Hier heb je zelfs geen universitair diploma voor nodig. Als je je lessen genetica van de middelbare school goed hebt begrepen, dan begrijp je wat ik bedoel.
Enkele referenties:
Klonen - Wikipedia
Zelfbevruchting is de ultieme vorm van inteelt:
Inteelt - Wikipedia
als dit al voor gelazer zorgt moet je nagaan wat klonen wel niet kan veroorzaken.
Kleine baby door IVF - Wetenschap - Mare 18, 29 januari 2004
Kleine baby door IVF
Dat IVF-kinderen kleiner en vroeger worden geboren, ligt niet alleen aan het grotere aantal tweelingen, zo concludeert de Leidse gynaecoloog Frans Helmerhorst. Hormonale stimulatie zou de boosdoener zijn.
Hester van Santen
Dat het gemiddelde IVF-kind iets vroeger en kleiner ter wereld komt dan een baby die op de natuurlijke manier verwekt is - van dat nieuws begint een gynaecoloog zo langzaamaan te gapen. Toch haalde dr. Frans Helmerhorst met die conclusie vorige week het respectabele British Medical Journal. Hij wierp met drie collega‘s het wijdverbreide idee omver dat het verschil vooral ontstaat door het grotere aantal meerlingen dat na IVF en aanverwante technieken wordt geboren.
Juist IVF-eenlingen hebben een twee keer zo grote kans op vroeggeboorte als normale eenlingen, zo rekenden de gynaecologen uit. Ook sterven ze 1,7 keer zo vaak rond de geboorte en zijn ze vaker te licht, zelfs als rekening wordt gehouden met de kortere duur van de zwangerschap.
Voor tweelingen zijn de verschillen minder duidelijk: of ze nou door IVF verwekt zijn of niet, vroeg geboren worden ze in de helft van de gevallen toch wel. En de sterfte rond de geboorte is voor tweelingen na een vruchtbaarheidsbehandeling zelfs bijna twee keer zo klein.
Helmerhorst werkte zich met twee collega‘s van het LUMC en een hoogleraar uit Australië door een stapel van tientallen onderzoeken over de uitkomsten van vruchtbaarheidsbehandelingen (meestal IVF) en selecteerde 25 kwalitatief goede studies, die tenminste één controlegroep hadden en eenlingen van tweelingen onderscheidden.
Bovendien baseerden de gynaecologen hun conclusies vooral op 17 matched studies. Zulke onderzoeken werken met een controlegroep van baby‘s die onder ongeveer dezelfde omstandigheden te wereld kwamen als de IVF-kinderen. In totaal werden bijna twaalfduizend kinderen uit geassisteerde zwangerschappen in Europa en de VS meegeteld, waarvan bijna de helft deel was van een tweeling.
Ondanks de resultaten benadrukt Helmerhorst dat de risico‘s van ‘geassisteerde voortplanting‘ meevallen. Nog altijd wordt maar 11 procent van deze eenlingen voor de 37ste week van de zwangerschap geboren en sterft één op de acht baby‘s rond de geboorte. ‘Het moet geen negatief verhaal worden over IVF‘, merkt hij op. ‘Elke behandeling heeft zijn bijwerking.‘
IVF is in ieder geval onverminderd populair. 1842 Baby‘s werden in 2002 in Nederland op die manier geboren en nog eens zo‘n 1200 uit ICSI, oftewel intracytoplasmatische sperma-injectie - een behandeling die nodig is als het sperma nauwelijks zelf zwemt. De cijfers zijn de laatste jaren stabiel, evenals de slagingspercentages van de behandelingen: ongeveer één op de vijf lukt. In 2002 werd in Nederland één op elke 66 kinderen kunstmatig verwekt.
Helmerhorst denkt dat de problemen die bij kunstmatige bevruchtingen ontstaan, het gevolg zijn van moeilijkheden bij de innesteling van het embryo in het baarmoederslijmvlies. ‘Het embryo zendt signalen uit naar het slijmvlies van de moeder. De moeder moet dan nieuwe bloedvaten gaan maken, die het embryo moeten gaan voeden‘, zo legt hij uit. Een belangrijk eiwit bij dat proces is VEGF, de vascular endothelial growth factor. Het lijkt erop dat de productie van dat eiwit beïnvloed wordt door de stimulatie met vrouwelijke hormonen, die meestal hoort bij de voorbereiding voor IVF of ICSI.
Om dat te onderzoeken, werkt de groep van Helmerhorst samen met TNO Preventie & Gezondheid, maar ook met het LACDR (Leiden/Amsterdam Center for Drug Research). Dr. Jurrien de Koning leidt daar het onderzoek naar effecten van hormonale stimulatie: ‘Om de eisprong te bewerkstelligen en te timen, krijgen vrouwen injecties met LH en met hCG (human Chorionic Gonadatrophin, red.), een hormoon dat veel op FSH lijkt. Wij bestuderen datzelfde bij muizen, en dan blijkt dat het induceren van de ovulatie de productie van VEGF aanzienlijk vermindert. Hoe dat komt, weten we niet.‘
Helmerhorst doet alvast een aanbeveling: als het mogelijk is, zou hormonale stimulatie moeten worden voorkomen. Dat kan door de vrouwen niet steeds opnieuw te laten ovuleren, maar ingevroren embryos te gebruiken die bij de eerste IVF- of ICSI-poging over zijn gebleven. De studies van de huidige meta-studie hadden dan ook alle betrekking op behandelingen met hormonale stimulatie. Helmerhorst: ‘Ik ben nu aan het schrijven aan een review met cryopreserved embryo‘s. Die baby‘s hebben gemiddeld een normaal gewicht, sommige zijn zelfs zwaarder.‘
Wat volgens de Leidse gynaecoloog ook zou helpen, is het voorkomen van tweelingzwangerschappen bij IVF. ‘Het wordt tijd dat een meervoudige zwangerschap na geassisteerde bevruchting [wordt beschouwd] als een mislukking van de technologie‘, zo concludeert hij in zijn artikel.
Overigens blijft onduidelijk wat de gevolgen van IVF en ICSI op de lange termijn zijn. Vorig jaar haalde het vergrote risico op een zeldzame oogtumor bij IVF het nieuws, en ook enig effect op diabetes en vaatziekten wordt niet uitgesloten. Het LUMC gaat zich binnenkort richten op de effecten van kunstmatige bevruchting op de mentale ontwikkeling, want ook dit is slechts summier onderzocht. In maart begint een studie waarbij tachtig 7-jarige Leidse ICSI-kinderen in hun ontwikkeling worden vergeleken met evenveel kinderen die geboren zijn na IVF en normale bevruchting.
Frans M. Helmerhorst e.a.: ‘Perinatal outcome of singletons and twins after assisted conception: a systematic review of controlled studies‘. British Medical Journal, 23 januari