Delphine Boël start nieuwe rechtszaak tegen Albert II
Bij de troonswissel zondag heeft koning Albert II zijn persoonlijke onschendbaarheid doorgegeven aan zijn zoon. Daarvan profiteert Delphine Boël om hem voor de rechtbank te krijgen. Op die manier wil de 45-jarige erkenning krijgen dat ze zijn biologische dochter is. Dat meldt de RTBF. Haar vorige rechtszaak, tegen Albert, Filip én Astrid, trekt ze in.
Op 20 juni trok Delphine Boël naar de rechtbank van eerste aanleg in Brussel om via DNA-materiaal van de koninklijke familie haar familieband met hen te bewijzen. Maar omdat koning Albert II volgens artikel 88 van de Grondwet genoot van persoonlijke onschendbaarheid, dagvaardde ze ook zijn kinderen Filip en Astrid. Zondag heeft hij die immuniteit doorgegeven aan zijn zoon, koning Filip.
Boël spande de rechtszaak naar eigen zeggen aan omdat de situatie rond haar gezin "gedegradeerd is tot discriminatie ten opzichte van mij en mijn familie." Ze maakte half juni in een persbericht onder meer melding van afgesloten bankrekeningen of interferentie met haar professionele activiteiten. De 45-jarige wil het DNA bekomen van deze leden van de koninklijke familie in een poging te bewijzen dat zij wel degelijk de biologische dochter is van koning Albert II.
"Ik geloof niet dat mijn gerechtelijke actie de discriminatie zal stoppen of mijn persoonlijke relatie met mijn vader zal verbeteren, maar de bewijzen door DNA-tests zullen me zekerheid geven over mijn identiteit", zei Boël in juni. "Ik heb besloten een beroep te doen op de burgerlijke rechtbanken om een beetje duidelijkheid en transparantie te bieden", zei ze.
Delphine Boël kwam in oktober 1999 in de publiciteit door een klein zinnetje in de Paola-biografie van Mario Danneels. De koning sprak over "deze crisisperiode" in zijn kersttoespraak van 1999 maar zei er meteen bij dat "zij behoort tot ons privéleven".