niet hanteerbaar zijn. Indien het mogelijk zou zijn om (bv. door "helderziendheid") te weten wat er nu in de Andromedanevel gebeurt bv. het ontstaan van een Supernova dan moeten we een essentieel aspect van de speciale relativiteitstheorie opgeven en aangezien deze stelling onwrikbaar samenhangt met de theorie waarin de formule E = mc2 wordt afgeleid, zou het verwerpen ervan ook die theorie aantasten en dat zou betekenen dat we plots niet meer zouden begrijpen waarom atoombommen ontploffen of hoe kerncentrales werken.
3.1.2. Het is een centraal postulaat van de quantummechanica dat je niet kunt zeggen wat er met een deeltje gebeurt (met een proton, een neutron, een elektron) tenzij je vanuit dat deeltje informatie krijgt onder de vorm van een energiepakketje van minstens één foton. Wanneer iemand in staat zou zijn (weer door een soort "helderziendheid") te weten waar een bepaald deeltje zich bevindt en welke impuls het heeft, zonder een foton vanuit dat deeltje gedetecteerd te hebben, dan zou hij de plaats en de impuls ervan exact kunnen bepalen en dat betekent dat hij aan de beperking van de onzekerheidsrelatie van Heisenberg zou ontkomen. Maar deze onzekerheidsrelatie vormt een essentieel onderdeel van de basispostulaten van de quantummechanica; als die in het gedrang zou komen zou deze quantumtheorie, die een onvoorstelbare massa fenomenen op een behoorlijke wijze verklaart, elke samenhang en dus elke verklarende kracht verliezen.
3.1.3. Volgens de tweede wet van de thermodynamica is het onmogelijk dat de verdeling van deeltjes binnenin een gesloten systeem op blijvende wijze zou evolueren in een richting die tegengesteld is aan de stijgende entropie. Stel dat zo'n gesloten systeem in twee gedeeld is door een wand, voorzien van een opening die kan worden geopend of gesloten. Een wezen dat via "helderziendheid" zou weten uit welke richting een deeltje afkomt, zou dan door de opening al dan niet te sluiten naargelang van die richting, de densiteit van deeltjes in de ene helft van het systeem op kunnen laden. Door een turbine te plaatsen tussen het dichte en het verdunde deel van het systeem zou men dan een perpetuum mobile kunnen realiseren. De onmogelijkheid van zo'n perpetuum mobile is echter een basispostulaat van de thermodynamica. Zo'n wezen, dat informatie over de deeltjes zou bekomen zonder energieoverdracht (men noemt het een "Demon van Maxwell"), kan dus niet bestaan.
3.1.4. Naar analogie zou men een "helderziende" die aan de beperking van de lichtsnelheid zou kunnen ontkomen, een "Demon van Newton" kunnen noemen, en een die de Onzekerheidsrelatie van Heisenberg zou doorbreken, een "Demon van Laplace". Deze drie "demonen" hebben gemeenschappelijk dat ze in staat zouden zijn informatie op te doen zonder energetische drager, maar ook dat daaruit volgt dat ze volgens de hedendaagse fysica niet kunnen bestaan. De stelling dat het onmogelijk is informatie over te dragen zonder materieel/energetisch substraat, vormt dus een basispostulaat van de hedendaagse fysica. Psi-fenomenen waarbij informatie zich verplaatst zonder energetische basis, zouden in principe het bestaan van deze drie demonen mogelijk maken en zijn dus in strijd met dit basispostulaat.
3.2. Wanneer we echter aannemen dat psi-fenomenen wel een energetische drager hebben dan staan we voor de volgende problemen.
3.2.1. In de gevallen waar het resultaat van de zogenaamde energieoverdracht als extern waarneembaar geldt, wanneer bijvoorbeeld bij poltergeistfenomenen kasten worden verplaatst, of door telekinese ijzeren staven worden geplooid of voorwerpen in de lucht gaan zweven, dan zijn hiermee aanzienlijke hoeveelheden energie gemoeid en toch is nog nooit het transport ervan vastgesteld en evenmin heeft men op de plaats waar de energie vandaan komt, bijvoorbeeld het brein van de paranormaal begaafde, ooit enig verlies van energie kunnen vaststellen. Maar wanneer iemand een energieproductie buiten zichzelf zou kunnen realiseren zonder die hoeveelheid energie zelf te verliezen, dan zou dat in strijd zijn met het "principe van behoud van energie". Dat echter een aanzienlijk energietransport zich zou voordoen zonder dat onze waarnemingsapparaten dit kunnen detecteren, is bijzonder onwaarschijnlijk, rekening houdend met het feit dat we soms zelfs energietransporten van een foton kunnen opvangen.
3.2.2. Voor het transport van informatie, zoals bij telepathie en helderziendheid, zouden eventueel energiestromen van geringe sterkte volstaan. Maar in veel gevallen van telepathie en helderziendheid die in de literatuur voorkomen, is sprake van complexe vormen van informatie, zoals bijvoorbeeld visuele voorstellingen of cognitieve inhouden. Volgens de beginselen van de mathematische informatietheorie kan men deze complexe informatie alleen in real time doorsturen door een kanaal met een hoge capaciteit en wanneer het over energiestromen gaat, betekent dit een hoge frequentie. Deze veronderstelt dan weer een hoeveelheid energie die moeilijk aan onze detectieapparaten zou kunnen ontsnappen.
Ons vertrouwen in het kerngebied van de wetenschappen zal slechts dan gaan wankelen, wanneer feitenmateriaal betreffende het paranormale wordt aangedragen dat zich met een verpletterend evidentiekarakter opdringt. Tot nu toe hebben we echter moeten vaststellen dat beweringen van die aard eerder zijn gekenmerkt door wat het Lourdes-effect noem.
De informatietheorie suggereert nog een tweede probleem. Indien mensen "psi-informatie" op een substraat van ¹psi-energie¹ kunnen uitstralen, dan is er geen enkele reden om te denken dat ze dit niet heel geregeld of misschien zelfs continu doen. Zelfs wanneer van de vijf miljard mensen er slechts een duizendste tegelijk psi-energieen met een bepaalde frequentie zou uitstralen, moeten we continu met een signaal van vijf miljoen zenders rekening houden (we laten mogelijke signalen van dieren nog buiten beschouwing). De ontvangers krijgen dan niets anders dan een chaotisch geheel: zuivere ruis.
Men kan opwerpen dat ze allen op verschillende kanalen uitzenden waarop men dan zou kunnen afstemmen; het naast elkaar bestaan van zoveel kanalen zou echter slechts mogelijk zijn binnen een energiestraling met een zeer hoge frequentie, wat dan weer tot hoge energieën en tot detecteerbaarheid zou leiden. (Zoniet zou het proces weer in strijd zijn met het principe van het behoud van energie).
3.3. Wie van mening is dat deze bedenkingen nogal ver zocht zijn, moet met het volgende rekening houden. Ofwel gebeuren de psi-interacties zonder energieoverdracht en dan laten ze in principe toe de basispostulaten van de speciale relativiteitstheorie, de quantummechanica en de thermodynamica te doorbreken; ofwel zijn ze gebonden aan energieoverdracht, maar dan is het niet in te zien hoe die zou kunnen ontkomen aan de basispostulaten van de informatietheorie betreffende kanaalcapaciteit en bovendien zou men moeten verklaren waarom we noch energieverlies bij de zender, noch het transport detecteren. De bedenking dat het hier gaat om een energie van een totaal ander type is gemakkelijk gemaakt, maar daar staat tegenover dat onze fysica in een verregaande mate compleet is: we zijn nu in staat van een ontzaglijk aantal verschijnselen de fysische grondslag uit te leggen, of we kunnen tenminste aantonen dat ze niet met de basisinzichten van de fysica in strijd zijn. Een aantal fysische wetmatigheden zijn ons zeker nog niet bekend, andere slechts heel partieel. Wat speelt zich af bij concentratie van ontzaglijke massa's in een "zwart gat"? Welke wetten beheersen plasma's op zeer hoge temperaturen? Hier is nog veel te ontdekken; maar wanneer we ons beperken tot objecten op deze aarde met de grootteorde en de samenstelling van organismen zoals het menselijk lichaam, dan is het heel onwaarschijnlijk dat zich op dat vlak nog fysische processen zouden afspelen die van een totaal andere orde zijn dan wat in de huidige fysica bekend is.
IV. Uit dit alles mogen we besluiten dat het nagenoeg zeker is dat psi-fenomenen niet bestaan. Deze stelling moet men niet als een dogmaverklaring interpreteren. Alhoewel er heel weinig kans is dat een diepgaande aantasting van het kerngebied van de wetenschappen zich nog zal voordoen, kan men niet volledig uitsluiten dat we ons op dit punt zouden vergissen. Daarom en ook wegens het feit dat zoveel mensen in het paranormale geloven, lijkt het nuttig dat een aantal onderzoekers ook op het empirische en het experimentele vlak de beweringen over het paranormale blijven controleren. Uit het hierboven ingenomen standpunt volgt wel dat het niet zal volstaan dat hier of daar een bewering over het paranormale overblijft waarvan het foutief karakter niet zonder meer duidelijk is. Ons vertrouwen in het kerngebied van de wetenschappen zal slechts dan gaan wankelen, wanneer feitenmateriaal betreffende het paranormale wordt aangedragen dat zich met een verpletterend evidentiekarakter opdringt. Tot nu toe hebben we echter moeten vaststellen dat beweringen van die aard eerder zijn gekenmerkt door wat ik hierboven het Lourdes-effect heb genoemd.
(bron: Etienne Vermeersch: wetenschappelijke apriori's tegen het paranormale, meer bepaald helderziendheid.