Hoe en welke betekenis geven we aan tegenmacht. Heb daar geen exacte definitie van.
Tegenmacht zoals door Segers en Marijnissen wordt genoemd, is als een zeer sterke band tussen kabinet en de kamer aan de andere kant (met name coalitiefracties). Onlangs gehoord over monisme sinds de jaren '80, wetgevende en uitvoerende macht te sterk verweven. Dit gegeven leidt ertoe dat kamerleden zich onvoldoende kunnen focussen op haar controlerende functie. Vandaar dat wordt geroepen dat meer dualisme gewenst is, tegenhanger van monisme.
Probleem dat dit mede in de kaart speelt is dat er niet zo heel veel kamerleden zijn, vergelijkbaar met buitenland kunnen er wel 50-100 bij, en de kamerleden zitten doorgaans vast op heel grote thema's. Dus echt ergens op of in vastbijten is niet makkelijk, Omtzigt is daarin een uitzondering. Al krijgt hij wel alle gelegenheid om dat te doe. Die luxe hebben niet alle partijen, en zeker niet de kleine fracties. Kleine fracties zouden baat hebben bij meer kamerleden of meer staf.
Hoeveel kamerleden bezitten niet de finesse, kunnen onvoldoende debatteren of zijn misschien wel te druk bezig met oneliners (nepparlement) en journaal halen in plaats van datgene te doen waar Omtzigt zo om wordt geroemd, door de achterban.
Media, (onderzoeks)journalistiek kan hierin eveneens een bijdrage leveren door zich meer vast te bijten. Al is dat wel gedaan bij de toeslagenaffaire en je ziet wat dat teweeg kan brengen.