Veel bijwerkingen van AAS zijn van cosmetische aard, zoals gynecomastie en acne vulgaris, en vormen geen bedreiging voor de gezondheid. Cardiale afwijkingen daarentegen kunnen levensbedreigend zijn. Al jarenlang is bekend dat AAS gebruik mogelijk kan leiden tot cardiovasculaire aandoeningen. Een klein pati"ent-controleonderzoek gedaan onder Finse powerlifters waarvan men dacht dat de kans groot was dat zij AAS gebruikten, suggereert dat cardiale afwijkingen een prominente rol innemen bij een vroegtijdige dood in deze populatie \cite{parssinen2000increased}. Een post-mortem studie van 34 AAS gebruikers laat eenzelfde beeld zien \cite{thiblin2000cause}. Enkele casussen doen ook melding van een plotselinge hartdood bij AAS gebruikers \cite{dickerman1995sudden, hausmann1998performance, fineschi2007sudden, montisci2012anabolic}. Tot op heden zijn er echter geen gerandomiseerde prospectieve onderzoeken gedaan die representatief zijn voor het gebruik bij krachtatleten, waardoor een causaal verband stellen moeilijk blijft. Door duidelijke ethische bezwaren zullen dergelijke onderzoeken ook niet gedaan worden. Desondanks zijn er genoeg relevante studies beschikbaar, die voorzichtige conclusies stellen mogelijk maakt.
Veel studies hebben d.m.v. echocardiografische technieken veel waardevolle informatie omtent de mogelijke effecten van AAS op het hart kunnen geven. Echocardiografie maakt gebruik van ultrageluid om de vorm (i.e. cardiale structuren) en functie (i.e. bewegingen van de hartkleppen en doorbloeding) van het hart in kaart te brengen. Het duurde echter een lange tijd voordat de eerste studie die deze technieken toepaste op AAS gebruikers, het licht zag. Salke et al. (1985) waren de eersten in de literatuur die AAS gebruikende bodybuilders onderwierpen aan echocardiografie \cite{salke1985left}. Ter vergelijking onderwierpen zij bodybuilders die geen AAS gebruikten, en een controlegroep die niet trainden, aan dezelfde tests. Iedere groep omvatte vijftien proefpersonen. Hoewel er significante verschillen werden gevonden tussen bodybuilders en de controle groep, waaronder absolute interventriculaire septum dikte en linkerventrikelwand dikte, waren deze verschillen niet significant tussen de AAS gebruikende bodybuilders en AAS vrije bodybuilders.
Pearson et al. onderwierpen ook AAS gebruikende gewichtheffers aan echocardiografie (n=5), en hadden een controlegroep bestaande uit niet-AAS gebruikende gewichtheffers (n=11) ter vergelijking, als ook een niet-traindende controlegroep (n=10) \cite{pearson1986left}. De resultaten van dit cross-sectioneel onderzoek laten zien dat gewichtheffers een groter eind-diastolisch linkerventrikel volume, als ook afmeting, hebben dan niet trainende personen. Toen de auteurs corrigeerden voor lichaamsoppervlakte, verviel dit verschil tussen de groepen. Dit is indicatief van een normale fysiologische adaptatie op het gewichtheffen. Wanneer er gekeken wordt naar de verschillen tussen de AAS gebruikende en niet-AAS gebruikende powerlifters, vond men alleen een verschil in de rapid fill index. Deze waarde wordt gebruikt als een indicatie van de diastolische functie. Deze waarde was lager bij de AAS gebruikende powerlifters t.o.v. de niet-AAS gebruikende powerlifters. De auteurs concludeerden dan ook dat de diastolische functie afweek bij AAS gebruikende gewichtheffers.
Urhausen et al. onderwierpen 21 bodybuilders aan echocardiografie, waarvan er veertien AAS gebruikten \cite{urhausen1989one}. Er werden geen abnormale bloeddrukwaarden waargenomen bij de bodybuilders, en ook waren er geen significante verschillen in bloeddruk tussen de AAS gebruikende bodybuilders en de niet-AAS gebruikende bodybuilders. Ook werd er bij beide groepen een normale hart grootte en linkerventrikel massa relatief aan het lichaamsgewicht vastgesteld. Ook was er geen significant verschil in het dikte van het interventriculaire septum tussen de twee groepen. Wel werd er een significant verschil gevonden wanneer er werd gekeken naar de eind-diastolische diameter van het linkerventrikel relatief aan het lichaamsgewicht en lichaamsoppervlakte. Deze was lager in de AAS groep. De dikte van de achterwand van het linkerventrikel was ook significant dikker in de AAS groep (12.5 mm $\pm$ 1.2 mm) t.o.v. de niet-AAS groep (10.3 mm $\pm$ 1.8 mm). Echter was er geen significant verschil tussen beide groepen wanneer de dikte relatief aan het lichaamsgewicht werd bekeken. Ook waren er geen verschillen gevonden tussen de groepen m.b.t. de diameter van het linkeratrium en rechter ventrikel. Parameters van systolische functie waren ook normaal en niet significant verschillend tussen de groepen. Wel werd er m.b.t. de diastolische functie een milde verlening van de linkerventrikel isovolumetrische relaxatietijd gevonden in de AAS groep die significant verschilde van de andere groep. Gebaseerd op deze resultaten lijkt het erop dat de AAS groep een dikkere linkerventrikelwand had t.o.v. de interne diameter. De resultaten zijn mogelijk indicatief van een gedeeltelijk verminderde diastolische functie.
Een prospectief onderzoek van Zuliana et al. volgden een klein groepje bodybuilders (n=15) voor zes weken, waarvan er acht niets gebruikten, zes AAS en humaan groei hormoon (hGH) gebruikten, en eentje alleen hGH gebruikte \cite{zuliani1989effects}. Echocardiografie liet geen significante verschillen zien na deze korte periode van AAS en hGH gebruik.
Thompson et al. onderzochten de linkerventrikel afmetingen en functie van 23 bodybuilders, waarvan twaalf AAS gebruikten, middels echocardiografie \cite{thompson1992left}. De onderzoekers vonden bij geeneen van de metingen significante verschillen tussen de groepen. De resultaten suggereren dat AAS gebruik geen effect heeft op linkerventrikel hypertrofie, noch op klinisch detecteerbare systolische of diastolische disfunctie van het hart.
Sachtleben et al. maakten een interessante vergelijking door metingen te verrichten op AAS gebruikers (n=11) op het moment dat ze minstens acht weken niets gebruikt hadden, i.e. 'off' waren, en vervolgens nogmaals gedurende de piek van hun daaropvolgende kuur \cite{sachtleben1993effects}. Daarnaast was er een controle groep van gewichtheffers die geen AAS gebruikte (n=13). Gedurende de kuur was het linkerventrikel van de gebruikers groter en was het interventriculaire septum dikker dan terwijl zij 'off'. Ook was de linkerventrikel inwendige diameter groter en achterwand van het linkerventrikel gedurende diastole dikker gedurende AAS gebruik t.o.v. de controlegroep. De systolische functie bleek echter bij beide groepen, en ook niet gedurende AAS gebruik, af te wijken. De resultaten suggereren dat de gemeten morfologische veranderingen tot op zekere hoogte mogelijk omkeerbaar zijn, gezien de resultaten van de metingen bij de AAS gebruikers gedurende de 'off' periode niet significant afweken van de controlegroep.
Palatini et al. pasten ook echocardiografie toe op zowel AAS gebruikende bodybuilders (n=10), als niet-AAS gebruikende bodybuilders (n=14) \cite{palatini1996cardiovascular}. Er werden geen structurele verschillen gevonden aan het hart, noch aan functionele indices tussen beide groepen. Ook was de 24-uurs gemeten bloeddruk gelijk tussen beide groepen, met weliswaar een iets mindere daling van de bloeddruk tijdens de slaap in de AAS gebruikende groep. Dit hield ook aan elf weken na stopzetting van gebruik.
Yeater et al. vergeleken vier groepen. Een groep recreatieve gewichtheffers (n=11), gedefinieerd als $<$10 uur gewichtheffen per week, een groep intensieve gewichtheffers, gedefinieerd als $>$10 uur gewichtheffen per week, een groep AAS gebruikende gewichtheffers die tevens $>$10 uur gewichtheffen per week, en een groep hardlopers (n=8) \cite{yeater1996resistance}. Er was geen significant verschil tussen alle groepen m.b.t. de afmetingen van het linkeratrium, interventriculaire septum, linkerventrikel achterwand, de ratio interventriculaire : linkerventrikel achterwand en de linkerventrikel inwendige diameter. Wel week de massa van het linkerventrikel significant af in de AAS gebruikende groep t.o.v. de recreatieve gewichtheffers, maar niet t.o.v. de intensieve gewichtheffers. Wanneer deze massa werd uitgezet tegen de lichaamsoppervlakte week deze nog steeds significant af van de recreatieve gewichtheffers, maar niet van de intensieve gewichtheffers. De bloeddruk was bij alle groepen normaal gedurende rust, inspanning en herstel. En hoewel de linkerventrikel achterwand dikte niet significant afweek tussen de groepen, was deze toch behoorlijk hoger bij de AAS gebruikers (13.1 mm). Doordat het kleine groepen waren, kan dit misschien een vals negatief resultaat zijn. Ook merken de auteurs op dat \'e\'en van de AAS gebruikers een linkerventrikel achterwand dikte had van maar liefst 20 mm.
Dickerman et al. recruiteerden zestien bodybuilders met een body mass index (BMI) van $>$30.0 kg/m\textsuperscript{2} \cite{dickerman1997left}. Van deze zestien bodybuilders waren er acht die AAS gebruikten en acht die dat het niet gebruikten. Gezien de recruiteringseis van een BMI van $>$30.0 kg/m\textsuperscript{2} bij een gemiddeld zelfgerapporteerd vetpercentage van 11.1\ in de AAS vrije groep, is het discutabel in hoeverre de AAS vrije groep, voor aanvang van het onderzoek, AAS hebben gebruikt. Dickerman et al. vonden geen verschil in de linkerventrikel functie tussen de groepen. Wel vonden zij een significant verschil in de linkerventrikel achterwand en interventriculaire septum dikte tussen beide groepen, deze waren allebei dikker in de groep die AAS gebruikten. De auteurs besluiten dat AAS mogelijk concentrische linkerventrikel hypertrofie bevorderen, zonder de diastolische functie te be"invloeden en denken dat de geobserveerde significante verschillen bij de echocardiografische metingen een fysiologische adaptatie zijn op de intensieve trainingen.
Ook onderzochten Dickerman et al. een twee-eiige tweeling die allebei al circa 20 jaar op competitief niveau meededen aan powerlift of bodybuild wedstrijden \cite{dickerman1997echocardiography}. \'E\'en van deze tweeling gebruikte al vijftien jaar AAS, terwijl de andere nooit AAS gebruikte. Beiden waren zeer gespierd met een BMI van 38.1 en 31.6 kg/m\textsuperscript{2}, respectievelijk. De echocardiografische resultaten waren ongeveer gelijk voor de tweeling, met enkele verschillen. Wanneer er werd gecorrigeerd voor het lichaamsgewicht, vervielen deze verschillen echter. Bij beiden werd er geen afwijking in de cardiale functie gevonden.
Het academisch ziekenhuis Maastricht in samenwerking met de dopingautoriteit voerden twee prospectieve studies uit om de effecten van AAS op de vorm en functie van het hart te bepalen in krachtatleten \cite{kuipers2003prospective}. De eerste studie bestond uit zeventien AAS gebruikende krachtatleten en vijftien niet-AAS gebruikende krachtatleten. De AAS gebruikende krachtatleten voerden hun eigen doping regime uit. Zowel voor als na het einde van de kuur (8 of 12-16 weken, varierend per gebruiker), werd d.m.v. echocardiografie de functie en de vorm van het hart in kaart gebracht. Er werden geen verschillen gevonden hierin, als ook niet in de bloeddruk, met de niet-AAS gebruikende krachtatleten.
Studie twee was een kleinschalig, dubbelblind placebo gecontroleerd onderzoek waaraan zestien recreatieve bodybuilders deelnamen. Negen bodybuilders kregen 200 mg nandrolon per week toegediend voor acht weken, en de overige zeven bodybuilders kregen een placebo toegediend. Voor en na deze acht weken werd echocardiografie toegepast, en ook hier werden er geen verschillen gevonden in de functie en vorm van het hart tussen de twee groepen.
Gezien in de literatuur een rode draad lijkt te lopen die erop wijst dat AAS gebruik in combinatie met intensieve krachttraining mogelijk kan leiden tot concentrische linkerventrikel hypertrofie (en mogelijk andere cardiale afwijkingen), bekeken Urhausen et al. in hoeverre deze afwijkingen omkeerbaar waren na stopzetting van gebruik \cite{urhausen2004cardiac}. In totaal deden 47 krachtatleten mee aan het onderzoek. Zeventien van hen gebruikte gedurende het onderzoek nog AAS, vijftien gebruikten tenminste twaalf maanden geen AAS meer, en de overige vijftien krachtatleten hadden nooit AAS gebruikt. De linkerventrikel massa verschilde significant tussen de gebruikers en ex-gebruikers, alsook tussen de gebruikers en AAS vrije krachtaltleten. Wanneer de linkerventrikel massa werd uitgezet tegen de vetvrije massa was er geen significant verschil meer tussen de gebruikers en ex-gebruikers, maar wel tussen deze twee groepen en de overige vijftien krachtatleten. Ook was de linkerventrikel achterwand en het interventriculaire septum dikker bij de gebruikers t.o.v. de AAS vrije krachtatleten. Deze verschillen waren ook significant wanneer zij uitgezet werden tegen de vetvrije massa en het lichaamsoppervlakte. Ook werd er een significant verschil gevonden tussen de dikte van de linkerventrikel achterwand tussen de gebruikers en ex-gebruikers, deze was dunner bij deze laatste groep. Dit verschil verdween zodra het werd uitgezet tegenover de vetvrije massa en het lichaamsoppervlakte. Ook merken de auteurs op dat zeven gebruikers en twee ex-gebruikers een linkerventrikel wand dikte hadden van $\geq$13 mm. G\'e\'en van de AAS vrije krachtatleten overschreed deze grens. De resultaten suggereren dat AAS gebruik bij krachtatleten kan leiden tot een lichte concentrische hypertrofie van het linkerventrikel met enige indicatie van een verminderde diastolische functie, zelfs na stopzetting van gebruik. Doch suggereren de resultaten ook dat deze effecten enigszins onmkeerbaar zijn.