XXL Nutrition

Vitaminen en mineralen, wat doen ze voor je?

ja het is best aardig
ik heb zelf weinig verstand van vitamines dus heb het maar niet geprobeerd :o

ik wil wel nog wat opmerken aan het artikel;
-Vitamine C vetoplosbaar?? hoeveel vitamine C is dan wel op te lossen per ml olie? In water lost het iig veeel beter op...
-Vitamine B12 verdient hier ook wel een vermelding(bij wat ze voor je doen)
-Calcium verdient ook wel een vermelding, het is zelfs betrokken bij het samentrekken van spieren!!1!!!!
-Ik vermoed dat de rol van jood en zink hier wel wat kort door de bocht word geformuleerd, zo niet zou niemand T3 of T4 nodig hebben als je ook gewoon jood kunt nemen en zou sowieso iedereen aan de zink moeten omdat dat eiwitten maakt.

Dit is niet vervelend bedoeld verder je hebt het al verder gebracht dan ikzelf aangezien je überhaupt een artikel kunt schrijven ;)


Je hebt gelijk betreffende de vitamine C. Er stond eerst een andere vitamine en heb ik het waarschijnlijk niet goed gecorrigeerd.
Vitamine B12 wil ik nog wel even uitwerken. Calcium is ook het benoemen waard, maar om uit te leggen wat dat precies doet moet ik waarschijnlijk op moleculair niveau gaan zitten en ik weet niet of dat nog begrijpelijk blijft. Als er behoefte aan is, wil ik deze nog best uitwerken.
De rol van jodium en zink heb ik idd wat kort beschreven, omdat ook deze mineralen op complexe wijze een rol spelen in het geheel. Ik probeerde meer een samenvatting te maken om een idee te geven wat ze doen. Zo is zink bijvoorbeeld betrokken bij dna en eiwitsynthese door het koppelen van nucleotiden. Om dat proces uit te gaan leggen lijkt mij hier misschien een beetje teveel van het goede.:rolleyes:.

Maar je hebt gelijk en ik waardeer je feedback;)
 
  • Topic Starter Topic Starter
  • #62
Volgens mij zijn de belangrijkste werkingen van Calcium:

bevordert spier contractie
vermindert spierpijn en krampen
Verzorgt een juist evenwicht van zuren en basen
speelt een rol in de zenuwwerking
belangrijk voor bouw van botten en tanden
zorgt voor bloedstolling
 
Vitamines en mineralen, wat moet je ermee?


In dit artikel wil ik, in het bijzonder voor sporters belangrijke stoffen bespreken. Het is verre van volledig maar dat is ook niet het doel; wie er niet genoeg aan heeft kan alsnog omkomen van de informatie op het net;) Er zullen zeker meer bronnen zijn dan die genoemd worden.

Vitamines
Niet alle vitamines zijn amines, maar ze zijn toch zo blijven heten omdat men dat vroeger dacht en de naam al in zwang was. Er zijn vetoplosbare, en wateroplosbare vitamines.

Wateroplosbaar:

Vitamine B dat zijn er nogal wat. Ze zijn allemaal betrokken bij de stofwisseling.
Vitamine B12 verdient een aparte vermelding omdat het door bodybuilders als apart suppplement gebruikt wordt, maar denk er wel aan dat je de ander B vitamines ook nodig hebt!!
B12 heet ook wel cobalamine, als injecteerbaar preparaat is het meestal cyaancobalamine. Het is van belang bij de aanmaak van bloedcellen en als co-enzym via DNA en RNA synthese betrokken bij de eiwitsynthese.Nogmaals andere B vitaminen werken daar ook aan mee. B12 is als preparaat verkrijgbaar omdat sommige mensen specifiek deze stof niet kunnen (of willen, veganisten :rolleyes:)opnemen , niet omdat het de enige B vitamine van belang is! Bovendien is het bij extreem hoge doseringen denkbaar om teveel cobalt (bestanddeel van cobalamine) binnen te krijgen en dat kan tot hartfalen leiden. Dus, het is leuk dat het spul werkt maar ga niet denken hoe meer hoe beter, ook al is het nog zo wateroplosbaar.
Natuurlijke bronnen van alle B vitamines: melk en vlees. Een aantal varianten worden ook gevonden in eieren of granen.

Vitamine C (L-ascorbinezuur) betrokken bij de vorming van hemoglobine, collagene weefsels en steroidhormonen Bronnen: fruit, aardappelen

Vitamine Q (ubiquinone/Q10) wordt aangeprezen als geneesmiddel-tegen-alles. Het is van belang voor elektronentransport in de cel en dus voor de stofwisseling, maar je maakt het ook zelf. Sommige mensen die het in pilvorm slikken beweren er baat bij te hebben. De verkoper heeft dat zeker.

Vetoplosbaar:

Vitamine A (retinol) van belang voor zien, stimulatie afweersysteem, vorming gebit en botten Bronnen: melkvet, eieren,vis , peen

Vitamine D (cholecalciferol) afgeleide van cholesterol, werkt op dezelfde manier als steroidhormonen via een receptor op de gentranscriptie!
Bevordert opname en afzetting van Calcium vooral in beenderen en gebit.
Bronnen: melkvet en vette vis, eigen aanmaak onder invloed van zonlicht. Maar dan moet dat er wel zijn en je moet je er nog aan blootstellen ook...

Vitamine E (tocoferol) remt oxidatieve schade
Bronnen: plantaardige olie,noten,granen

Mineralen

Ijzer
Bestanddeel van enzymen in de energiestofwisseling, van bloedcellen en enzymen betrokken bij de afbraak van medcijnen en giffen. Heel belangrijk dus, vooral voor vrouwen is supplementatie mogelijk aan te bevelen wegens verlies tijdens de menstruatie, maar overdoseren is niet onschadelijk. Het is reactief en kan ook ongewenste reacties aangaan als er teveel van is.
Bronnen: vlees, bruine bonen, spinazie

Calcium
Bestanddeel van botten en gebit, signaalmolecuul voor o.a. aanspannen van alle typen spieren en de signaaltransductie van adrenaline. Curieus feitje: als CaCo3 ook bestanddeel van de zwaartekrachtsensoren in het evenwichtsorgaan.
Bronnen: melkproducten, boerenkool

Fosfor
Fosfaten komen heel veel voor in de energiestofwisseling als in ATP (adenosinetrifosfaat)
de stof die populair gezegd de energierekeningen in de cel betaalt, en creatinefosfaat wat gebruikt wordt om deze ATP snel te kunnen maken. Fosfaten bestaan uit fosfor en zuurstof. Het is heel moeilijk om een tekort aan fosfor te krijgen want het zit eigenlijk overal wel in.

Magnesium
Magnesium bindt ATP en dit is ook nodig willen enzymen iets kunnen met ATP (zie hierboven; zeer uiterst belangrijke stof zowel voor het leven als voor de sport)
Bronnen: zilvervliesrijst, noten

Zink
Zink is onderdeel van verschillende eiwitten en enzymen en belangrijk voor de stofwisseling.
Bronnen: zeevruchten,vlees,eieren,noten

Kalium en Natrium
Deze zijn belangrijk voor de impulsgeleiding in de zenuwen en de vochtbalans. Over het algemeen krijg je er genoeg van binnen maar het is vooral belangrijk dat de balans tussen deze 2 klopt. Bij veel zout eten is de kans groot dat het Natrium aandeel beduidend groter is dan Kalium.
Kalium zit veel in bananen, bruine bonen, aardappelen.

Bronnen:
Collegedictaat Biochemie 2 voor BFW & LST 2008 door prof Hagedoorn
Google

--------------------------------------------------------------------------

Vanwege de biochemie colleges kreeg ik alsnog zin om een artikel te schrijven.
Natuurlijk maken een paar colleges mij nog lang geen expert, maar ik heb toch al een paar leuke dingen geleerd waarvan ik hoop dat anderen er ook wat mee kunnen.
 
@Miss Deadlift: ziet er overzichtelijk uit. Ik denk dat onze 2 artikelen samen toch een aardig compleet plaatje geven. :rolleyes:
 
  • Topic Starter Topic Starter
  • #66
idd mooi artikel, kon je het toch niet laten...:p
We gaan stemmen over de artikellen, de nieuwe post gaat over cardiotraining!
 
Laatst bewerkt:
idd mooi artikel, kon je het toch niet laten...:p
We gaan stemmen over de artikellen, de nieuwe post gaat over cardiotraining!

ja eerst dacht ik nog, ik zou wel willen maar hier weet ik dus echt niks van! (het valt immers onder voeding en training, dingen waar ik fundamenteel niks van weet :eek::p)
maar dan lees ik andermans artikel en heb er nog wat op aan te merken ook, en dacht ik he misschien weet ik toch nog wel iets dan (al heb ik geen idee van waar het in zit ofzo)
en dan kregen we ook nog wat leuke dingen met biochemie en toen dacht ik ja eigenlijk valt het onder biochemie, in dát geval moet ik het eigenlijk wel weten :rolleyes: en waar het inzit dat valt wel uit te zoeken...

euhh, cardio??? lijkt meer op splitschema's nu ???
 
  • Topic Starter Topic Starter
  • #68
Ja idd cardiotopic was anderhalf jaar terug al geweest, Bigt heeft de posts naar dat onderwerp verplaatst. Dus je kan nu over splits je mening geven...;)
 
ik heb dit topic nog niet gans doorgelezen maar ik las vanmorgen in de metro die ik vond op de bus dat vetoplosbare vitaminen in max 5 x de adh mag ingenomen worden en dat ze in te grote inname schadelijk zijn. Het gaat om de vitamines A, D, E & K. Wateroplosbare vitaminen zijn niet zo erg omdat het overschot dan via de urine weggevoerd wordt richting het wckanaal. Er stond ook in dat vitaminesupplementen een ware rage aan het worden zijn maar dat mensen die genoeg gezond eten ze niet echt nodig hebben maar dat het wel goed is voor mensen die vooral ongezond eten of een echt tekort hebben. Vitamine C schijnt ook goed te helpen als je even ziek bent.
 
ik heb dit topic nog niet gans doorgelezen maar ik las vanmorgen in de metro die ik vond op de bus dat vetoplosbare vitaminen in max 5 x de adh mag ingenomen worden en dat ze in te grote inname schadelijk zijn. Het gaat om de vitamines A, D, E & K. Wateroplosbare vitaminen zijn niet zo erg omdat het overschot dan via de urine weggevoerd wordt richting het wckanaal. Er stond ook in dat vitaminesupplementen een ware rage aan het worden zijn maar dat mensen die genoeg gezond eten ze niet echt nodig hebben maar dat het wel goed is voor mensen die vooral ongezond eten of een echt tekort hebben. Vitamine C schijnt ook goed te helpen als je even ziek bent.

Klopt!
Als je een verkoudheid hebt en veel vitamine C tot je neemt, ben je 1 dagje minder ziek:)
De meningen over wel of niet een vitamine supp. zijn verdeeld, ook onder artsen zelf.
 
vitamines en mineralen

vitamines, mineralen en spoorelementen.
(dit laatste snij ik ook even aan omdat er toch enkele zijn die belangrijk genoeg zijn even te bespreken)








Vitamines
De meeste vitamines zijn onderdelen van enzymen of co-enzymen die nodig zijn voor de stofwisseling van vetten en koolhydraten. Vitamnies leveren dus geen bijdrage aan de energie-opname maar zijn wel essentieel voor het leven. Vitamines zijn ingedeeld naar in water oplosbare en in vetoplosbare vitamines. Tot de groep van de in water-oplosbare vitamines behoren vitamine c en de vitamines van het b-complex. Het lichaam kan deze vitamines niet in grote hoeveelheden opslaan, zodat ze dus dagelijks met de voeding moeten worden aangevoerd. Vaak wordt gedacht dat bij het gebruik van extreme hoeveelheden (boven de behoefte) het teveel wordt uitgescheiden met de urine. Een overrmatig gebruik van bijvoorbeeld vitamine b6 en b3 kan echter giftig zijn. Een overdosis vitamine f is weliswaar niet giftig maar wel nadelig voor de koperopname.
De in vet-oplosbare vitamines a, d, e en k kunnen wel in het lichaam worden opgeslagen, voornamelijk id lever, maar ook in vetweefsel. Deze vitamines behoeven niet iedere dag aanvulling. Een te grote opslag van vitamine a en d is echter schadelijk.
Wie per se vitaminepreparaten wil slikken kan het veiligst kiezen voor de preparaten die maximaal anderhalf keer de adh per dag bevatten.

Extra vitamines verhogen de prestaties niet. Wel is een goede vitamine-status is het lichaam noodzakelijk om optimaal te presteren. Een tekort aan vitamines kan leiden tot een verminderde conditie, ziekte en dus tot prestatieverlies.
Alleen wanneer er sprake is van een marginale vitaminie-status kunnen vitaminepreparaten prestatieverhogend werken doordet de tekorten worden opgeheven. Deze tekorten kunnen beter voorkomen worden door aandacht te schenken aan een volwaardige voeding. Door dagelijkse training kan de behoefte van een aantal vitamines verhoogd zijn.:

Vitamine B1 (thiamine)
Thiamine heeft een belangrijke functie als co-enzym dat betrokken is bij de koolhydraatstofwisseling. De behoefte is gerelateerd aan de hoeveelheid koolhydraten in de voeding nodig voor de energie-leverantie. Bij stijging van het koolhydraatgehalte in de voeding neemt de behoefte aan thiamine toe. Ten dele geldt dit ook voor de voedingseiwitten die gebruikt worden voor de energie-leverantie. De behoefte aan vitamine B1 kan het best worden uitgedrukt op basis van de hoeveelheid energie die geleverd wordt door koolhydraten en eiwit. Bij de vetstofwisseling is geen vitamine B1 betrokken. Uitgaande van een voeding bestaande uit 30 energie% vet wordt de minimale hoeveelheid gesteld op 0.4mg/1000 kcal per dag.

Als door sport de energiebehoefte is verhoogd, betekent dit dus ook een verhoogde behoefte aan vitamine B1. Wanneer de extra hoeveelheid energie wordt opgenomen bijvoorbeeld id vorm van extra bruin brood en extra aardappelen bij de warme maaltijd is het goed mogelijk om met de gewone voeding in deze extra behoefte te voorzien. In de meeste voedingsmiddelen is het tiaminegehalte laag. Enkele belangrijke bronnen van thiamine zijn varkensvlees, graanproducten, aardappelen en peulvruchten.

Vitamine B2 (riboflavine)
Riboflavine is betrokken bij de eiwitstofwisseling. De behoefte aanvitamine B2 staat dan ook in nauw verband met de eiwitsbehoefte. De adh is 0.025mg per gram eiwit met een absoluut minimum van 1.6mg/dag voor mannen en 1.3/dag voor vrouwen. Daar de eiwitbehoefte voor sporters is verhoogd, is de behoefte aan vitamine B2 ook enigszinds verhoogd. Wanneer de extra hoeveelheid eiwit wordt opgenomen in de vorm van melk producte, vleeswaren en graanproducten is het goed mogelijk om met de gewone voeding deze extra behoefte te voorzien.
Belangrijke bronnen van riboflavine zijn melk(producten), vlees(waren), fruit en graanproducten.

Vitamine B6 (pyridoxine)
Pyridoxine speelt een belangrijke rol bij het aminozuur-en eiwitmetabolisme. Er bestaan aanwijzingen dat (de behoefte aan vitamine B6 stijgt met het eiwitgehalte van de voeding. De minimale adh is 0.020 mg per gram eiwit met een absoluut minimum van 2mg voor mannen en 1.6mg voor vrouwen. Daar de eiwitconsumptie voor sporters is verhoogd is de behoefte aan vitamine B6 ook verhoogd.
Met een gevarieerde, goede voeding is het mogelijk in deze extra behoefte te voorzien. Een te hoge dosering van vitamine B6 kan leiden tot ziekten van het zenuwstelsel en dit geeft o.a. vermoeidheid.
Belangrijke bronnen zijn vlees, eieren, vis, graanproducten, aardappelen en peulvruchten.

Vitamine A (retinol)
Retinol is nodig om in het schemerduister te kunnen zien en voor de opbouw en instandhouding van de slijmvliezen. Voor sporters is de behoefte aan vitamine A niet verhoogd, maar verdient wel aandacht. Wie heel weinig eet, zoals wel voorkomt bij turnsters, balletdansers en krachtsporters die met vermageren bezig zijn, loopt kans op een gebrek aan vitamine A. Als zij kiezen voor heel weinig vet id voeding (magere melk en melkproducten, brood zonder margarine, geen of magere jus, uitsluitend mager vlees en magere vleewaren e.d.) missen ze hiermee de belangrijkste bronnen van vooral vitamine A.

Vitamine A is als zodanig uitsluitend aanwezig in dierlijke producten. In plantaardige producten komen andere stoffen voor, de carotenen, die omgezet kunnen worden in retinol en die daardoor ook vitamine A activiteiten hebben. In het bijzonder heeft beta-caroteen een voor de voeding belangrijke betekenis als provitamine A.
(1 retinol equivalent = 1mcg retinol = 6mcg beta-caroteen)

Vitamine A komt voor in lever, vis, melk, boter, margarine, halvarine, bak en braadproducten en eierdooier. Beta caroteen komt voor in donkere bladgroente en koolsoorten, ih gele en oranje pigment van de meeste vruchten en groente (wortels) en in melkvet en eidooier.
ADH is 800 RE/dag voor vrouwen, 1000 voor mannen.

Wat betreft de overige vitamines is de behoefte voor sporters niet verhoogd. In de prakijk wordt echter aan het gebruik van extra vitamine c en vitamine e door sporters grote waarde gehecht.

Vitamine C (ascorbinezuur)
Speelt een belangrijke rol bij de vorming van bindweefsel ih lichaam. Bovendien zorgt dit vitamine ervoor dat ijzer uit het voedsel beter wordt opgenomen. Overmatig gebruik kan opnemen van koper in ons lichaam, een stof die we eveneens nodig hebben, belemmeren. ADH 70mg/dag.

Vitamine E
Speelt als anti-oxidant een rol bij de celstofwisseling. Wie moet presteren in een gebied dat hoog gelegen is, zou baat kunnen hebben bij wat extra vitamine e. Effect op het prestatievermogen op zeeniveau is nooit gebleken. Voorzichtigheid is echter geboden. Stapeling van vitamine E in de weefsels kan schadelijk zijn. ADH is 6.0 -8.7 alfa TE/dag voor mannen en 5.4-6.7alfa TE/dag voor vrouwen.

Vitamine E komt voor in plantaardige oliën, groente, fruit, aardappelen, melk...

Er zijn bepaalde groepen die kans lopen dat de gewone voeding niet voldoende vitamines bevat. Dat zijn sporters die anderhalf tot twee uur per dag intensief trainen, kinderen jonger dat twaalf die 1 uur of meer per dag aan sport doen, en sporters die een vermageringspoging ondernemen of lange tijd weinig eten.
Het verlies aan vitamines via zweet, urine of ontlasting is bij sports niet hoger dan niet-sporters. Bovendien eten sporters vaak iets meer omdat hun energiebehoefte is verhoogd.


Conclusie:
Een goede vitaminestatus ih lichaam is nodig om een goede sportprestatie te kunnen leveren. Extra vitamines verhogen de prestaties echter niet.
Ondanks het feit dat de behoefte van een aantal vitamines voor de sporter verhoogd kan zijn, kan met een gevarieerde voeding in deze behoefte worden voorzien.




Mineralen en spoorelementen

Mineralen en spoorelementen hebben net als vitamines een regelende functie ih lichaam. Een aantal mineralen is ook nodig voor de opbouw van lichaamsweefsle en voor de prikkelgeleiding van de spier. De belangrijkste mineralen zijn natrium, kalium, calcium, magnesium en fosfor. Onder spoorelementen verstaat men stoffen die in zeer geringe hoeveelheden (sporen) in ons lichaam voorkomen. De belangrijkste zijn ijzer, zink, koper en jodium.

Voor de meeste sporters voorziet een goede voeding id behoefte aan mineralen en spoorelementen. Eventuele verliezen aan mineralen die optreden door transpireren hebben nauwelijks of geen invloed op het prestatieniveau. Deze verliezen kunnen door een goede voedselkeuze gemakkelijk weer worden aangevuld. Bovendien verliest een getraind persoon minder mineralen dan iemand die niet getraind is. Extra aandacht voor de mineralenvoorziening is nodig voor sporters met een lage energie-opname.

Er zijn echter omstandigheden waarbij, vooral sporters, in het lichaam tekorten aan natrium, ijzer en calcium kunnen ontstaan. Het gebruik van extra magnesium en zink heeft in de sportwereld grote belangstelling.

Natrium en kalium:
Door transpireren verliest het lichaam vooral natrium. Id vloeistof buiten de cellen(extracellulair) is dat vooral kalium. Het evenwicht in de concentratie van deze mineralen moet zeer nauwkeurig worden geregeld. Hierdoor wordt onder andere bepaald hoeveel vloeistof naar de verschillende weefsels wordt geleid. Om een evenwichtige concentratie te krijgen moet aan twee voorwaarden worden voldaan: ten eerste moet er voldoende vocht aanwezig zijn in en buiten de cel. Ten tweede moeten de hoeveelheden natrium en kalium zo op elkaar zijn afgestemd dat er een goede uitwisseling van vloeistof naar de weefsels mogelijk is.

In de gebruikelijke voeding komen natrium en kalium in voldoende hoeveelheden voor.

Natrium is een bestanddeel van keukenzou. De gemiddelde zoutconsumptie is tien gram per dag, terwijl een hoeveelheid tussen drie en acht gram al genoeg is. Veel natrium kan leiden tot hoge bloeddruk. Alleen bij extreem hoge omgevingstemperaturen en zware lichamelijke inspanning zal natrium tijdens de inspanning moeten worden aangevuld. Dit geldt onder omstandigheden waarin het lichaam meer dan vier liter vocht verliest. Als gevolg van een natriumtekort neemt het vermogen om de lichaamstemperatuur te regelen af en kan het fysieke prestatievermogen worden aangetast. Ernstige tekorten kunnen worden voorkomen door gebruik van een 0.1% keukenzoutoplossing (isotone dorstlesser). Het gebruik van zouttabletten wordt afgeraden omdat het risico is verhoogd op aandoening van het maagdarmkanaal, kaliumtekort en het vasthouden van extra lichaamsvocht.

Een kaliumtekort of overschot ontstaat als het evenwicht tussen opname en uitscheiding is verstoord. Een te geringe of een te grote opname van kalium met de voeding is daarvan onder normale omstandigheden zelden de oorzaak. De nieren passen de uitscheiding van kalium namelijk direct aan.
Bij ernstige diarree of bij ernstig braken kan het verlies aan kalium zo hoog worden dat een tekort ontstaat. Ernstige diarree kan ontstaan door darmstoornissen, maar ook door het frequent gebruik van laxeermiddelen.
Kaliumrijke producten zijn aardappelen, groente en fruit.

Ijzer
Speelt een belangrijke rol als bestanddeel van hemoglobine (Hb), het bloedeiwit dat voor zuurstoftransport zorgt. Ijzertekort leidt tot een verminderd zuurstoftransport, waardoor het prestatievermogen nadelig wordt beïnvloed.
We spreken van een ijzergebreksanaemie ( vorm van bloedarmoede), wanneer het hemoglobine gehalte en/of ferritine gehalte ih bloed te laag is. Ferritine ih bloed is een maat voor de ijzervoorraad ih lichaam. Het Hemoglobinegehalte is niet altijd een betrouwbare maat. Het kan voorkomen dat het Hb gehalte normaal is, maar het ferritinegehalte te laag. Op langere termijn kan dit leiden tot lage Hb waarden. Een laag ferritinegehalte ih bloed is dus een voorbode van een ijzertekort. Mogelijke gevolgen van een anemie zijn; versnelling hartslag, vermoeidheid, gebrek aan eetlust en spierkramp

Ijzergebreksanaemie kan ontstaan door onvoldoende voorziening of benutting van ijzer via de voeding en/ of een verhoogde uitscheiding via zweet. Ook veel bloedverlies door menstruatie of bloedverlies met de ontlasting kan dit veroorzaken. Extra aandacht voor voldoende ijzer id voeding is met name van belang in de groeifase, bij vrouwen (menstruatie), bij het gebruik van laag energetische voedingen en veganisten.

Voedingsmiddelen die veel ijzer bevatten zijn vlees(waren), graanproducten, brood, zilvervliesrijst, volkoren deegwaren. Ook appelstroop en ijzerhoudende siropen kunnen een bijdrage leveren aan de ijzervoorziening. De ijzeropname kan verminderd worden door het gebruik van veel koffie en thee tijdens de maaltdij. Vitamine C daarentegen kan de ijzeropname verbeteren. Wanneer er sprake is van een ijzergebreksanaemie wordt daarom geadviseerd geen thee of koffie te nuttigen. Hiervoor id plaats kan men beter fruit of vruchtensap gebruiken.

Calcium
Ook kalk, is belangrijk voor de handhaving en opbouw van het botweefsel. Het speelt ook een rol bij het samentrekken van de spieren. Tijdens inspanningen treedt calcium-verlies via het zweet op. Door een voeding met voldoende zuivelproducten kan dit verlies gemakkelijk weer worden aangevuld. Extra aandacht voor de calciumvoorziening is nodig bij sporters die te weinig zuivelproducten gebruiken en sporters met een lage energie-opname waarbij het gebruik van melkproducten wordt vermeden of minimaal is.

Melk en melkproducten zijn de belangrijkste bron van calcium. Om de botmassa op te bouwen en in stand te houden is niet alleen voldoende calcium id voeding maar ook voldoende vitamine D (zonlicht), lichamelijke activiteit, als een goed evenwicht tussen verschillende hormonen noodzakelijk. Een normale oestrogeenproductie blijkt voor het skelet echter van groter belang te zijn dan lichaamsbeweging en / of een adequate calciuminname.

Zink
De belangstelling voor zink in de sportvoeding is ontstaan naar aanleiding vande resultaten van dierexp onderzoek, waarin een effect van zink is waargenomen op het prestatievermogen van de spier en tijdsduur tot uitputting. Ook op theoretische gronden zijn er aanwijzingen dat zink een rol speelt bij het fysiek presteren.
Zink vormt een onderdeel van een groot aantal enzymsystemen. Deze zink-bevattende enzymen spelen o.a. een rol bij de eiwitsynthese en de celdeling. Ook zijn er aanwijzingen dat zink is betrokken bij de koolhydraatstofwisseling. De verliezen aan zink tijdens sportbeoefening kunnen toenemen als gevolg van verhoogde zweetuitscheiding. Hierdoor zou de zinkbalans als gevolg van intensieve sportbeoefening kunnen worden verstoord.
Door het gebruik van een gevarieerde, goede voeding is het mogelijk dit verlies weer aan te vullen. Zink komt relatief veel voor in vlees, kaas, groente en noten.
Een te hoge zinkopname, bijvoorbeeld door het gebruik van preparaten, remt de opname van koper in het lichaam. Gevolg hiervan kan dus een onvoldoende kopervoorziening zijn.

Magnesium
Bestanddeel van een enzym dat betrokken is bij de energie-stofwisseling. Onderzoek naar de relatie tss mg en fysiek prestatievermogen is slechts beperkt uitgevoerd. Er zijn aanwijzingen dat een gebrek tot spierkrampen kan leiden.

Belangrijkste mg-leveranciers: graanproducten, groenten, melk en melkproducten.





Bronnen:

http://www.vitamine-info.nl/
[Link niet meer beschikbaar]
http://www.anja-mystery.be/Vitaminen.html
Voeding en sport – anja van geel
 
knap stukje kerel!
 
  • Topic Starter Topic Starter
  • #73
en dat midden in de nacht! we hebben het topic al wel gesloten maar goede inzending idd.
 
vitamines, mineralen en spoorelementen.
(dit laatste snij ik ook even aan omdat er toch enkele zijn die belangrijk genoeg zijn even te bespreken)








Vitamines
De meeste vitamines zijn onderdelen van enzymen of co-enzymen die nodig zijn voor de stofwisseling van vetten en koolhydraten. Vitamnies leveren dus geen bijdrage aan de energie-opname maar zijn wel essentieel voor het leven. Vitamines zijn ingedeeld naar in water oplosbare en in vetoplosbare vitamines. Tot de groep van de in water-oplosbare vitamines behoren vitamine c en de vitamines van het b-complex. Het lichaam kan deze vitamines niet in grote hoeveelheden opslaan, zodat ze dus dagelijks met de voeding moeten worden aangevoerd. Vaak wordt gedacht dat bij het gebruik van extreme hoeveelheden (boven de behoefte) het teveel wordt uitgescheiden met de urine. Een overrmatig gebruik van bijvoorbeeld vitamine b6 en b3 kan echter giftig zijn. Een overdosis vitamine f is weliswaar niet giftig maar wel nadelig voor de koperopname.
De in vet-oplosbare vitamines a, d, e en k kunnen wel in het lichaam worden opgeslagen, voornamelijk id lever, maar ook in vetweefsel. Deze vitamines behoeven niet iedere dag aanvulling. Een te grote opslag van vitamine a en d is echter schadelijk.
Wie per se vitaminepreparaten wil slikken kan het veiligst kiezen voor de preparaten die maximaal anderhalf keer de adh per dag bevatten.

Extra vitamines verhogen de prestaties niet. Wel is een goede vitamine-status is het lichaam noodzakelijk om optimaal te presteren. Een tekort aan vitamines kan leiden tot een verminderde conditie, ziekte en dus tot prestatieverlies.
Alleen wanneer er sprake is van een marginale vitaminie-status kunnen vitaminepreparaten prestatieverhogend werken doordet de tekorten worden opgeheven. Deze tekorten kunnen beter voorkomen worden door aandacht te schenken aan een volwaardige voeding. Door dagelijkse training kan de behoefte van een aantal vitamines verhoogd zijn.:

Vitamine B1 (thiamine)
Thiamine heeft een belangrijke functie als co-enzym dat betrokken is bij de koolhydraatstofwisseling. De behoefte is gerelateerd aan de hoeveelheid koolhydraten in de voeding nodig voor de energie-leverantie. Bij stijging van het koolhydraatgehalte in de voeding neemt de behoefte aan thiamine toe. Ten dele geldt dit ook voor de voedingseiwitten die gebruikt worden voor de energie-leverantie. De behoefte aan vitamine B1 kan het best worden uitgedrukt op basis van de hoeveelheid energie die geleverd wordt door koolhydraten en eiwit. Bij de vetstofwisseling is geen vitamine B1 betrokken. Uitgaande van een voeding bestaande uit 30 energie% vet wordt de minimale hoeveelheid gesteld op 0.4mg/1000 kcal per dag.

Als door sport de energiebehoefte is verhoogd, betekent dit dus ook een verhoogde behoefte aan vitamine B1. Wanneer de extra hoeveelheid energie wordt opgenomen bijvoorbeeld id vorm van extra bruin brood en extra aardappelen bij de warme maaltijd is het goed mogelijk om met de gewone voeding in deze extra behoefte te voorzien. In de meeste voedingsmiddelen is het tiaminegehalte laag. Enkele belangrijke bronnen van thiamine zijn varkensvlees, graanproducten, aardappelen en peulvruchten.

Vitamine B2 (riboflavine)
Riboflavine is betrokken bij de eiwitstofwisseling. De behoefte aanvitamine B2 staat dan ook in nauw verband met de eiwitsbehoefte. De adh is 0.025mg per gram eiwit met een absoluut minimum van 1.6mg/dag voor mannen en 1.3/dag voor vrouwen. Daar de eiwitbehoefte voor sporters is verhoogd, is de behoefte aan vitamine B2 ook enigszinds verhoogd. Wanneer de extra hoeveelheid eiwit wordt opgenomen in de vorm van melk producte, vleeswaren en graanproducten is het goed mogelijk om met de gewone voeding deze extra behoefte te voorzien.
Belangrijke bronnen van riboflavine zijn melk(producten), vlees(waren), fruit en graanproducten.

Vitamine B6 (pyridoxine)
Pyridoxine speelt een belangrijke rol bij het aminozuur-en eiwitmetabolisme. Er bestaan aanwijzingen dat (de behoefte aan vitamine B6 stijgt met het eiwitgehalte van de voeding. De minimale adh is 0.020 mg per gram eiwit met een absoluut minimum van 2mg voor mannen en 1.6mg voor vrouwen. Daar de eiwitconsumptie voor sporters is verhoogd is de behoefte aan vitamine B6 ook verhoogd.
Met een gevarieerde, goede voeding is het mogelijk in deze extra behoefte te voorzien. Een te hoge dosering van vitamine B6 kan leiden tot ziekten van het zenuwstelsel en dit geeft o.a. vermoeidheid.
Belangrijke bronnen zijn vlees, eieren, vis, graanproducten, aardappelen en peulvruchten.

Vitamine A (retinol)
Retinol is nodig om in het schemerduister te kunnen zien en voor de opbouw en instandhouding van de slijmvliezen. Voor sporters is de behoefte aan vitamine A niet verhoogd, maar verdient wel aandacht. Wie heel weinig eet, zoals wel voorkomt bij turnsters, balletdansers en krachtsporters die met vermageren bezig zijn, loopt kans op een gebrek aan vitamine A. Als zij kiezen voor heel weinig vet id voeding (magere melk en melkproducten, brood zonder margarine, geen of magere jus, uitsluitend mager vlees en magere vleewaren e.d.) missen ze hiermee de belangrijkste bronnen van vooral vitamine A.

Vitamine A is als zodanig uitsluitend aanwezig in dierlijke producten. In plantaardige producten komen andere stoffen voor, de carotenen, die omgezet kunnen worden in retinol en die daardoor ook vitamine A activiteiten hebben. In het bijzonder heeft beta-caroteen een voor de voeding belangrijke betekenis als provitamine A.
(1 retinol equivalent = 1mcg retinol = 6mcg beta-caroteen)

Vitamine A komt voor in lever, vis, melk, boter, margarine, halvarine, bak en braadproducten en eierdooier. Beta caroteen komt voor in donkere bladgroente en koolsoorten, ih gele en oranje pigment van de meeste vruchten en groente (wortels) en in melkvet en eidooier.
ADH is 800 RE/dag voor vrouwen, 1000 voor mannen.

Wat betreft de overige vitamines is de behoefte voor sporters niet verhoogd. In de prakijk wordt echter aan het gebruik van extra vitamine c en vitamine e door sporters grote waarde gehecht.

Vitamine C (ascorbinezuur)
Speelt een belangrijke rol bij de vorming van bindweefsel ih lichaam. Bovendien zorgt dit vitamine ervoor dat ijzer uit het voedsel beter wordt opgenomen. Overmatig gebruik kan opnemen van koper in ons lichaam, een stof die we eveneens nodig hebben, belemmeren. ADH 70mg/dag.

Vitamine E
Speelt als anti-oxidant een rol bij de celstofwisseling. Wie moet presteren in een gebied dat hoog gelegen is, zou baat kunnen hebben bij wat extra vitamine e. Effect op het prestatievermogen op zeeniveau is nooit gebleken. Voorzichtigheid is echter geboden. Stapeling van vitamine E in de weefsels kan schadelijk zijn. ADH is 6.0 -8.7 alfa TE/dag voor mannen en 5.4-6.7alfa TE/dag voor vrouwen.

Vitamine E komt voor in plantaardige oliën, groente, fruit, aardappelen, melk...

Er zijn bepaalde groepen die kans lopen dat de gewone voeding niet voldoende vitamines bevat. Dat zijn sporters die anderhalf tot twee uur per dag intensief trainen, kinderen jonger dat twaalf die 1 uur of meer per dag aan sport doen, en sporters die een vermageringspoging ondernemen of lange tijd weinig eten.
Het verlies aan vitamines via zweet, urine of ontlasting is bij sports niet hoger dan niet-sporters. Bovendien eten sporters vaak iets meer omdat hun energiebehoefte is verhoogd.


Conclusie:
Een goede vitaminestatus ih lichaam is nodig om een goede sportprestatie te kunnen leveren. Extra vitamines verhogen de prestaties echter niet.
Ondanks het feit dat de behoefte van een aantal vitamines voor de sporter verhoogd kan zijn, kan met een gevarieerde voeding in deze behoefte worden voorzien.




Mineralen en spoorelementen

Mineralen en spoorelementen hebben net als vitamines een regelende functie ih lichaam. Een aantal mineralen is ook nodig voor de opbouw van lichaamsweefsle en voor de prikkelgeleiding van de spier. De belangrijkste mineralen zijn natrium, kalium, calcium, magnesium en fosfor. Onder spoorelementen verstaat men stoffen die in zeer geringe hoeveelheden (sporen) in ons lichaam voorkomen. De belangrijkste zijn ijzer, zink, koper en jodium.

Voor de meeste sporters voorziet een goede voeding id behoefte aan mineralen en spoorelementen. Eventuele verliezen aan mineralen die optreden door transpireren hebben nauwelijks of geen invloed op het prestatieniveau. Deze verliezen kunnen door een goede voedselkeuze gemakkelijk weer worden aangevuld. Bovendien verliest een getraind persoon minder mineralen dan iemand die niet getraind is. Extra aandacht voor de mineralenvoorziening is nodig voor sporters met een lage energie-opname.

Er zijn echter omstandigheden waarbij, vooral sporters, in het lichaam tekorten aan natrium, ijzer en calcium kunnen ontstaan. Het gebruik van extra magnesium en zink heeft in de sportwereld grote belangstelling.

Natrium en kalium:
Door transpireren verliest het lichaam vooral natrium. Id vloeistof buiten de cellen(extracellulair) is dat vooral kalium. Het evenwicht in de concentratie van deze mineralen moet zeer nauwkeurig worden geregeld. Hierdoor wordt onder andere bepaald hoeveel vloeistof naar de verschillende weefsels wordt geleid. Om een evenwichtige concentratie te krijgen moet aan twee voorwaarden worden voldaan: ten eerste moet er voldoende vocht aanwezig zijn in en buiten de cel. Ten tweede moeten de hoeveelheden natrium en kalium zo op elkaar zijn afgestemd dat er een goede uitwisseling van vloeistof naar de weefsels mogelijk is.

In de gebruikelijke voeding komen natrium en kalium in voldoende hoeveelheden voor.

Natrium is een bestanddeel van keukenzou. De gemiddelde zoutconsumptie is tien gram per dag, terwijl een hoeveelheid tussen drie en acht gram al genoeg is. Veel natrium kan leiden tot hoge bloeddruk. Alleen bij extreem hoge omgevingstemperaturen en zware lichamelijke inspanning zal natrium tijdens de inspanning moeten worden aangevuld. Dit geldt onder omstandigheden waarin het lichaam meer dan vier liter vocht verliest. Als gevolg van een natriumtekort neemt het vermogen om de lichaamstemperatuur te regelen af en kan het fysieke prestatievermogen worden aangetast. Ernstige tekorten kunnen worden voorkomen door gebruik van een 0.1% keukenzoutoplossing (isotone dorstlesser). Het gebruik van zouttabletten wordt afgeraden omdat het risico is verhoogd op aandoening van het maagdarmkanaal, kaliumtekort en het vasthouden van extra lichaamsvocht.

Een kaliumtekort of overschot ontstaat als het evenwicht tussen opname en uitscheiding is verstoord. Een te geringe of een te grote opname van kalium met de voeding is daarvan onder normale omstandigheden zelden de oorzaak. De nieren passen de uitscheiding van kalium namelijk direct aan.
Bij ernstige diarree of bij ernstig braken kan het verlies aan kalium zo hoog worden dat een tekort ontstaat. Ernstige diarree kan ontstaan door darmstoornissen, maar ook door het frequent gebruik van laxeermiddelen.
Kaliumrijke producten zijn aardappelen, groente en fruit.

Ijzer
Speelt een belangrijke rol als bestanddeel van hemoglobine (Hb), het bloedeiwit dat voor zuurstoftransport zorgt. Ijzertekort leidt tot een verminderd zuurstoftransport, waardoor het prestatievermogen nadelig wordt beïnvloed.
We spreken van een ijzergebreksanaemie ( vorm van bloedarmoede), wanneer het hemoglobine gehalte en/of ferritine gehalte ih bloed te laag is. Ferritine ih bloed is een maat voor de ijzervoorraad ih lichaam. Het Hemoglobinegehalte is niet altijd een betrouwbare maat. Het kan voorkomen dat het Hb gehalte normaal is, maar het ferritinegehalte te laag. Op langere termijn kan dit leiden tot lage Hb waarden. Een laag ferritinegehalte ih bloed is dus een voorbode van een ijzertekort. Mogelijke gevolgen van een anemie zijn; versnelling hartslag, vermoeidheid, gebrek aan eetlust en spierkramp

Ijzergebreksanaemie kan ontstaan door onvoldoende voorziening of benutting van ijzer via de voeding en/ of een verhoogde uitscheiding via zweet. Ook veel bloedverlies door menstruatie of bloedverlies met de ontlasting kan dit veroorzaken. Extra aandacht voor voldoende ijzer id voeding is met name van belang in de groeifase, bij vrouwen (menstruatie), bij het gebruik van laag energetische voedingen en veganisten.

Voedingsmiddelen die veel ijzer bevatten zijn vlees(waren), graanproducten, brood, zilvervliesrijst, volkoren deegwaren. Ook appelstroop en ijzerhoudende siropen kunnen een bijdrage leveren aan de ijzervoorziening. De ijzeropname kan verminderd worden door het gebruik van veel koffie en thee tijdens de maaltdij. Vitamine C daarentegen kan de ijzeropname verbeteren. Wanneer er sprake is van een ijzergebreksanaemie wordt daarom geadviseerd geen thee of koffie te nuttigen. Hiervoor id plaats kan men beter fruit of vruchtensap gebruiken.

Calcium
Ook kalk, is belangrijk voor de handhaving en opbouw van het botweefsel. Het speelt ook een rol bij het samentrekken van de spieren. Tijdens inspanningen treedt calcium-verlies via het zweet op. Door een voeding met voldoende zuivelproducten kan dit verlies gemakkelijk weer worden aangevuld. Extra aandacht voor de calciumvoorziening is nodig bij sporters die te weinig zuivelproducten gebruiken en sporters met een lage energie-opname waarbij het gebruik van melkproducten wordt vermeden of minimaal is.

Melk en melkproducten zijn de belangrijkste bron van calcium. Om de botmassa op te bouwen en in stand te houden is niet alleen voldoende calcium id voeding maar ook voldoende vitamine D (zonlicht), lichamelijke activiteit, als een goed evenwicht tussen verschillende hormonen noodzakelijk. Een normale oestrogeenproductie blijkt voor het skelet echter van groter belang te zijn dan lichaamsbeweging en / of een adequate calciuminname.

Zink
De belangstelling voor zink in de sportvoeding is ontstaan naar aanleiding vande resultaten van dierexp onderzoek, waarin een effect van zink is waargenomen op het prestatievermogen van de spier en tijdsduur tot uitputting. Ook op theoretische gronden zijn er aanwijzingen dat zink een rol speelt bij het fysiek presteren.
Zink vormt een onderdeel van een groot aantal enzymsystemen. Deze zink-bevattende enzymen spelen o.a. een rol bij de eiwitsynthese en de celdeling. Ook zijn er aanwijzingen dat zink is betrokken bij de koolhydraatstofwisseling. De verliezen aan zink tijdens sportbeoefening kunnen toenemen als gevolg van verhoogde zweetuitscheiding. Hierdoor zou de zinkbalans als gevolg van intensieve sportbeoefening kunnen worden verstoord.
Door het gebruik van een gevarieerde, goede voeding is het mogelijk dit verlies weer aan te vullen. Zink komt relatief veel voor in vlees, kaas, groente en noten.
Een te hoge zinkopname, bijvoorbeeld door het gebruik van preparaten, remt de opname van koper in het lichaam. Gevolg hiervan kan dus een onvoldoende kopervoorziening zijn.

Magnesium
Bestanddeel van een enzym dat betrokken is bij de energie-stofwisseling. Onderzoek naar de relatie tss mg en fysiek prestatievermogen is slechts beperkt uitgevoerd. Er zijn aanwijzingen dat een gebrek tot spierkrampen kan leiden.

Belangrijkste mg-leveranciers: graanproducten, groenten, melk en melkproducten.





Bronnen:

http://www.vitamine-info.nl/
[Link niet meer beschikbaar]
http://www.anja-mystery.be/Vitaminen.html
Voeding en sport – anja van geel

Interessante info;).
 
Supplementen werken niet, je moet alle alkaloiden van het plantmateriaal hebben omdat dan de opname veel eficienter is.

6 groene appels, 3 bananen en 4 ons groente per dag.
 
Terug
Naar boven