In de Verenigde Staten is onderzoek gedaan naar de verschillen tussen de opvoedingssTen van de 'European Americans' (blanke Amerikanen), de 'Hispanic Americans' (Latino's) en de 'African Americans' (zwarte Amerikanen) en de gevolgen voor kinderen. Van deze drie groeperingen vinden de zwarte Amerikanen lijfstraffen normaal, straffen de Latino's hun kinderen vooral verbaal af, terwijl de blanke Amerikanen als regel geen van beide doen.
Wat opvalt is dat zwarte kinderen die regelmatig een lichamelijke straf krijgen daar anders op reageren dan blanke kinderen. Blanke kinderen die geslagen worden, vertonen namelijk als reactie daarop vaak agressief gedrag. Bij de zwarte kinderen is dat niet het geval. De verklaring daarvoor is dat blanke kinderen geslagen worden door je ouders niet kunnen verenigen met het beeld dat zij van goede ouders hebben. Als een ouder je slaat is die of niet goed bij z'n hoofd of er is iets mis in de specifieke relatie tussen die ouder en jou. Zwarte kinderen zien dat niet zo omdat het in hun cultuur niet abnormaal is om lijfstraffen te krijgen. Ferrari merkt op dat het verschil in reactie tussen zwarte en blanke kinderen niet alleen verklaard kan worden uit een verschil in de interpretatie van het toedienen van lijfstraffen door hun ouders. Wat zwarte kinderen behoedt tegen de negatieve gevolgen van lijfstraffen is dat hun ouders hen ook veel liefde en warmte geven (Ferrari 2002, 809).
Het is onmogelijk om vast te stellen of lijfstraffen schadelijk zijn zonder het gehele familiesysteem, het functioneren van een kind en andere gedragingen van ouders zoals het gebruik van argumenten en koesterend gedrag die een buffer kunnen vormen voor mogelijke schadelijke gevolgen van lijfstraffen, erbij te betrekken (Ferrari, 810).