Discriminatie tegen vrouwen door de wet in de Islamitische Republiek Iran
* Vanaf augustus 1998, op grond van de goedkeuring van het Iraanse parlement, zijn de ziekenhuizen in Iran gesorteerd en gescheiden voor mannen en vrouwen. Dit gebeurt terwijl de ziekenhuizen, bestemd voor vrouwen, mindere mogelijkheden krijgen. Daarom zijn vrouwen geconfronteerd met het gebrek aan medische deskundigheid en ervaren personeel.
* Juridisch gezien, is de waarde van de getuigenis van een vrouw gelijk aan de helft van die van een man. Bij sommige gevallen wordt de getuigenis van een vrouw, op zich zelf, niet geaccepteerd en moet het vergezeld worden met de getuigenis van een man.
* Op het gebied van erfenis, is het recht van vrouwen op erfenis gelijk aan de helft van hetzelfde recht van mannen.
* Het huwelijk van een moslim vrouw met een niet-moslim man is verboden maar een moslim man kan met een niet-moslim vrouw gaan trouwen.
Discriminatie op grond van de coïtusualiteit wordt de door het Iraanse regime goedgekeurde wetten duidelijk toegepast. Artikel 115 van de Iraanse Grondwet heeft verklaard dat vrouwen geen president mogen worden.
Artikel 76 van de Islamitische strafwetten heeft de waarde van de getuigenis van vrouwen als de helft van de waarde van de getuigenis van mannen bepaald.
Artikel 907 van de Civiele wetten heeft het erfgoed van meisjes gelijk aan de helft van het erfgoed van jongens bepaald. Artikel 906 van de Civiele wetten heeft het erfgoed van de moeder van het kind als 1/3 en het erfgoed van vader van het kind 2/3 bepaald.
Artikel 920 van de Civiele wetten heeft het erfgoed van de zus van de broer gelijk aan de helft van het erfgoed van de broer van de zus.
Artikel 300 van de Islamitische strafwetten heeft het bloedgeld van vrouwen gelijk aan de helft van die van mannen bepaald.
Schending van vrouwenrechten in de strafwettenvan Iran
In confrontatie en bij behandeling van vrouwenrechten functioneert het Iraanse regime onmenselijk en erg onderdrukkend. Deze straffen komen niet overeen met internationale principes. Deze straffen zijn meestal abnormaal en ongedefinieerd en gepaard gaan met geweld.
Artikel 83 van de strafwetten van Iran, heeft de doodstraf voor de coïtusuele relatie tussen mannen en getrouwde vrouwen bepaald. In dit geval worden vrouwen gestenigd.
Artikel 88 van de Islamitische strafwetten heeft de straf voor relatie tussen ongehuwde vrouwen met mannen tot 100 zweepslagen bepaald.
Artikels 127 tot 134 van de strafwetten in Iran hebben zware straffen voor de coïtusuele relatie van vrouwen met vrouwen, bepaald. Krachtens deze wetten, als een vrouw voor de eerste keer een coïtusuele relatie met een andere vrouw heeft, wordt zij veroordeeld tot 100 zweepslagen en in het geval van 4 keer herhaling wordt zij tot de doodstraf veroordeeld.
Artikel 630 van de Islamitische strafwetten heeft de mannen toestemming gegeven dat indien een man zijn vrouw met een man in bed ziet, kan hij zijn vrouw vermoorden. Krachtens deze wet kan deze moord niet worden.
Subartikel van artikel 638 van de Islamitische strafwetten heeft de straf voor vrouwen met kleding die niet aan de Islamitische voorschriften voldoet, van 10 dagen tot 2 maanden gevangenisstraf of een geldboete van 50000 Tuman bepaald.
Schending van vrouwenrechten in de burgerlijkewetten in Iran
De vrouwenrechten in Iran worden door de burgerlijke wetten van Iran, die bij de echtscheiding uitgevoerd worden, zwaar geschonden. Deze wetten zijn in combinatie van religieuze reglementen en gewoontes. Door deze wetten zijn de rechters toegestaan om bij wettelijke tekortkoming aan kennis en informatie over het echtscheidingsgeval, rechtstreeks religieuze boeken te raadplegen.
A- De burgerlijke wet inzake de scheiding van vrouwen is als volgt:
Artikel 1333 verklaart: een man kan onder alle omstandigheden van zijn vrouw scheiden. Vrouwen hebben geen recht om te scheiden, zelfs als zij onder druk staan, hebben zij geen recht en zij moeten verplicht dit leven doorbrengen.
De rechtbanken in Iran accepteren in principe geen scheidingsaanvraag van vrouwen, tenzij zij concrete gevallen kunnen bewijzen.
Veel Iraanse vrouwen hebben vanwege neurotische klachten van de verplichte leefwijze en bij gebrek aan wettelijke steun, zelfmoordpogingen gedaan.
Artikel 1169 van de burgerlijke wetten, inzake de voogdij over het kind na de scheiding van de ouders, verklaart: de voogdij van een zoon tot 2 jaar en dochter tot 7 jaar, gaat naar de moeder. Na deze leeftijd heeft de moeder geen recht op voogdij en zij kan de kinderen niet houden. Zij kan alleen de kinderen, op basis van een bezoekregeling, bezoeken . Mocht zij de voogdij over de kinderen willen hebben, moet zij naar de rechtbank. Veel vrouwen hebben angst dat zij door de scheiding de voogdij over hun kinderen verliezen, daarom gaan zij door met hun verplichte leefwijze.
Artikel 1170 van de Civiele wetten van Iran luidt: vrouwen die na de echtscheiding de voogdij van hun kinderen krijgen, zullen ingeval van huwelijk met een andere man de voogdij van hun kinderen verliezen.
Artikel 1180 verklaart: ingeval van overlijden van de vader gaat de voogdij van de kinderen naar de grootvader ( vaderszijde ). De moeder heeft geen recht, zij kan alleen naar de rechtbank.
Schending van maatschappelijke rechten van vrouwen
De eigenschappen van de Iraanse maatschappij, in het bijzonder in de categorie van vrouwen, is met een algemene catastrofe geconfronteerd. In Iran, waar een regime domineert dat de vrouwenrechten niet respecteert en erkent, strekt de coïtusuele discriminatie zich uit tot de hoogste mogelijke grens.
A- Vrouwen en bezigheid:
Artikel 1117 van de Iraanse burgerlijke wetten geeft de man de toestemming om de bezigheid of het werken van de vrouw te belemmeren, of de vrouw moet een beroep kiezen waarmee de man het eens is. Volgens de maatregelen in Iran, is discriminatie op basis van coïtusualiteit officieel. Bovendien heeft de overheid via de Landelijke Administratieve Zaken en Arbeidsorganisatie, aan haar ministeries bevolen om de maatstaf van in dienst neming van vrouwen zo weinig mogelijk te verminderen en vrouwen zonder hoger onderwijs( academische graad of doctorandus) niet in dienst te nemen. In plaats daarvan moeten mannen in dienst genomen worden.
Een maatschappij met een enorme coïtusuele discriminatie strekt zich zo uit, dat in 1996 tegenover elke 100 mannen in industriële firma's alleen 3 vrouwen in dienst waren. Dit geeft toe dat vrouwen een zeer klein aandeel hebben in de industriële voortbrenging. Naarmate officiële schattingen van het Centrum van Statistieken van het regime in 1994, was het aantal vrouwen dat in dienst was slechts 7, tegenover 100 mannen. Aan de andere kant heeft het regime met haar vastgestelde rondschrijven, zoals het gedwongen dragen van Islamitische kleding en het respecteren van religieuze wetten in overheidsinstanties, gepoogd om de actieve aanwezigheid van vrouwen in de maatschappij tegen te houden.
Iraanse vrouwen hebben geen recht om de positie van rechter te bekleden. De krant "Etela'at" van het regime, heeft op 16 september 1995 aan "Yazdi", het hoofd van de juridische macht, geciteerd dat vrouwen geen rechter mogen worden. De goedkeuring van de wet over het scheiden van medische centra op grond van geslacht, heeft alleen het slachtoffer worden van vrouwen onder de ogen. Met aandacht voor het gebrek aan medische centra en vrouwelijke krachten in deze centra, moeten vrouwelijke patiënten heel lang wachten totdat zij van de medische voorzieningen en specialisten gebruik kunnen maken.
B- Vrouwen en onderwijs:
Volgens het Centrum van Statistieken van het regime, toen in 1995 49% van de bevolking van Iran uit vrouwen bestond, waren er slechts 62.000 op de universiteit. Dit betekent dat 0.3% van de studenten in 431 studievakken. In 137 studievakken hebben vrouwen geen recht op onderwijs. De V.N. heeft in 1992 aangekondigd dat 75.6% van de vrouwen tussen 15 en 24 jaar in Iran geen mogelijkheid hebben om na de basisschool een ander onderwijs te volgen. De reden van onderwijsondergang van vrouwen in Iran is veroorzaakt door de enorme coïtusuele discriminatie en de beperkingen die voor vrouwen gecreëerd zijn. Het Iraanse regime geeft vrouwen, jongens en meisjes geen toestemming om in dezelfde school te studeren en vanwege het feit dat de rechten van vrouwen en meisjes niet voor het regime belangrijk zijn, is er geen enkele inclinatie tot het bouwen van bijzondere en aparte scholen voor vrouwen en meisjes.
C- Vrouwen in de politieke arena:
In een land waar de politieke activiteiten tegen het regime verboden zijn, is de deelname van vrouwen in andere politieke arena's van het land verboden. In de parlementaire verkiezingen van 1996 in Iran mochten slecht 13 vrouwen naar het parlement van 270 leden. Het percentage van vrouwen in het parlement is 5%. Vrouwen die tegen het regime politiek actief zijn, in geval van arrestatie worden met coïtusuele geweld en intensieve straffen gestrafd. Volgens de wetten van het regime, kan er geen maagd geëxecuteerd worden. Als een maagd vanwege haar politiek activiteiten gearresteerd wordt en haar straf terechtstelling is, wordt zij voor de executie door de folteraar ontmaagd om haar te kunnen executeren. Internationale autoriteiten, zoals Amnesty International, do Commissie van de Mensenrechten van de VN hebben allerlei gevallen van coïtusuele geweld en verkrachting van vrouwen gemeld. Tijdje geleden hebben de leden van het parlement van Iran een wet goedgekeurd waar het gevolg de beperking van de aanwezigheid van vrouwen in de media is geweest. Deze wet beweert dat artikelen over vrouwen, in het bijzonder over de rechten van vrouwen en de gelijkheid tussen vrouwen en mannen, crisissen in de maatschappij oproepen. Door dit soort artikelen -die vandaag de dag een basis van de onafhankelijke vrouwenbewegingen zijn- te verbieden, probeert het Iraanse regime de meerdere kennis en bewust van vrouwen te voorkomen.
D- Vrouwen en sport:
Volgens een rondschrijven van het regime, hebben vrouwen het recht om slechts aan 5 sportstakken deel te nemen. Vrouwen zijn van deelneming aan andere sporten beroofd. De deelname aan die 5 sportstakken is op de voorwaarde van afwezigheid van mannen. Sinds april 1996 werd het fietsen en paardrijden voor vrouwen verboden. In december 1994 heeft het regime officieel aangekondigd dat vrouwen als toeschouwers niet in voetbalstadions aanwezig mogen zijn.
E- Vrouwen, huwelijk en reizen:
Krachtens het subartikel van artikel 1041 van de Iraanse burgerlijke wetten kunnen meisjes boven 9 jaar trouwen. Dit onderwerp is in het bijzonder van toepassing in kleine steden en dorpen. Van gezinnen die van overheidsondersteuning geen gebruik kunnen maken, worden kleine meisjes uitgehuwelijkt. In sommige gevallen waarin de meisjes niet wilden trouwen, hebben zij zelfmoord gepleegd.
Bovendien, volgens artikel 18 van de paspoort wet, hebben gehuwde vrouwen zonder schriftelijke toestemming van hun man, geen enkel recht het land te verlaten. Volgens artikel 19 van bovenvermelde wet, kunnen mannen op elk moment de reis van hun vrouw tegenhouden. Ook op basis van artikel 1059 van de Iraanse burgerlijke wetten is het trouwen van een moslimvrouw met een man van een andere godsdienst, verboden.