Het Epo-preparaat Eprex van Janssen-Cilag staat in een ongunstig daglicht. Uit onderzoek blijkt dat gebruikers van het preparaat er soms door in de problemen komen. Ze ontwikkelen Pure Red Cell Aplasia: alle rode bloedcellen verdwijnen uit hun lichaam.
Normaliter worden rode bloedcellen gemaakt door het hormoon Epoëtine. Gebruikers van de synthetische versie van die stof (meestal patienten waarbij de nieren niet meer genoeg Epoëtine kunnen maken, maar ook sporters) blijken overgevoelig voor Epo te kunnen worden. Hun immuuncellen gaan alle epoëtinemoleculen, of die nu natuurlijk of synthetisch zijn, herkennen als vreemde indringers. Daarom breken ze ze af. Heb je eenmaal zo'n overgevoeligheid, dan ben je voor de rest van je leven aangewezen op bloedtransfusies om in leven te blijven.
De Franse arts Nicole Casadevall publiceerde in februari 2002 een artikel over het syndroom in de New England Journal of Medicine. Daarin beschreef ze dertien gevallen van patienten met nierziekten die Epo kregen en de overgevoeligheid ontwikkelden. De aandoening trad op na 3 tot 67 maanden behandeling.
Twaalf zieken kregen Eprex van Janssen-Cilag, eentje NeoRecormon van Roche. In dat laatste geval was het medicijn echter niet de oorzaak: de gebruiker bleek een auto-immuunziekte te hebben.
Over wat de overgevoeligheid veroorzaakt zijn er twee theorieen. Volgens de ene is de generieke stof verantwoordelijk. Eprex is een alfa-variant van Epo, het preparaat van Roche een beta-variant. Het verschil tussen beide varianten zit hem in de suikers die aan het molecuul hangen. Voor het immuunsysteem zijn die suikers herkenningspunten.
Volgens een andere theorie zit de oorzaak hem specifiek in Janssens productieproces en zijn niet alle alfa-varianten gevaarlijk.
Onderzoekers van de FDA brengen duidelijkheid. In hetzelfde tijdschrift als waarin Casadevall haar onderzoek publiceerde schreven zij een paar maanden later dat ze in hun archieven 82 gevallen van hetzelfde syndroom hadden gevonden. In 78 daarvan hadden de gebruikers Eprex van Janssen-Cilag gebruikt, in 4 gevallen Epogen van Amgen.
Amgen is de bedenker van Epo. Janssen-Cilag kwam pas later met Eprex op de Europese markt en met Procrit op de Amerikaanse. Het bedrijf gebruikte daarvoor een ander procédé dan Amgen. In 1998 veranderde het bedrijf het proces nog eens. Nu ook het Epogen van Amgen de overgevoeligheid blijkt te veroorzaken, zijn alle alfa-epo's verdacht - ongeacht hun productieproces.
De FDA vond trouwens geen gebruikers van Procrit die ziek waren geworden. De kans om overgevoelig te worden is nu eenmaal zeer klein. Je hebt grote groepen gebruikers nodig om ziektegevallen te ontdekken. (Casadevall schatte de kans nog op 1 op tienduizend.)
De bekendmaking van de FDA had onmiddellijk gevolgen voor de koers van farmaceut Johnsons and Johnsons, die Eprex op de markt brengt. Het aandeel zakte. Epogen-fabrikant Amgen werd echter niet zwaar getroffen. Die maakt ook Aranesp, dat volgens de FDA nog geen klachten heeft veroorzaakt. Stel dat Eprex van de markt gaat, dan zal de vraag naar Aranesp toenemen.
Wetenschappers vragen zich echter af of Aranesp inderdaad veilig is. Aranesp lijkt op Epogen en Eprex. Het blijft door wat extra suikerketens aan het molecuul wat langer in het lichaam. Juist daardoor is de kans dat het lichaam er een overgevoeligheid tegen ontwikkelt groter. Dat artsen nog niet op zieke gebruikers zijn gestuit kan ook komen doordat het aantal gebruikers nog klein is.
Voor zover de kennis op dit moment reikt zijn beta-varianten als NeoRecormon van Roche dus waarschijnlijk de veiligste Epopreparaten op de markt.