onderhandelen
Advanced Bodybuilder
- Lid sinds
- 25 apr 2007
- Berichten
- 922
- Waardering
- 24
hier nog wat leesvoer:
Analoog
Geluidsregistratie/weergave in de vorm van een elektrische signaal met oneindig veel waarden dat direct hoorbaar gemaakt kan worden. Dit in tegenstelling tot digitaal, waarbij het signaal met digitale cijfers wordt uitgedrukt en pas hoorbaar gemaakt kan worden na omzetting met een digitaal naar analoog converter.
Mijn eigen ervaring met digitaal opgenomen muziek is dat het helder en licht aanhoort, net als de klanken op een warme, droge dag hoog in de bergen, maar dat er iets niet door mijn keel komt, alsof het moeilijk is de zojuist gehoorde muziek te kunnen wegslikken. Iets erin klinkt verhard en mechanisch. Vooral met de lage tonen, de bassen wordt gesjoemeld; die gaan op een speciale manier kraken.
Wat is er nu zo anders aan digitale registratie ten opzichte van de voorgangers, die alle analoog opnamen, dat wil zeggen een afbeeld maakten van de geluidsgolven in de lucht? Dat zit hem vooral in de manier van klankregistratie.
Een analoog apparaat maakt een zo exact mogelijk afbeeld van de trillingen in de lucht en slaat die op op basis van electromagnetische golven; een band- of cassetterecorder drukt dit uit in magnetische deeltjes die naar die trillingen worden gerangschikt, de versterker van een grammofoon vertaalt de trillingen in de groeven analoog in electromagnetische trillingen en versterkt die.
Bij digitale registratie worden de muzikale trillingen in blokjes geknipt, en deze blokjes worden genummerd (een computer doet dat in enen en nullen, dus in maar twee basisgetallen; hij doet het wel of hij doet het niet, en dat in onderlinge verhoudingen wanneer het om trillingen gaat). Deze blokjes geven geen geheel golvend patroon te zien zoals bij analoge registraties, maar juist opgesneden eenheden. Dat zijn discontinue stootjes (zie tekening 1 e), en dat hoor je als luisteraar. Je moet zelf de moeite doen om die verknipte blokjes tot een vloeiend geheel in je ziel te maken. Je moet dus al de nodige klankherinneringen aan waarachtige geluiden hebben, om deze reparatie in je ziel te kunnen maken. Dat vergt naast innerlijk werk ook al een stuk voorwerk, dat je als zielebagage met je meeneemt.
Een ander probleem dat zich hierbij voordoet, is de wezensvreemdheid van klanken die veel electronische muziekinstrumenten nu op kunnen roepen; daar zijn weinig ankers voor in de ziel, en die klinken al gauw ‘spacy’, meestal zelfs onderaards, demonisch. Waar moet je als luisteraar hier het aanknopingspunt vinden? Mijn eigen ervaringen met deze electronische instrumenten is dat ik er boos van werd; ik wèrd gemusiceerd, en hoefde nauwelijks zelf iets te doen met al die voorgeprogrammeerde ritmen, toonsequenties en klankkleuren – naast dat ik de onechtheid ervan beleefde, want niet overeenkomend met wat ik innerlijk hoorde aan klanken.
Warmte blijkt de grote weldoener te zijn die muziek tot zijn recht kan doen komen, daarnaast de vorm; die dient zo echt mogelijk te zijn, ofwel de frequenties van de klanken dienen zo goed mogelijk de werkelijkheid van de lucht te benaderen.
Bron:[Link niet meer beschikbaar]
[Link niet meer beschikbaar]
Analoog
Geluidsregistratie/weergave in de vorm van een elektrische signaal met oneindig veel waarden dat direct hoorbaar gemaakt kan worden. Dit in tegenstelling tot digitaal, waarbij het signaal met digitale cijfers wordt uitgedrukt en pas hoorbaar gemaakt kan worden na omzetting met een digitaal naar analoog converter.
Mijn eigen ervaring met digitaal opgenomen muziek is dat het helder en licht aanhoort, net als de klanken op een warme, droge dag hoog in de bergen, maar dat er iets niet door mijn keel komt, alsof het moeilijk is de zojuist gehoorde muziek te kunnen wegslikken. Iets erin klinkt verhard en mechanisch. Vooral met de lage tonen, de bassen wordt gesjoemeld; die gaan op een speciale manier kraken.
Wat is er nu zo anders aan digitale registratie ten opzichte van de voorgangers, die alle analoog opnamen, dat wil zeggen een afbeeld maakten van de geluidsgolven in de lucht? Dat zit hem vooral in de manier van klankregistratie.
Een analoog apparaat maakt een zo exact mogelijk afbeeld van de trillingen in de lucht en slaat die op op basis van electromagnetische golven; een band- of cassetterecorder drukt dit uit in magnetische deeltjes die naar die trillingen worden gerangschikt, de versterker van een grammofoon vertaalt de trillingen in de groeven analoog in electromagnetische trillingen en versterkt die.
Bij digitale registratie worden de muzikale trillingen in blokjes geknipt, en deze blokjes worden genummerd (een computer doet dat in enen en nullen, dus in maar twee basisgetallen; hij doet het wel of hij doet het niet, en dat in onderlinge verhoudingen wanneer het om trillingen gaat). Deze blokjes geven geen geheel golvend patroon te zien zoals bij analoge registraties, maar juist opgesneden eenheden. Dat zijn discontinue stootjes (zie tekening 1 e), en dat hoor je als luisteraar. Je moet zelf de moeite doen om die verknipte blokjes tot een vloeiend geheel in je ziel te maken. Je moet dus al de nodige klankherinneringen aan waarachtige geluiden hebben, om deze reparatie in je ziel te kunnen maken. Dat vergt naast innerlijk werk ook al een stuk voorwerk, dat je als zielebagage met je meeneemt.
Een ander probleem dat zich hierbij voordoet, is de wezensvreemdheid van klanken die veel electronische muziekinstrumenten nu op kunnen roepen; daar zijn weinig ankers voor in de ziel, en die klinken al gauw ‘spacy’, meestal zelfs onderaards, demonisch. Waar moet je als luisteraar hier het aanknopingspunt vinden? Mijn eigen ervaringen met deze electronische instrumenten is dat ik er boos van werd; ik wèrd gemusiceerd, en hoefde nauwelijks zelf iets te doen met al die voorgeprogrammeerde ritmen, toonsequenties en klankkleuren – naast dat ik de onechtheid ervan beleefde, want niet overeenkomend met wat ik innerlijk hoorde aan klanken.
Warmte blijkt de grote weldoener te zijn die muziek tot zijn recht kan doen komen, daarnaast de vorm; die dient zo echt mogelijk te zijn, ofwel de frequenties van de klanken dienen zo goed mogelijk de werkelijkheid van de lucht te benaderen.
Bron:[Link niet meer beschikbaar]
[Link niet meer beschikbaar]


