De twee eigenzinnige balkunstenaars delibireerden lapidair over de te varen koers. Het vijftien minuten durende interbellum naderde zijn einde en de grootmeesters maakten hun ploeggenoten op niet misteverstane wijze duidelijk dat ze zich geen faux pas meer konden veroorloven.
Johan Cruijff, de ene potentaat van het koningskoppel, maande zijn roodwithemden met volle overgave ten aanval te trekken, terwijl Piet Keizer vanuit een gesloten defensie de zegekar extra wou belasten.
Cruijff zou uiteindelijk gelijk krijgen. Ajax won op deze zwoele nazomeravond in mei 1972 de Europacup door Internazionale met 2-0 op de pijnbank te leggen.
Eén van de doelpunten kwam door het koningskoppel tot stand. In een symbiose van brille en gogme deponeerde linksbuiten Piet Keizer het ronde leer feilloos op het hoofd van Cruijff. Met een gevoelige kopbal passeerde hij de Italiaanse keeper, die in een uiterste krachtsinspanning zelfs niet in de buurt van het leer kon geraken. Een oorverdovend gejuich steeg op na dit roodwitte huzarenstukje en zelfs de Zuid-Europese commentatoren zwegen geëpateerd.
Natuurlijk kreeg Johan Cruijff de meeste aandacht na de zoveelste Europese glorietocht, maar de architect van dit succes was toch echt Piet Keizer.
De sierlijke linksbuiten werd door zijn intimi tot de allergrootsten gerekend en ook binnen Ajax kon hij op veel waardering rekenen. Zonder het voorwerk van Keizer was Cruijff als een hamer zonder handvat.
Keizer bleef echter bescheiden onder zijn succes en bleef zijn taken clement uitvoeren.
De schaar werd Keizers handelsmerk. Als geen ander kon hij zijn twee krachtige benen in een vloeiende beweging rondom de bal bewegen waarna hij met een zuivere sleepbeweging zijn tegenstander te kijk zette.
Als geen ander was hij in staat loepzuivere en effectieve voorzetten af te leveren.
Johan Cruijff was de man van de belangrijke goals en de onvergetelijke momenten. Piet Keizer was de man die hem immer in stelling bracht. Hoewel Keizer al enkele jaren de agoog was van de Amsterdamse spelersgroep,
begon Cruijff zich langzamerhand op te werpen als de nieuwe leider. De sierlijke flankspeler liet hem zijn gang gaan, maar maakte zich zorgen over de ontstane situtatie.
Twee jaar later barstte de bom dan toch. De Mokumse spelersgroep ergerde zich aan de rol die Cruijff zich toe eigende en diende een motie van wantrouwen in. Kort hierna vertrok Cruijff naar FC Barcelona. Het illustere koningskoppel viel plotsklaps uit elkaar. Na het vertrek van de meester bleek dat Keizer een afmaker ontbeerde, een man die zijn feilloze voorzetten af kon maken. Helaas voor de schaarkoning was er niemand die deze dankbare taak op zich nam.
Het Amsterdamse vlaggenschip was lek en Keizers inspanningen waren niet meer toereikend voor een etherisch seizoen. Na dit teleurstellend verlopen voetbaljaar hing Keizer zijn kicksen aan de wilgen.
De oer-Ajacied had op dat moment 365 wedstrijden in het roodwit gespeeld en had miljoenen mensen in vervoering gebracht met zijn fantastische passeerbewegingen.
Hoewel vele voetballiefhebbers het niet droog konden houden na de bekendmaking van zijn vertrek, verkeerde menig rechtsback in staat van euforie. De rechterverdedigers waren jarenlang aan alle kanten voorbijgelopen door de ongekroonde schaarkoning en waren blij dat ze niet langer als joker hoefden te fungeren in het spel van Keizer.
Zelf resigneerde Keizer in het einde van zijn loopbaan en was trots dat hij als prominent deel kon uitmaken van de roemruchte geschiedenis van de Godenzonen.
En de Godenzonen waren trots dat de roemruchte schaarkoning Piet Keizer deel uit maakte van hun geschiedenis.
Johan Cruijff, de ene potentaat van het koningskoppel, maande zijn roodwithemden met volle overgave ten aanval te trekken, terwijl Piet Keizer vanuit een gesloten defensie de zegekar extra wou belasten.
Cruijff zou uiteindelijk gelijk krijgen. Ajax won op deze zwoele nazomeravond in mei 1972 de Europacup door Internazionale met 2-0 op de pijnbank te leggen.
Eén van de doelpunten kwam door het koningskoppel tot stand. In een symbiose van brille en gogme deponeerde linksbuiten Piet Keizer het ronde leer feilloos op het hoofd van Cruijff. Met een gevoelige kopbal passeerde hij de Italiaanse keeper, die in een uiterste krachtsinspanning zelfs niet in de buurt van het leer kon geraken. Een oorverdovend gejuich steeg op na dit roodwitte huzarenstukje en zelfs de Zuid-Europese commentatoren zwegen geëpateerd.
Natuurlijk kreeg Johan Cruijff de meeste aandacht na de zoveelste Europese glorietocht, maar de architect van dit succes was toch echt Piet Keizer.
De sierlijke linksbuiten werd door zijn intimi tot de allergrootsten gerekend en ook binnen Ajax kon hij op veel waardering rekenen. Zonder het voorwerk van Keizer was Cruijff als een hamer zonder handvat.
Keizer bleef echter bescheiden onder zijn succes en bleef zijn taken clement uitvoeren.
De schaar werd Keizers handelsmerk. Als geen ander kon hij zijn twee krachtige benen in een vloeiende beweging rondom de bal bewegen waarna hij met een zuivere sleepbeweging zijn tegenstander te kijk zette.
Als geen ander was hij in staat loepzuivere en effectieve voorzetten af te leveren.
Johan Cruijff was de man van de belangrijke goals en de onvergetelijke momenten. Piet Keizer was de man die hem immer in stelling bracht. Hoewel Keizer al enkele jaren de agoog was van de Amsterdamse spelersgroep,
begon Cruijff zich langzamerhand op te werpen als de nieuwe leider. De sierlijke flankspeler liet hem zijn gang gaan, maar maakte zich zorgen over de ontstane situtatie.
Twee jaar later barstte de bom dan toch. De Mokumse spelersgroep ergerde zich aan de rol die Cruijff zich toe eigende en diende een motie van wantrouwen in. Kort hierna vertrok Cruijff naar FC Barcelona. Het illustere koningskoppel viel plotsklaps uit elkaar. Na het vertrek van de meester bleek dat Keizer een afmaker ontbeerde, een man die zijn feilloze voorzetten af kon maken. Helaas voor de schaarkoning was er niemand die deze dankbare taak op zich nam.
Het Amsterdamse vlaggenschip was lek en Keizers inspanningen waren niet meer toereikend voor een etherisch seizoen. Na dit teleurstellend verlopen voetbaljaar hing Keizer zijn kicksen aan de wilgen.
De oer-Ajacied had op dat moment 365 wedstrijden in het roodwit gespeeld en had miljoenen mensen in vervoering gebracht met zijn fantastische passeerbewegingen.
Hoewel vele voetballiefhebbers het niet droog konden houden na de bekendmaking van zijn vertrek, verkeerde menig rechtsback in staat van euforie. De rechterverdedigers waren jarenlang aan alle kanten voorbijgelopen door de ongekroonde schaarkoning en waren blij dat ze niet langer als joker hoefden te fungeren in het spel van Keizer.
Zelf resigneerde Keizer in het einde van zijn loopbaan en was trots dat hij als prominent deel kon uitmaken van de roemruchte geschiedenis van de Godenzonen.
En de Godenzonen waren trots dat de roemruchte schaarkoning Piet Keizer deel uit maakte van hun geschiedenis.
Laatst bewerkt:




