Ah, de heilige graal van de hondenfokkerij: rashonden zó fokken dat je al die nare genetische defecten buiten de deur houdt. Korte versie:
ja, het is mogelijk, maar het vraagt een radicale herziening van hoe we momenteel met rashonden omgaan. Lange versie? Komt-ie:
Waarom zoveel rashonden defecten hebben
De meeste rashonden zijn het resultaat van een gesloten stamboek + fokken op uiterlijk. Dit leidt tot:
- Inteelt: genetische diversiteit keldert.
- Fokken op uiterlijk: kortsnuiten, kromme poten, overdreven rimpels = gezondheidsproblemen.
- Beperkte genenpool: zieke genen circuleren jarenlang zonder eruit te worden gehaald.
Wat zou er moeten gebeuren?
- Open stamboeken
Nieuwe genetische lijnen toelaten (eventueel kruisen met andere rassen) om diversiteit te verhogen. Dit heet outcrossing. Denk aan wat er is gedaan met de LUA Dalmatiër (zonder nierproblemen dankzij kruising met een Pointers).
- Fokken op gezondheid, niet op showstandaard
Focus op functionaliteit en gedrag in plaats van uiterlijke kenmerken. Geen bulldogs meer die niet kunnen ademen of mopshonden die niet kunnen bevallen zonder keizersnede.
- Genetische screening vóór het fokken
Moderne DNA-technologie maakt het mogelijk om ouderdieren te testen op dragerschap van erfelijke aandoeningen. Alleen niet-dragers gebruiken in de foklijn = minder kans op defecte pups.
- Strengere fokregels
Geen broodfok. Geen inteelt. Geen paringen die al bekend staan om nakomelingen met hoge gezondheidsrisico’s. En een verbod op het fokken van honden met al aanwezige extreme kenmerken.
- Wetenschappelijk toezicht
Niet alleen rasverenigingen laten bepalen wat "goed fokken" is. Onafhankelijke ethische commissies of wetenschappelijke instituten zouden richtlijnen moeten maken en bewaken.
Dus: kan het?
Ja,
technisch gezien is het goed mogelijk om gezondere rashonden te fokken. Maar het vereist:
- Moed om vastgeroeste tradities los te laten
- Wens om ethiek boven prestige te plaatsen
- En samenwerking tussen genetici, fokkers en wetgevers