Wat kan Europa doen?
„Weinig, helaas. Brexit is een extreme uiting van middelpuntvliedende krachten in de hele EU. Wie wil er nou meer integratie, behalve president Macron en een half dozijn federalisten als ikzelf?”
Welke krachten bedoelt u precies?
„Die van het populisme, deels ook met autoritaire kanten, nationalisme, anti-immigratiesentiment. Al die dingen zijn een fenomeen binnen de ontwikkelde economieën. Of eigenlijk, van Europa en de VS. Want er zijn ook ontwikkelde economieën die niet of minder vatbaar lijken voor deze trend: Canada, Australië, Nieuw-Zeeland, Japan.
Wat hebben deze vier landen gemeen?
„ Ten eerste: ze hebben een relatief gelijke inkomensverdeling. De vruchten van de globalisering en van technologische vooruitgang zijn breed verdeeld.
Ten tweede: deze landen hebben hele hoge sociale mobiliteit, met uitzondering van Japan misschien. Eén van de redenen waarom mensen opstandig worden is dat ze vrezen dat hun kinderen slechter af zullen zijn dan zijzelf. In die vier landen speelt dat minder.
Ten derde: geen van deze landen is bijzonder hard getroffen door de financiële crisis. Populisme en anti-globaliseringssentiment lijken niet zozeer verband te houden met recessies, of zelfs met diepe recessies, maar met recessies die voortkomen uit een financiële crisis. Het vertrouwen in instituties krijgt dan dikwijls een schok en slaat dan om in woede. Mistrust, disgust.
En ten slotte: deze vier landen hebben geen grootschalig probleem met immigratie, omdat ze voor migranten moeilijk te bereiken te zijn.”