Van AR gekopieerd:
Het schijnt zo te zijn dat als je onder de 12% zit met bodyfat (bij vrouwen is dat 17%) dat je dan makkelijker in spiermassa aankomt. Zowel vetcellen en spiercellen heb insuline receptoren. Insuline is een anabool hormoon zoals je wellicht weet, het brengt eiwitten en koolhydraten naar je cellen.
Als je veel vetmassa hebt, gaat er dus relatief veel voedingsstoffen naar je vetmassa, met als resultaat meer opslag van vet. En minder voedingstoffen naar je spiermassa, dus minder groei. Andersom geldt dus, weinig vet, meer voedingsstoffen naar spiermassa, meer groei.
Daarnaast lagere bodyfat, betekent lagere insuline afgifte, dus minder snel kans op verhoging van je bodyfat. Dus het wordt makkelijker om je vetpercentage te behouden als je laag zit.
Als je veel vetmassa hebt, betekent hoge insuline afgifte. Resultaat van telkens zo'n hoge insuline afgifte is dat de insuline receptoren in de spiercellen ongevoelig worden voor glycogeen opslag. Dat betekent dus minder groei.
Het lichaam blijft maar veel insuline afgeven, resultaat is dus dat je steeds dikker wordt.
Iemand die een 700kcal maaltijd eet die dik is, reageert met hogere insuline afgifte dan iemand die een laag vetpercentage heeft.
Het schijnt zo te zijn dat als je onder de 12% zit met bodyfat (bij vrouwen is dat 17%) dat je dan makkelijker in spiermassa aankomt. Zowel vetcellen en spiercellen heb insuline receptoren. Insuline is een anabool hormoon zoals je wellicht weet, het brengt eiwitten en koolhydraten naar je cellen.
Als je veel vetmassa hebt, gaat er dus relatief veel voedingsstoffen naar je vetmassa, met als resultaat meer opslag van vet. En minder voedingstoffen naar je spiermassa, dus minder groei. Andersom geldt dus, weinig vet, meer voedingsstoffen naar spiermassa, meer groei.
Daarnaast lagere bodyfat, betekent lagere insuline afgifte, dus minder snel kans op verhoging van je bodyfat. Dus het wordt makkelijker om je vetpercentage te behouden als je laag zit.
Als je veel vetmassa hebt, betekent hoge insuline afgifte. Resultaat van telkens zo'n hoge insuline afgifte is dat de insuline receptoren in de spiercellen ongevoelig worden voor glycogeen opslag. Dat betekent dus minder groei.
Het lichaam blijft maar veel insuline afgeven, resultaat is dus dat je steeds dikker wordt.
Iemand die een 700kcal maaltijd eet die dik is, reageert met hogere insuline afgifte dan iemand die een laag vetpercentage heeft.


