Wat is je instagram?
En hoe kijk je aan tegen de praktijkkennis tov theoretische kennis mocht je willen coachen?
Om nu op je tweede vraag in te gaan.
Ik denk dat het allereerst belangrijk is om duidelijk te maken wat theoretische kennis en praktijkkennis nu inhoudt. Velen zien mij als iemand die alleen theoretische kennis heeft. Maar waar stoelt mijn kennis precies op? Juist op een hele hoop klinische studies en in het bijzonder
randomized controlled trials (RCTs). Dat zijn studies waarbij mensen zijn onderworpen aan een bepaalde interventie, waarbij er zoveel mogelijk maatregelen zijn genomen tegen verstorende variabelen. Veel dichter bij de praktijk kom je niet dan met dat soort studies. Het is juist de meest praktische kennis die je kunt vergaren. Het enige waarbij het hier aan schort is dat we niet voor ieder vraagstuk een RCT hebben liggen. Maar voor een hele hoop wel, en anders wel RCTs die redelijk dicht in de buurt komen. Theoretische kennis zou voorbehouden moeten blijven aan niet-klinische studies. Dat gebruik je in de regel slechts om eventueel dingen uit te proberen, hypotheses te vormen of om dingen proberen te verklaren. In de volksmond wordt met praktijkkennis weleens bedoelt wat coaches zien 'werken' bij hun cliënten. Dat is een dooddoener, dat zijn anekdotes en zijn in de regel een enorm slechte vorm van praktijkkennis.
Neem bijvoorbeeld het praktische vraagstuk hoeveel spiermassa je kunt verwachten met 125, 300 of 600 mg testosteronenanthaat per week. Zo'n vraag kun je het beste beantwoorden aan de hand van een RCT die dit heeft onderzocht. Een RCT waarbij exact die doseringen zijn toegediend aan groepen mannen, waarbij met zowel DEXA als onderwaterweging de spiermassawinst is vastgesteld, gaat gewoon veel accurater zijn dan wat je kunt observeren als coach bij je cliënten. De verstorende variabelen waarmee je te maken hebt met het observeren als coach zijnde zijn oneindig te noemen. Om te beginnen is het al een groot vraagteken of jouw cliënten überhaupt de AAS zetten die jij en je cliënt denken te zetten. Je denkt misschien 600 mg testosteronenanthaat te zetten, maar dat kan net zo goed 400 mg zijn, of 700 mg, of 0 mg, of zelfs een heel andere AAS. Je weet het niet. En misschien ben je wel een bekende wedstrijdcoach en selecteer jij alleen dat groepje cliënten waar jij een bepaalde potentie in ziet. En dat groepje cliënten kan weleens precies over bovengemiddelde goede genen voor spiergroei beschikken. Alles wat jij dus gaat zien bij je cliënten is verstoord daardoor. En zo zijn er nog tal van verstorende variabelen waardoor coach X bij zo'n vraagstuk tot een heel andere conclusie zou komen dan coach Y, mits zij zich beiden laten leiden door observatie bij cliënten.
Of een ander vraagstuk. Je cliënt heeft een hematocriet van 54%. Kun jij op basis van wat je hebt geobserveerd bij eerdere cliënten je cliënt mededelen met welk risico op een veneuze trombo-embolie zo'n waarde gepaard gaat? Nee, dat is onmogelijk. Daar heb je enorme groepen mensen voor nodig om een beetje een indicatie te krijgen. Dat zul je dus moeten lezen in de literatuur in studies met mensen. Studies met grote groepen mensen zijn hiervoor praktisch, anekdotes zijn hiervoor waardeloos.
Of je cliënt krijgt acne. Ga jij hem aan de hand van andere cliënten die ook acne hebben gehad hem kunnen vertellen welke middelen hij het beste kan proberen, hoe groot de kans op succes is, en welke bijwerkingen daarbij komen kijken? Nee, dat is onmogelijk. Daar heb je wederom gecontroleerde studies voor nodig met in totaal tenminste honderden proefpersonen. Dat zul je dus in de literatuur moeten gaan zoeken. Dat is praktische kennis die je uit de literatuur op moet doen. Dat kan niet met anekdotes, en dat is ook de reden waarom er tienmiljoenmiljard middeltjes zijn verzonnen tegen acne die zogezegd zouden werken. Dat is gebaseerd op wat in de volksmond praktijkervaring noemt: anekdotes. En anekdotes zuigen.
Daarnaast is het gewoon ontzettend moeilijk om goed te observeren en daaruit voorzichtige conclusies te trekken. Als het niet moeilijk was, dan deden bijna alle coaches wel hetzelfde als ze maar genoeg cliënten hebben gehad. Immers, ze merken dan vanzelf wel wat goed werkt en wat niet. Het tegendeel is waar. Ik zie bijna elke coach op vrijwel alle fronten wel wat anders doen. De rode draad is ontzettend ver te zoeken. Hoeveel coaches zijn er wel niet die nog steeds denken dat een negatieve energiebalans niet hetgeen is wat leidt tot gewichtsverlies? Of zelfs denken dat je kunt aankomen van te weinig eten? Terwijl dit een onderwerp is wat sinds de Tweede Wereldoorlog kapot is bestudeerd met menselijke proefpersonen en zo vast als een huis staat.
In het beginsel zou je als coach je handelen moeten baseren op de literatuur en in het bijzonder klinische studies. Die kunnen namelijk een goed antwoorden geven op een hele hoop praktische vraagstukken. Ja dat is niet volmaakt, maar dat betekent niet dat je moet uitwijken op iets dat veel minder volmaakt is, of eigenlijk bijna altijd fout: anekdotes. Slechts na zorgvuldige observatie, bij een groot aantal cliënten en met de nodige terughoudendheid kun je wat van je eigen observaties doorvoeren in je coaching. Dat is moeilijk en voor lang niet iedereen weggelegd.
Edit: er zijn op bovenstaande nog wat kanttekeningen te plaatsen en wat nuance hier-en-daar, maar dan wordt het gelijk een post zo dik als de Bijbel en moet ik langer dan 5 minuten nadenken hoe ik het allemaal coherent krijg.