Vlaanderen dan toch niet geradicaliseerd
Bijna de helft van de kiesgerechtigde Vlamingen is voor het behoud van de federale staat, maar vindt wel dat de gemeenschappen en gewesten moeten worden versterkt. Slechts een kleine minderheid wil een splitsing van België. Dat blijkt uit een postelectoraal verkiezingsonderzoek van het Instituut voor Sociaal en Politiek Opinieonderzoek (ISPO) van de KU Leuven.
Na de verkiezingen van 2007, de moeizame regeringsonderhandelingen en communautaire perikelen is het beeld gevormd van een sterk geradicaliseerd Vlaanderen. Onterecht, zo blijkt uit een onderzoek van ISPO.
Ga naar de toegankelijk versie van de content die nu volgt.
Sinds 1991 is het aantal mensen dat de Vlaamse onafhankelijkheid nastreeft, niet significant gestegen (9,6%). Eenzelfde continuïteit is merkbaar aan de andere kant van het spectrum, bij hen die vinden dat het unitaire België moet worden hersteld (11,7%).
Bijna de helft van de Vlamingen (46%) vindt dat de gewesten en gemeenschappen meer bevoegdheden moeten krijgen, maar dan wel binnen een federaal kader. Een minderheid (11,2%) vindt dat de federale staat versterkt moet worden.
Een vijfde van de ondervraagden (20,6%) vindt dat er niets moet worden veranderd.
Belgicisten en separatisten in evenwicht
Meer dan de helft (53%) van zij die voor Vlaamse onafhankelijkheid kiezen, stemde op 10 juni 2007 voor Vlaams Belang. Slechts 14,8% van hen koos voor CD&V/N-VA.
De unitaristen vinden we voornamelijk bij de drie traditionele partijen: CD&V/N-VA (18,3%), SP.A-Spirit (21,4%) en Open VLD (19,5%), maar ook bij Vlaams Belang (17%).
Opvallend is dat - met uitzondering van Vlaams Belang - het aantal separatisten binnen een partij nooit significant groter is dan het aantal unitaristen.
Binnen SP.A-Spirit is de groep unitaristen zelfs 4,3 keer groter dan de groep separatisten. Binnen Open VLD zijn er 3 unitaristen tegenover 1 separatist en bij CD&V/N-VA is de verhouding 1,5 unitarist tegenover 1 onafhankelijke.
Desondanks is er voor de groep belgicisten geen politiek onderdak. Geen enkele partij heeft immers een duidelijke pro-Belgische lijn. De (even grote) groep Vlaamsgezinden daarentegen heeft keuze te over.
Beslissingsmacht bij Vlaanderen of België?
Op de vraag waar de beslissingsmacht in ons land moet liggen, in Vlaanderen of bij België, opteert 42,3% voor Vlaanderen en 40,6% voor België.
Daarmee is sinds 2003 een lichte tendenswijziging zichtbaar. Sinds 1991 was het aantal mensen dat voor België koos als machtcentrum iets groter (50%) dan het aantal mensen die richting Vlaanderen kijken voor beslissingen (33%). Sinds 2003 is de verhouding gekanteld naar 40 - 40%.
Dezelfde cijfers zien we terugkeren als we polsen naar de mogelijke splitsing van de sociale zekerheid. 42% is voor de splitsing, 41,2% wil de sociale zekerheid op federaal niveau behouden.
Opvallend, er is minder solidariteit wat betreft tewerkstelling en arbeid. Meer mensen (53%) zijn gewonnen voor de regionalisering van deze materie. Slechts 27% vindt dat een slecht idee.
Staatshervorming is geen prioriteit
Opmerkelijk is dat bij slechts 19% van diegenen die vinden dat ons land gesplitst moet worden, de staatshervorming ook degelijk een rol heeft gespeeld in het stemhokje.
Uiteindelijk is de splitsing van België dus maar doorslaggevend voor zo'n 3,9 procent van het Vlaamse electoraat , een gelijkaardig cijfer als bij de verkiezingen van 1991.
De staatshervorming komt ook maar op de 11e plaats als mensen een rangorde wordt gevraagd van 3 thema's die hun stemgedrag richting geven. Op de eerste plaats staat werkgelegenheid en tewerkstelling.
38,7% van de ondervraagden duidt werk aan als thema waar hij rekening mee hield toen hij zijn stem uitbracht. Gezondheidszorg en pensioenen volgen met respectievelijk 36% en 34,1%.
De inzet van de verkiezingen van 2007 bleek dus veeleer sociaal-economisch dan communautair geïnspireerd.
Bron: deredactie.be