Fitness Seller

Reportage muaythai gala-nieuwe revue-door: Henk van Straten

Bezoekers in dit topic

tremendes

Monstrous Giant
10 jaar lid
Lid geworden
16 nov 2006
Berichten
11.662
Karma
2.927
Lengte
1m86
Massa
102kg
In de grote hal van sport- en evenementencentrum Bruinsma is een boksring opgebouwd. De rijen stoeltjes eromheen bieden plaats aan tweehonderdtwintig toeschouwers. Aantal partijen: tweeëntwintig. Entree: vijftien Euro. Het is nog vroeg, de jeugd is aan de beurt. In de ring staan twee jongetjes van een jaar of zeven op elkaar in te slaan en schoppen. Ze dragen grote bokshandschoenen, dikke scheenbeschermers en een helm die behalve hun hoofd ook het meeste van hun gezicht beschermt. De kleine mannetjes vechten wild als bokkende lammeren. Hun trainers, achter de touwen in respectievelijk de blauwe en de rode hoek, roepen instructies naar ze. 'Lowkicks geven, Danny. Niet alleen boksen.' In het publiek zitten ouders, broertjes en zusjes. Er wordt koffie gedronken uit witte plastic bekertjes. Hier geen VIP-tafels, geen flessen champagne. De ouders en broertjes roepen, de zusjes krijsen. Kinderen in glanzende kickboksbroekjes rennen tussen de stoelen door. Ze spelen tikkertje, sommigen met hun scheenbeschermers nog aan. Overal hangt de penetrerende geur van tijgerbalsem.
​Ondertussen, in een kamertje dat provisorisch is ingericht als weegruimte, stapt de negentienjarige Yasir, uitgekleed tot op zijn onderbroek, op een weegschaal. Eén meter vijfenzeventig lang en graatmager. Rib, pees en spier. Als je hem zo ziet staan, denk je meteen dat hij het koud heeft. Alsof iemand met zo weinig vet het haast wel koud móet hebben. Maar zijn gezicht is ontspannen en sereen. Naast hem, achter een bureau, zit een man met pen en papier. Ook de drie andere vechters van trainer Yahya Mokthari kleden zich uit. Met Yahya erbij, en nog twee andere jongens die vandaag zijn vanuit Kralingen mee naar Groningen zijn gekomen, begint het hier aardig krap te worden. Een dichtbegroeid woud van blote ledematen.
​'Drieënvijftig en een half,' zegt de man.
​Yasir grijnst: netjes een halve kilo onder de bovengrens van zijn gewichtsklasse. Onder de andere drie vechters is er één die te zwaar wordt bevonden. Hij mag niet vechten voordat hij minstens anderhalve kilo is kwijtgeraakt. Farid - door de andere jongens gekscherend Fred genoemd - is met zijn achtentwintig jaar en zesentachtig kilo de oudste en zwaarste van het stel. Vandaag mag hij de hoofdpartij vechten. Dat wil zeggen, als hij zijn gewicht haalt. Yahya sommeert hem om een vuilniszak aan te trekken, de fitnesszaal op te zoeken en twee liter vocht uit zijn lijf te zweten. Farid volgt de orders op zonder vloek of weerwoord.

Muay Thai, zo heet deze sport officieel. Vaak wordt het Thaiboksen genoemd, nog vaker kickboksen. Toch is kickboksen geen Thaiboksen. Bij kickboksen mag je geen knietjes en ellebogen geven, bij Thaiboksen wel. Bij kickboksen mag je niet clinchen (elkaar vastpakken), bij Thaiboksen wel. Overigens verschillen deze regels per bond en per land. Zo mogen de jonkies die nu in de ring staan nog geen knietjes en ellebogen geven. En ze mogen elkaar natuurlijk ook niet op de rug slaan, maar dat is zo makkelijk nog niet. Jong als ze zijn, meppen en schoppen ze er wild op los. De scheids is vooral bezig met streng toespreken.
​Yahya kijkt ernaar en schudt zijn hoofd. 'Ik laat mijn jongens geen wedstrijden vechten voor ze zestien zijn. Ik ben hier geen voorstander van.'
​'Ik vind het hilarisch,' zegt Yasir. 'Heb je op internet wel eens dwarf fights gezien? Lilliputters in de ring. En die zijn gewoon góed hoor!'
​Tijdens het vechten klinkt er een Oosterse en opzwepende mix van hobo's, drums en cimbalen, 'Sarama' genaamd. In Zuidoost-Azië wordt deze muziek vaak ter plekke door muzikanten gespeeld en is er sprake van en wisselwerking tussen vechters en muzikanten. Sneller, harder, koortsiger, scherper. Hier wordt er gewoon een cd'tje opgezet. En zodra er even niet wordt gevochten, dus ook die halve minuut tussen de rondes door, moet het wijken voor stampende housemuziek.
​Twee jonge meisjes klimmen de ring in, hun haar gevlochten en strak naar achteren gebonden. Wanneer na drie korte rondes één van de twee heeft gewonnen, begint de ander te huilen. Ze wordt getroost door haar trainer en haar moeder, haar gezicht rood en nat, ingeklemd door die enorme, onhandige helm.

In de smalle kleedkamer hangt de jonge, potige vechter Marouane zijn jas aan een haakje en zegt: '****ed up voor Farid, man.'
​ Yahya, éénentwintig jaar oud een daarmee de jongste trainer van Nederland, wil er niet te veel woorden aan vuil maken. 'Jullie moeten je gewicht in de gaten houden. Een kilo is er zo bijgekomen. Geldt ook voor jou.' Hij spreekt nu tegen Adil, een jongen met de fonkeling van opstandigheid en arrogantie in zijn ogen. 'Je had mazzel, je was bijna te zwaar.'
​'Te veel broodjes shoarma,' zegt Marouane.
​Maar dat dit een tegenvaller is, voor zowel Farid als Yahya, is aan de sfeer te merken. De beste vechter van het team, de enige die in een hogere klasse vecht, staat zich nu al uit te putten, en daarnaast is het ook psychisch een klap om te verwerken.
​Sporttassen worden opengeritst. Tubes zalf komen tevoorschijn. Flesjes olie, rollen verbandgaas, tape, trossen bananen, netten mandarijnen, plastic bakken met koude pasta. Binnen een mum van tijd lijkt het alsof de jongens hier al dagen bivakkeren. Buiten de kleedkamer klinkt de kreet 'Ush-ush-USH!' van iemand op de gang die twee linkse directen en een rechtse hoek plaatst op de pads van zijn trainingsmaatje. En nog een keer. Snel-snel-HARD. Snel-snel-HARD.
​Marouane moet als eerste van de vier de ring in. Hij zal, net als Yasir en Adil, één van zijn eerste wedstrijden vechten. Het zijn N-klasse wedstrijden. De N staat voor nieuweling. Drie ronden van anderhalve minuut met daartussen rustperioden van dertig seconden. In totaal dus vier en een halve minuut vechten. Het lijkt zo kort, maar deze jongens dragen geen helm en geen scheenbeschermers. De knieën mogen worden gebruikt, hetzij niet naar het hoofd. En voordat je een N-klasse partij mag vechten, heb je al heel wat potjes gespard in de sportschool. Als je de relativiteit van tijd wilt ervaren, moet je een keer anderhalve minuut in de ring verblijven met een afgetrainde Thaibokser.
​'Al die haren!' zegt Yahya tegen Marouane terwijl hij de onderbenen van zijn pupil masseert. 'Je bent een behaarde Marokkaan, jij.'
​'Weet je zeker dat je geen Turk bent?' grapt Ali, zelf een Turk en vandaag de enige niet-Marokkaan in de groep.
​De spanning in de kleedkamer neemt toe. 'Waar is mijn tegenstander?' wil Adil weten. 'Die mannetje is al dertig of zo, man! Wolla! Ah, maakt me ook niet uit. Ik heb toch schijt.'
​Yahya negeert de bravoure en praat tijdens het masseren tegen Marouane. 'Hij is korter dan jou, dus je moet afstand houden. Maar niet naar achteren lopen. Gewoon je spel spelen. En niet overmoedig worden. Niet alleen Hassans en Mo's zijn sterk, Jantjes en Pietjes zijn ook sterk.' Dit laatste zegt hij niet alleen tegen Marouane, maar ook tegen de anderen. Alle vier de vechters hebben vandaag een Nederlandse tegenstander. Yahya glijdt met zijn duim langs het scheenbeen van Marouane. 'Er is in ieder geval niks mis met je botvlies.' En dan, als hij ziet hoe nerveus zijn jongen is, grijpt hij hem bij zijn nek trekt hij hem naar zich toe. Hun voorhoofden raken elkaar. 'Hé,' zegt hij. 'Komt goed hè. Je bent niet alleen.'
​Yahya Mokthari heeft het respect van zijn vechters. Zelfs dat van de zeven jaar oudere Farid. In zijn sportschool wordt geen onderscheid gemaakt tussen geslacht of ras. 'We hebben zelfs een Jood,' vertelt hij trots. 'Die werkt bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Soms helpt hij één van de andere jongens bij het schrijven van een sollicitatiebrief.' Er wordt niet stoer gedaan over vechtpartijen op straat. Er wordt niet gepraat over drugs of over dikke auto's. 'Ik ben niet bang dat één van mijn jongens vecht tijdens het stappen. Ze weten dat iedereen in de sportschool het afkeurt.' De wereldberoemde en momenteel gedetineerde K1-vechter Badr Hari heeft hem dan ook zwaar teleurgesteld. 'Hij had een rolmodel kunnen zijn. Maar je ziet wel dat zijn gedrag wordt veroordeeld door bijna de hele kickbokswereld. In die zin is het goed, er wordt gepraat over hoe het beter kan.' Ook de schietpartij in Zijtaart, waarbij een dode viel, stemt Yahya droevig. 'De rotte appels zijn eigenlijk nooit de vechters. Het zijn de mensen aan die VIP-tafels. Veel gala's doen daar al niet meer aan. Kijk, de spanning in het publiek loopt op. Het is een agressieve sport. Je vriend gaat vechten. Mensen die zelf niet vechten ervaren dat anders. Die hebben die zelfdiscipline niet. Er moeten dus voldoende beveiligers zijn, maar dat heeft niet direct met kickboksen te maken. Een wedstrijd van Feyenoord gaat ook niet goed zonder honderd agenten.'
​Farid komt de kleedkamer binnen. Rood en bezweet, maar met een brede grijns. Hij is opnieuw gewogen en mag vechten. 'Kan Sonja Bakker nog wat van leren!' Tevreden opent hij een reusachtige bak met koude pasta en begint te eten. Iemand van de organisatie klopt op de deur en verkondigt dat de partij vlak voor de pauze niet doorgaat. De jongens zijn in rep en roer. Alleen Yasir blijft rustig. Op zijn badslippers slentert hij naar zijn grote rugzak om er een flesje felgekleurd sportdrank uit te pakken. 'Als het moment komt, dan komt het.' Zijn huidskleur doet zelfs een beetje bleek aan, alsof hij zich niet helemaal lekker voelt, maar zijn ogen zijn helder en alert. Zelf praat hij niet veel, maar als iemand anders praat, kijkt hij diegene geconcentreerd aan zonder weg te kijken. Hij volgt een opleiding detailhandel, maar heeft nog geen idee wat hij met zijn diploma wil gaan doen. Muay Thai heeft voorrang boven alles. Hij drinkt en rookt niet. Hij gaat niet op stap en hij gebruikt geen drugs. 'Veel van m'n vrienden wel, maar daar kan ik wel mee omgaan.'
​Marouane's vuisten worden door Yahya secuur ingewikkeld met gaas en ingetapet. Dan moet hij zich warm stoten. 'Ush-ush-USH!' Afmaken met een lowkick. Enkele minuten voordat Marouane in de ring wordt verwacht, gaan alle jongens vlak bij elkaar staan. Ze buigen hun hoofd en reciteren de laatste drie passages uit de Koran, hun fluisterstemmen ceremonieel in de stilte. En dan is het tijd.
​Tegenstander Jan geeft de eerste ronde meteen alles wat hij in zich heeft. Marouane deinst terug, maar houdt stand. In de tweede neemt hij het over. Jan maakt een achterwaartse trap, mist en valt op het canvas. 'Oeh!' doet het publiek. Zijn zelfvertrouwen is gebroken. Marouane wint. Nadat de scheids zijn hand omhoog heeft gehouden, kotst hij in de ring. Een collectieve kreet van walging.
​Yahya is blij met de uitkomst, maar wil niettemin weten: 'Waarom geef jij een lowkick op een scheen?'
​Dan is Adil aan de beurt. Hij neemt het op tegen Tom, een afgetrainde en kaalgeschoren Nederlander van, inderdaad, een jaar of dertig. De twee geven meteen vol gas. De stoten zijn vaak wijd en mis. Allebei zijn ze in de derde ronde volledig uitgeput. Als toeschouwer zie je de gapende openingen in de dekking en wil je er haast zelf naartoe lopen om een strakke uppercut te geven, maar je weet dat explosiviteit voor de vechters op dit punt geen optie meer is. Ze zijn veroordeeld tot vechten in slowmotion.
​Adil wint. Extatisch komt hij de kleedkamer binnen. 'Die man was wel goed, mattie!' Onder de douche volgt een kreet van pijn: 'Aaaah! M'n gezicht! Wolla!' En dan: 'Wie heeft mijn shampoo?!' Zijn vriend Marouane komt binnen en roept: 'Die man is kapot!' Hij doet alsof hij mank loopt, laat zijn tong uit zijn mond hangen. 'Hij loopt zo.' Yahya werpt hem een strenge blik toe.
​ Tijdens de voorgaande twee partijen liep Yasir kalm om de ring heen, als een ranke tijger. Af en toe riep hij iets ter aanmoediging, maar verhit raakte hij geen moment. Nu, in de kleedkamer, drukt hij zich een paar keer op en begint hij te stretchen. Nog steeds is niet precies duidelijk hoe laat hij de ring in moet. Hij gaat staan en geeft een paar knietjes. Ze zijn majestueus: eerst schiet de knie omhoog en naar voren en dan, als een tweetrapsraket, nog iets verder omhoog en nog iets verder naar voren. En zó soepel. Kalm en zwijgzaam laat hij zich door Yahya inwikkelen en intapen. Af en toe krijgt hij een kneep in zijn nek of een schouderklop van één van zijn maten. 'Kom op.' 'Gewoon je spelletje spelen.' 'Ik hou van jou hè.' Wanneer hij weer is gaan staan en zijn bovenlijf wordt gemasseerd door Yahya en Ali, kan hij door de kracht van hun bewegingen haast zijn evenwicht niet bewaren, zo licht en klein is hij.
​Een klop op de deur. Het is al tijd. Eerder dan verwacht. Yahya begint een beetje te protesteren, maar stopt wanneer hij ziet dat het niet nodig is. Yasir is er klaar voor. En dan, pas voor de tweede keer in zijn jonge leven, klimt Yasir de ring in. Zijn tegenstander, Robin, is een al even kleine en tengere Nederlandse jongen met kort blond haar en één oog dat ietwat loenst. De twee duwen hun bokshandschoenen tegen elkaar aan. De Thaise hobo's beginnen te jengelen. Het publiek schreeuwt en gilt. Vooral de groep matties uit Kralingen - pas zojuist gearriveerd, een paar met bontkragen - laat zich horen. 'Ik wil bloed zien!' roepen ze.
​De jongens stoten en trappen flitsend snel. Dus dit is waar bot, pees en spier toe in staat zijn. Al gauw heeft Yasir zijn tegenstander in een hoek gevochten. Robin is goed en snel, maar Yasir geeft hem geen kans om in de wedstrijd te komen. Yasir is beter, sneller, kalmer, vastberadener. Robin komt amper zin hoek uit. Soms landen er zoveel vuistslagen achter elkaar dat het doet denken aan een afranseling in een tekenfilm. Yasir tracht een achterwaartse trap en raakt. Na drie ronden is het beslist. De scheids tilt Yasirs hand omhoog.
​Trainer Yahya is blij, maar nog steeds beheerst, wat afstraalt op zijn jongens. Het is makkelijk om te vergeten dat deze trainer pas éénentwintig jaar oud is.
​Op weg naar de kleedkamer wordt er naar Yasir gejoeld door zijn matties. Hij loopt door de kantine en de gangen, passeert jongens die staan warm te slaan, koffie drinkende ouders, pokdalige mannen en spelende kinderen. Vechters en trainers van andere teams doen hun best zo nonchalant en onaangedaan te kijken. De geur van machismo is hier even goed te ruiken als die van tijgerbalsem. Maar Yahya kan het niets schelen; hij omhelst zijn zwijgzame, kleddernatte vechter.
​In de kleedkamer stapt Yasir meteen onder de douche. Yahya ontfermt zich over Farid. De druk is groot; de drie jongens die hem voorgingen hebben alledrie gewonnen en kunnen hunnen uitbundige blijdschap niet verbergen. De sfeer van overwinning hangt in de lucht. En eerder op de dag had hij natuurlijk dat gedoe met het wegen en zweten. Zijn al deze factoren debet aan het feit dat hij in de laatste ronde, terwijl hij op punten flink voor staat, die voorwaartse trap naar zijn maag niet ziet aankomen? Hoe dan ook: hij verliest. De trap heeft zijn adem weggenomen. Niet alleen Hassans en Mo's zijn sterk, ook Jantjes en Pietjes zijn sterk. Of in dit geval een Ray.
​De hobo's hebben er definitief het zwijgen toegedaan. De housemuziek is oppermachtig. Er wacht de lange rit terug naar Kralingen. Evalueren in het personenbusje. En dan zal Yahya zijn jongens moeten loslaten in het wild, waar de verleidingen loeren, waar de geldingsdrang heerst en de foute vriendjes wachten. Maar hij heeft er alle vertrouwen in, deze jonge trainer, dat ze bij de eerstvolgende training allemaal weer aanwezig zullen zijn. En dat ze zich zullen hebben gedragen.
 
Laatst bewerkt:
mooi stuk!
 
Back
Naar boven