Met 51 goals in 123 interlands voor Frankrijk zou hij een levende legende moeten zijn. Maar het draaide anders uit voor Thierry Henry. De liefde met zijn geboorteland was altijd al koeltjes en daalde in 2009 tot het vriespunt. De reactie in Frankrijk op zijn handsgoal tegen Ierland heeft “Titi” nooit verteerd. Vandaag zit hij als staatsvijand nummer één op de bank van de Rode Duivels.
“Hoe voelt het om Thierry Henry in het trainersplunje van de tegenstander te zien?” Vier Franse “Bleus” kregen de voorbije dagen dezelfde vraag voorgeschoteld in het oefencentrum van de Franse ploeg in Istra. De Fransen trainen op nauwelijks twintig minuten rijden van de Belgen in Dedovsk.
“Bizar”, was zowat het antwoord van zowat elke speler. “Hij doet met zijn trainerscarrière wat hij wil, maar ik zou Titi graag tonen dat hij het verkeerde kamp heeft gekozen”, reageerde Olivier Giroud, tijdens zijn Arsenal-periode vaak bekritiseerd door Henry. “Ik ben niet jaloers maar ik vind het spijtig dat hij de Belgische en niet onze aanvallers tips en raad geeft.”
Linksback Lucas Hernández probeerde er zich met een kwinkslag van af te maken. “Hij gaat sowieso content zijn, ook als wij winnen. Want uiteindelijk is hij een Fransman”, sprak de Atlético-verdediger. Maar in dat laatste zou hij zich wel eens kunnen vergissen. Henry mag dan wereldkampioen en Europees kampioen zijn geworden met Frankrijk, de liefde voor zijn thuisland is nooit heel groot geweest.
Henry groeide op in de buurt van Parijs als kind van immigranten uit de Franse Antillen. Een vader uit Guadeloupe, een moeder uit Martinique. Arsène Wenger gaf hem zijn profdebuut bij Monaco en haalde hem later (via een zijsprong bij Juventus) naar Arsenal. Daar zou Henry langzaam maar zeker een Angelsakser worden. Eerst door te trouwen met een Engelse vrouw, daarna door in Londen en New York te wonen. Zijn vakanties brengt hij graag in de VS door, zijn voorliefde voor Amerikaanse R&B, NBA en New York hebben hem steeds verder van Frankrijk afgedreven. Op zijn linkerarm staat het Vrijheidsbeeld getatoeëerd. Dat was destijds een geschenk van de Franse president aan de Verenigde Staten. Op die manier staat het symbool voor de ingewikkelde relatie met zijn thuisland.
Een ander aspect dat meespeelde was het gebrek aan erkenning dat hij in Frankrijk voor zijn prestaties voelde. Hij is met 51 goals in 123 interlands de recordtopschutter voor Frankrijk maar werd bij onze zuiderburen nooit in dezelfde galerij geplaatst als Raymond Kopa (jaren vijftig-zestig), Michel Platini (jaren zeventig-tachtig) en Zinédine Zidane (jaren negentig-tweeduizend). In de Franse selectie had hij ook weinig echte vrienden. Op Arsenal-ploegmaat Robert Pirès en generatiegenoot David Trezeguet na.
In de barragewedstrijden om naar het WK 2010 te gaan scoorde William Gallas in de verlengingen de beslissende treffer. Thierry Henry zorgde voor de assist, maar controleerde de bal daarvoor tot twee keer toe met de arm. Een bedrog dat de Ieren nu licht zullen vergeten en waarover ook in Frankrijk een maatschappelijk debat losbarstte. Een debat dat Henry maar matig kon pruimen en deed besluiten voorgoed de banden met Frankrijk door te knippen. Hij is nooit meer te zien in het Franse publieke leven of op de Franse tv.
“Het is jammer dat we met hem geen contact meer hebben”, zegt Noël Le Grat, de Franse bondsvoorzitter. “We zijn elkaar uit het oog verloren. Maar zo is het leven.”
Dinsdag volgt het weerzien in Sint-Petersburg. Een blij weerzien voor de een, een zuur weerzien voor de andere. Maar we weten nog niet voor wie.