Weinig te vrezen
De onrustige jaarwisseling doet anders vermoeden, maar de criminaliteit – met name diefstal – daalt al jaren. Dat komt vooral door preventie. Ben Vollaard ‘Is er in de afgelopen twaalf maanden wel eens iets gestolen uit uw woning?’ Tienduizenden willekeurig gekozen
Nederlanders krijgen deze vraag elk jaar voorgelegd. De eerste tien weken van dit jaar weer. Het gaat niet om hun algemene indruk van de criminaliteit. De enquêteurs willen weten hoe het zit in de eigen straat, het eigen huis.
Dan blijkt dat al die geënquêteerde mensen samen iets weten wat ze zelf niet altijd weten:
de kans op woninginbraak daalt. En hard ook. In 1995 zei 3,5 procent van de mensen slachtoffer te zijn geweest van woninginbraak. Afgelopen jaar was dat 1,3 procent. Dat betekent dat woninginbraak de afgelopen twintig jaar meer dan gehalveerd is. Volgende vraag. ‘Is er in de afgelopen twaalf maanden wel eens iets gestolen uit uw auto?’ In
1995 zei bijna een op de tien mensen ‘ja’. Vorig jaar was dat minder dan een op de twintig. Opnieuw een enorme daling. Ook diefstal uit de auto is sinds 1995 meer dan gehalveerd. Fietsdiefstal? Gehalveerd. Portemonneediefstal? Bijna gehalveerd.
Jan van Dijk, die aan de wieg stond van de eerste Nederlandse slachtofferenquêtes in de jaren
zeventig en inmiddels hoogleraar aan de universiteit van Tilburg, ziet een duidelijk patroon.
„Het is net een bergetappe. Diefstal nam enorm toe in de jaren zeventig, steeg langzaam
verder in de jaren tachtig,maar neemt sinds begin jaren negentig sterk af. We zijn nu een kleine vijftien jaar met de afdaling bezig.” Deze spectaculaire afdaling krijgt weinig
aandacht. De zorgen over geweld en agresie domineren het nieuws, zoals deze week weer bleek bij de geweldcoïtusplosie tijdens de jaarwisseling. Toch zijn volgens de slachtofferenquêtes zelfs de geweldsmisdrijven de laatste jaren licht aan het dalen, met zo’n tien procent sinds 2004. Dat er ook goed nieuws is te vertellen, lijkt niet door te dringen, ervaart Tom van Dijk. Hij is directeur onderzoek bij Intomart Gfk, dat jarenlang de enquêtes heeft uitgevoerd. „Nederland is niet een beetje veiliger geworden, maar enorm. Voor tientallen zalen en zaaltjes heb ik dit verhaal gehouden. Dat verhaal was voor de toehoorders elke keer weer nieuw. Ook politici en ambtenaren wilden er niet aan. Ze konden het niet ontkennen, maar wilden het niet geloven.”
Ook hoogleraar Jan van Dijk ontmoet ongeloof. Pas gaf hij een praatje over de criminaliteitsdaling voor een groep Tilburgers in sociëteit Nieuwe Koninklijke Harmonie.
Na afloop kwam een wat oudere man af op de presentator van de avond. „De criminaliteit
omlaag? De professor zegt dat wel, maar ik voel me net zo onveilig als voor zijn praatje. Dat
wou ik maar gezegd hebben.” Het beeld bestaat dat Nederlanders zich steeds onveiliger voelen. Maar wanneer mensen concreet naar hun eigen situatie wordt gevraagd,
blijkt het mee te vallen. Op het hoogtepunt van de criminaliteitsgolf, in 1995, zei zeven
procent van de Nederlanders zich vaak onveilig te voelen. „Ditwaren vooral mensen in de
grote steden. Vergeet niet dat de meeste Nederlanders in rustige woonwijken wonen”, zegt
Tom van Dijk. Nu, ruim tien jaar later, is de groep die zich vaak onveilig voelt met tweederde
geslonken. „Het doet het aardig op een verjaardagsfeestje. Vraag naar de criminaliteit in de eigen straat in de afgelopen jaren. Geheid dat die is afgenomen”, zegt Tom van Dijk.
Als de misdaad zo sterk is gedaald,wat zijn al die woninginbrekers, autokrakers en andere
criminelen dan gaan doen? De politie claimt ze van straat te hebben geveegd. „Het is ons weer
gelukt de regio behoorlijk veiliger te maken”, zei Bernard Welten, de korpschef van Amsterdam- Amstelland, vorig jaar bij de presentatie van opnieuw gedaalde aangiftecijfers. „We hebben er hard voor gewerkt.” De politie is inderdaad anders, harder gaan
optreden, zo blijkt uit antwoorden uit dezelfde enquêtes. De burgertevredenheid over het politieoptreden verbetert sinds 2004 voor het eerst weer. De politie surveilleert intensiever op onveilige straathoeken en pleinen. Deze hardere aanpak van de politie mag een verschil hebben gemaakt, hij dateert pas van de laatste jaren. De daling in de woninginbraken
en andere vormen van diefstal begon al veel eerder, in 1995. Dat was een tijd van chaos binnen de politie: de gemeente- en Rijkspolitie werd toen omgevormd tot 25 regiokorpsen.
Als deze criminaliteitsdaling niet goed toe te schrijven is aan politiewerk, is het dan te danken
aan een gunstige economische omstandigheden? De werkloosheid is nu veel lager dan in
de jaren tachtig. Toch kan dit niet de oorzaak zijn. De werkloosheid lag begin jaren zeventig
nog lager dan nu, maar de criminaliteit steeg toen sterk. Meer welvaart kan samengaan met
meer criminaliteit, zo blijkt al jaren uit criminologisch onderzoek.
Droogt de aanwas van jonge daders op? Nee, het kindertal is eind jaren zestig al gaan dalen.
Vanaf 1980 begon daarom het aantal zestienjarigen, de grootste herrieschoppers, al sterk af te
nemen. Maar de criminaliteit nam in die tijd nog toe. Wat is dan toch de verklaring? Voor een antwoord kijkt hoogleraar Jan van Dijk over de grenzen. Volgens Van Dijk ligt de sleutel bij een vergelijking met andere landen. Een vergelijking die dankzij slachtofferenquêtes goed is te maken. „Het idee van een slachtofferenquête is een succesvol Nederlands exportproduct. De Engelsen namen het idee begin jaren tachtig over, zij hebben veel vragen letterlijk vertaald.” Hoe vergaat het de Britten?Woninginbraken zijn in Engeland enWales net zo gedaald als in Nederland. De gelijkenis is frappant. De cijfers laten geen enkel verschil
zien tussen beide landen. Ook in Engeland en Wales is er een omslag te zien in de woninginbraken rond 1993. Hetzelfde geldt voor bijvoorbeeld diefstal uit de auto en diefstal van auto’s. Maar de overeenkomsten stoppen niet in Engeland en Wales. Van Dijk wist in samenwerking met een aantal buitenlandse onderzoeksinstituten in 1988 een internationale slachtofferenquête van de grond te trekken. Dezelfde vragen zijn hierdoor in 78 verschillende landen gesteld. Onlangs is de vijfde wereldwijde enquête afgerond. En weer hetzelfde patroon. eem bijvoorbeeld woninginbraken in Canada. De ontwikkeling hierin komt sterk overeen met die in Nederland en Engeland en Wales. „Het is een wereldwijde revolutie. In bijna alle ontwikkelde landen is de criminaliteit hard aan het dalen.Het vormt de grote ommekeer na de stijging van de criminaliteit sinds eind jaren zestig. Het omslagpunt ligt vaak, net als in Nederland, begin jaren negentig. Soms is het wat eerder, zoals in de VS. Soms wat later, zoals in Zweden.” „Dat patroon kan geen toeval zijn, in al deze landen moet eenzelfde kracht spelen.” Een verklaring voor de daling van criminaliteit in Nederland
moet daarom ook opgaan voor al die andere landen. Tot nog toe is door wetenschappers
vooral nagedacht binnen de grenzen van het eigen land – met soms bijzonder creatieve
verklaringen als resultaat. Zo beweert de Amerikaanse econoom Steven Levitt dat de criminaliteit daar mede is gedaald door het legaliseren van abortus in 1973. Hierdoor worden er minder ongewenste kinderen geboren die zestien jaar later, begin jaren negentig, als crimineeltjes zouden rondlopen. Maar deze verklaring gaat niet op voor Nederland, waar abortus al veel langer is toegestaan. „Al die verklaringen – meer blauw, slimmer
politieoptreden, meer opsluiten, economische voorspoed – gaan altijd wel mank voor een
paar landen.” Volgens van Dijk blijft er één factor over. Dat is preventie door burgers zelf. „Mensen zijn zelf maatregelen gaan nemen. Ze zijn hun huis gaan beveiligen tegen inbraak. Extra hang- en sluitwerk, buitenlampen, inbraakalarmen, het is allemaal gewoon geworden. En auto’s hebben nu startonderbrekers en alarminstallaties.” Niet de overheid heeft de criminaliteit omlaag gebracht, maar de mensen zelf hebben hun maatregelen genomen. “De burger mag zichzelf feliciteren”, zegt Van Dijk. Vijftien jaar geleden had nog maar de helft
van alle Nederlandse woningen extra buitenverlichting, zo blijkt uit de slachtofferenquêtes.
Vorig jaar was dat opgelopen tot tachtig procent.
Het aandeel woningen met een inbraakalarmis in dezelfde periode verdubbeld van zes
tot twaalf procent. Woningbeveiliging neemt niet alleen in Nederland toe, maar in bijna alle
ontwikkelde landen, blijkt uit de internationale enquête van Van Dijk.
‘De kans op een succesvolle inbraak daalt dramatisch als een huis eenmaal goed beveiligd is, met wel tachtig procent”, zegt John van der Zalm, actief als preventieadviseur bij politiekorps Haaglanden. „Steeds meer huizen zijn nu drie minuten inbraakwerend. Dat lijkt weinig, maar het is een gigantische winst. Vroeger was het secondewerk met een schroevendraaier.”
Van der Zalm vindt het niet gek dat beveiliging in meerdere landen tegelijkertijd opkwam.
„Beleidsmakers en politiemensen uit verschillende landen spreken met elkaar. Het
Nederlandse Politiekeurmerk Veilig Wonen, een reeks maatregelen om woningen en wijken
veilig te maken, is een vertaling van het Britse project Secured by design.” Als steeds meer burgers hun maatregelen nemen, komt er op een gegeven moment een keerpunt, zegt Van der Zalm. „Als één huis goed beveiligd is, dan verandert er niet zo veel. Maar als bijna alle huizenbezitters maatregelen hebben genomen, dan is er minder te halen.” Het gaat volgens hem niet alleen om de huizen zelf, maar ook om de inrichting van de wijk. „Zijn de achtertuinen afgeschermd, is de berging van fietsen en scooters goed geregeld, kunnen buren
makkelijk contact houden via balkons?” Het keerpunt heeft wel lang op zich laten wachten. De criminaliteit steeg al in de jaren zeventig en tachtig, maar pas in de jaren negentig begon de woninginbraak te dalen. Klaarblijkelijk hebben de meeste burgers lang gewacht voor zij maatregelen namen. Hoogleraar Van Dijk heeft daar wel een verklaring voor. „Preventie
was lang een vloekwoord. In PvdA-kringen werd het actief verdacht gemaakt. Je mocht
van je huis geen fort maken. Alleen VVD’ers hadden een inbraakalarm.” In veel Scandinavische landen met sterke sociaal-democratische traditie is beveiliging volgens Van Dijk nog steeds niet helemaal geaccepteerd. „En dus zie je daar de criminaliteit minder teruglopen dan hier.” Van der Zalm speculeert: „Het besef dat de politie het niet alleen kan is langzaam doorgedrongen. De burger is ook mondiger geworden, neemt het heft eerder in eigen hand.”
Ook beveiliging van auto’s tegen diefstal is standaard geworden. In 1997 had nog minder
dan een op de vijf auto’s een alarminstallatie. Nu is dat vier van de vijf. „De auto-industrie is
internationaal, dus die toegenomen beveiliging zie je in alle ontwikkelde landen terug”, zegt
Van Dijk. Maar preventie is niet het hele verhaal achter de daling van de criminaliteit, zegt Peter Versteegh, chef analyse bij politiekorps Haaglanden. „Ook de daderkant is aangepakt.” Criminelen verdwijnen veel sneller dan voorheen achter de tralies.
De daders, dat waren vaak drugsverslaafden. „Als wijkagent zag ik in de jaren tachtig jongeren aan de heroïne raken. Hun dagen hingen aan elkaar van autoruitjes inslaan, even iets uit de winkel jatten, een kraakje. Dat is jaren zo doorgegaan. Nu kom ik enkelen bij de veelplegersaanpak nog steeds tegen. Maar het zijn er veel minder. De aanwas van nieuwe heroïneverslaafden is duidelijk afgenomen, de junkies zijn aan het vergrijzen.” Ook de politie heeft een verschil gemaakt, zegt Versteegh. „We zijn deze veelplegers sinds 2004 sneller en langer gaan opsluiten. Deze veelplegeraanpak heeft een enorm verschil gemaakt. Daardoor is de woninginbraak en met name de diefstal uit auto’s zo spectaculair gedaald.” Woninginbraak en diefstal uit auto’s blijken inderdaad harder gedaald in achterstandswijken, waar veel junkies actief waren, dan in welvarende delen van de regio Den Haag. In de arme wijken Schildersbuurt en Transvaal werd in 1995 uit zeven van de tien auto’s wel wat gestolen.
Nu is dat gedaald tot minder dan twee op de tien. Dat is een daling van tachtig procent. Het
welgestelde Wassenaar, waar diefstal uit auto’s tien keerminder voorkomt, beleefde een halvering. Woninginbraken in de achterstandswijken zijn sinds 1994 met tachtig procent gedaald en in Wassenaar met zevenenzestig procent. „Het is dus niet allemaal beveiliging”, zegt Versteegh. „Al hebben de arme buurten in de tweede helft van de jaren negentig wel een inhaalslag gemaakt met extra hang- en sluitwerk. Preventie en repressie hebben elkaar versterkt.”