Om het eerst over Maslow’s piramide te hebben: motivatietheorien op basis van behoeften zijn minder ‘sterk’ (hebben minder predictie) dan motivatietheorien op basis van doelen.
Hoe kan je met motivatietheorien op basis van behoeften zelf-destructief gedrag verklaren zoals vb zoals roken e.a. Welk homeostase systeem in ons duwt ons naar die richting ?
En als je motivatie inherent verankerd ziet in de behoeften van de mens, dan maak je het moeilijk om te snappen hoe motivaties afhankelijk zijn van toekomstverwachtingen/sociale beinvloeding ? (hoe laat je een kind meer studeren ? Hoop je dat je kind een inherente behoefte zal hebben bij zijn geboorte ?).
Een denkkader van ‘doelen’ heeft een groter consensus en verklarende factor dan een denkkader van ‘behoeften’.
En om naar het welzijnsaspect van maslow’s theorie te gaan. Een studie van diener, horowitz en emmons(1985) heeft geen link aangetoond tussen de plaats in hierarchie en overall gelukkig-zijn. Sterker nog, Maslow heeft zelf in zijn boek gezegd dat gelukkigheid niet noodzakelijk komt met het bereiken van de hoogste top in zijn piramide.
Wat mij vaak opvalt in de discussies rondom kapitalisme vs andere economische systemen (vaak communisme) is dat kapitalisten graag verwijzen naar hun superieure welvaart. En impliciet verwijzen ze dat hun regio rijk is aan alle andere belangrijke waarden die 'ze' hebben. (gelukkigheid, gezondheid, vrede en welvaart).
Kapitalisme heeft ons idd veel bijgebracht, maar het is geen never-ending machine. Ik heb gemerkt, vanuit de positie van een gezondheidsdiscipline, dat het westen vb gekenmerkt wordt door talloze ernstige pathologien. En dan heb ik het enkel over de psychische zoals depressie, chizofrenie, angstoornissen,...(je hebt ook nog vb de fysische zaken zoals obesita’s, hart en vaatziekten, suikerziekte, etc). Een recente studie van WGO gaf zelfs aan dat depressie in 2020 de meest voorkomende (psychiche?) ziekte zal zijn.
En ik zie juist in kapitalisme alle kenmerken dat destructief is voor de menselijke welzijn.
Het eerste en misschien mildste en overmijdelijkste karakter is het competitie/conflictsysysteem. De posities die mensen zullen aannemen heeft een impact dat een blijvend invloed zal aannemen. In sterk hierarchische groepen komt het welbevinden van alle mensen in het gedrang. Mensen die in hogere posities zitten voelen zich over het algemeen beter dan de lageren, maar ze zullen altijd (in meer of mindere mate) in angst leven om niet ten onder te vallen.
Mensen in de lagere sferen zijn ****ed up tot en met. Cijfers tonen aan dat de meeste pathologien eigenlijk zich nestelen in de lagere sferen. (studie van ostberg naar statusdifferentiatie bij kinderen)
Toegegeven, de sociale stratificatie is in usa vele malen sterker, dan in canada of in scandinavische landen (die zijn meer egalitairder en met meer positieve gevolgen (mortaliteit) van de welzijn voor alle lagen van het bevolking. Kaplan, 1995) Geen flauw idee welk mechanisme daarachter zit, maar het toont wel mooi aan dat een gelijke inkomensdistributie ons levenskwaliteit beïnvloedt, ongeacht rijk of arm.
Een ander studie toont aan dat in landen met een grotere inkomensongelijkheid, dat de economie NIET optimaal functioneert. (mensen met teveel kapitaal investeren niet meer optimaal, in de onderste laag circuleert geen kapitaal en hebben geen toegang tot micro-kapitaal op een goedkope manier. In elke laag wordt de economie dus slechts sub-optimaal aangesproken). Studie heet: Inequality and economic growth: the perspective of the new growth theories (Philippe aghion, eve caroli, dec 1999)
Een 2de kenmerk is het materialisme. Ik denk dat iedereen de citaat kent van: geld maakt niet gelukkig. Toch is het westerse-wereld gekenmerkt door een overdaad aan materialistische behoefte-bevredigende gedragingen. De psychologische literatuur is hier duidelijk om: Materialisme brengt geen welzijn, maar juist het tegenovergestelde. Een onbevredigend gevoel (ons behoefte is eindeloos), depressie, angst, isolatie,...
Net de waarden die momenteel in de achtergrond zitten (door dat materialisme) bieden een betere welzijnsgevoel en dat zijn o.a. een sociaal band met anderen, competentie en hoog zelf-waarde.
Evenals het 3de kenmerk van kapitalisme waar de psychologie veel onderzoek naar gedaan heeft:individualisme.
Ogenschijnlijke voordelen geeft dat ons een autonoom karakter, een hogere graad van zelf-ontploiing, etc...
De nadelen zijn: een verhoogde gevoel van onzekerheid, groter kans op faalangsten, verminderde referentiekaders, verminderd gemeenschapsgevoel en ondersteuning van anderen (isolatie, alienation), verhoogd druk op persoonlijke controle en verantwoordelijkheid.
Kapitalisme heeft zowat DE kenmerken om de mens’ welzijn goed te ****en over het algemeen. De waarden in ons regio zijn fundamenteel anders dan waarden in andere regio waar ‘collectieve’ kenmerken overheersen (zoals in latijns amerika, azie, midden-oosten) en de cijfers van pathologien zijn daar betrekkelijk lager. (fundamenteel anders: lees: als wij helemaal links zitten op het continuum van individualisme, dan zitten anderen waar er weinig psychische pathologien manifesteren op de rechtse zijde van de continuum). Anderen argumenteren dat dit ook komt doordat onze technieken beter zijn voor detectie, maar ik denk toch wel dat dat niet alles verklaart.
Dit is hier zeker geen pleidooi voor een marxistisch of neo-marxistische model ofzo en een sluitend antwoord heb ik ook niet, maar heb het gevoel dat het huidig systeem verre van zaligmakend is en dat de weg die we opgaan in een individualistische, materialistische en sociaal ongelijke wereld bijzonder lelijk is.