MuscleMeat

T3 en T4

Ik heb wellicht nog wel info waar je iets aan hebt, basisinfo over schildklierhormonen die ik heb uirgewerkt ivm mijn werk, zal het morgen posten
 
De schildklier ofwel glandula thyroidea ofwel thyroïd is een klier die gelegen is aan de voorzijde van de hals. Hij is vernoemd naar het schildkraakbeen, maar ligt daaronder. De schildklier heeft de vorm van een vlinder. De vleugels worden lobben genoemd en zijn onderling verbonden door de isthmus, een ‘brug’ van klierweefsel.

Het klierweefsel bestaat uit kubische epitheelcellen (kubisch: veel inhoud en relatief weinig oppervlak). De cellen zijn gerangschikt rondom een aantal holten: follikels, een soort blaasjes. Hier tussenin zit een capillair netwerk en hier liggen parafolliculaire cellen, de zogenaamde C-cellen. In de follikels zit een eiwitachtige substantie: colloïd.

De schildklier wordt van bloed voorzien door maar liefst vier slagaders en is hierdoor het meest doorbloede orgaan van het menselijk lichaam.

De schildklier heeft een endocriene functie: het produceert hormonen die in het lichaam worden afgegeven. Ze worden opgenomen in het bloed of weefselvloeistof. De schildklier produceert twee hormonen: thyronine en calcitonine.

Thyronine
Het hormoon thyronine ofwel T4 wordt gemaakt uit jodium en tyrosine (aminozuur) door de kubische epitheelcellen en bestaat uit een eiwitmolecuul waarin vier jodium-atomen zitten. Daar komt de naam T4 vandaan: tetra-jood-thyronine. T4 wordt tijdelijk opgeslagen in het colloïd.

In het bloed komt echter helemaal geen T4 voor, maar wel T3: tri-jood-thyronine. Dit is hetzelfde eiwit, maar met drie jodium-atomen. Tijdens het transport vanuit de follikel naar het bloed wordt namelijk één jodium-atoom afgesplitst (door een enzym: dejodase). T3 blijkt namelijk vijf keer zo effectief te zijn als T4. De opslagvorm T4 bevat dus een overmaat aan jodium, en dit overbodige jodium komt weer van pas bij de productie van nieuwe schildklierhormonen.

Onder invloed van het schildklierstimulerend hormoon (TSH), dat gemaakt wordt in de hypofyse-voorkwab, wordt thyronine uit het colloïd vrijgemaakt en aan het bloed afgegeven. TSH bevordert ook de aanmaak van T4 door de eiwitaanmaak in de follikelcellen en opname van jodium vanuit de bloedbaan te stimuleren. De hypofyse wordt aangezet tot de aanmaak van TSH door de hypothalamus, welke thyrothropine vrijmakend hormoon (TRH) produceert. Dit stimuleert de hypofyse tot aanmaak van TSH.

Thyronine bevordert in de lichaamscellen de productie van enzymen die betrokken zijn bij de afbraak van koolhydraten en vetten. Bovendien bevordert het ook de eiwitsynthese. Op die manier hebben schildklierhormonen invloed op de stofwisseling en daarom ook de groei. Door een hogere celstofwisseling neemt de warmteproductie en dus ook de lichaamstemperatuur toe. De temperatuur van het bloed neemt ook toe, wat weer wordt geregistreerd door de hypothalamus, welke de productie van thyronine afremt.

Calcitonine
Het hormoon calcitonine wordt geproduceerd in de eerder genoemde parafolliculaire cellen of C-cellen, genoemd naar de C van calcitonine. De C-cellen geven het hormoon direct af aan het bloed.

Calcitonine staat in nauw verband met calcium. Calcium speelt een rol bij veel processen in het lichaam, waaronder de activiteit van zenuwweefsel en spierweefsel, bloedstolling en de opbouw van botweefsel. Dit botweefsel is de voornaamste opslagplaats van calcium. Bij gebrek aan calcium in het bloed wordt botweefsel afgebroken, waarbij calcium aan het bloed wordt afgegeven. Is er een teveel aan calcium in het bloed, dan wordt het opgeslagen in het bot.

De calciumconcentratie wordt beïnvloedt door onder meer de botafbraak en botopbouw, resorptie in het darmkanaal en uitscheiding van de nieren. Het is met name voor de werking van zenuwcellen en spiercellen belangrijk dat de calciumconcentratie stabiel blijft. Hier komt calcitonine bij kijken.

Calcitonine wordt geproduceerd wanneer het calciumgehalte in het bloed te hoog is. Het stimuleert de calciumneerslag in de botten en remt reabsorptie van calcium in de tubuli in de nieren en het remt de calciumresorptie in de darm. Daalt de calciumconcentratie in het bloed, dan daalt ook de productie van calcitonine. Een te laag gehalte aan calcium kan niet worden gecorrigeerd met calcitonine, daarvoor zorgt het bijschildklierhormoon, een antagonist van calcitonine.

Eventueel kan ik ook nog info geven over de bijschildklieren en de hormonen die zij produceren, maar dat heeft denk ik niet veel meerwaarde. Mocht iemand het interesseren, dan roept u maar.
 
Terug
Naar boven