- Lid sinds
- 10 jan 2008
- Berichten
- 2.621
- Waardering
- 470
- Lengte
- 1m82
- Massa
- 100kg
- Vetpercentage
- 9%
http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=DMF20120914_00296756
Waarom voedingsonderzoek vaak controversieel is
Experts die elkaar met wetenschappelijke studies om de oren slaan, mediaberichten die elkaar meteen tegenspreken: de voedingswetenschap verkeert in een crisis. Hoe komt dat?
‘De laatste jaren zijn heel veel hypotheses en gedachten geformuleerd op basis van observationeel onderzoek', zegt Sander Kersten van de Universiteit Wageningen. Observationeel onderzoek kijkt naar verbanden, tussen pakweg de broodconsumptie en hartinfarcten, of tussen de visconsumptie en de levensduur in een bepaalde regio. Die verbanden kunnen betekenisvol zijn, maar evengoed toevallig. Misschien leven viseters langer doordat ze ook meer bewegen, en heeft die vis er niets mee te maken. Misschien hebben de broodeters meer hartinfarcten doordat ze ook meer vlees eten. Observationeel onderzoek kan daarover geen uitsluitsel geven, maar vaak worden er wel verregaande conclusies uit getrokken. Dat kan leiden tot tegenstrijdige stellingen en verwarring, terwijl het alleen om hypotheses gaat.
‘Het grappigste voorbeeld komt uit Duitsland', vertelt Theo Niewold van de KU Leuven. ‘Daar namen tegelijk het aantal ooievaars en het aantal geboortes af. Conclusie: ooievaars veroorzaken geboortes.' Het is een geintje, maar het is helaas de basis van veel vermeende voedingswijsheid.
Placebo's
‘De enige manier om zo'n hypothese hard te maken', zegt Kersten, ‘is een randomized controlled trial. Je neemt een groep mensen, splitst die in twee helften, geeft de ene helft een bepaald voedingsmiddel en de andere helft een placebo. Tekenen zich dan verschillen af, dan wil dat iets zeggen.'
Zo'n onderzoek is voor sommige kwesties echter onmogelijk en vaak onhaalbaar – voor brood kun je bijvoorbeeld geen placebo maken – en als het wel wordt uitgevoerd, ontkracht het vaak de hypotheses. ‘Van al het observationele onderzoek uit de laatste decennia hebben we maar heel weinig hard kunnen maken', zegt Kersten. ‘Dat stemt tot nadenken. Misschien moeten we op een andere manier onderzoeken: enerzijds meer naar de grotere voedings- en leefstijlpatronen kijken, anderzijds meer naar de specifieke voedingsstoffen en hoe ze werken. Al stoot je ook daarbij op grote wetenschappelijke hindernissen.'
Veel onderzoek is gericht op de relatie tussen enerzijds voeding en anderzijds hart- en vaatziektes, de voornaamste doodsoorzaak in ons land. ‘Maar ook die is steeds moeilijker te bestuderen naarmate zulke ziektes beter behandeld kunnen worden', legt Kersten uit. ‘Op zich is dat natuurlijk een positieve ontwikkeling, maar doordat de risicogroep nu zo goed geholpen wordt met medicijnen, zien we niet meer welk effect voeding heeft. Dat verklaart bijvoorbeeld waarom we het effect van omega 3- en omega 6-vetzuren niet hard kunnen maken.'
Waarom voedingsonderzoek vaak controversieel is
Experts die elkaar met wetenschappelijke studies om de oren slaan, mediaberichten die elkaar meteen tegenspreken: de voedingswetenschap verkeert in een crisis. Hoe komt dat?
‘De laatste jaren zijn heel veel hypotheses en gedachten geformuleerd op basis van observationeel onderzoek', zegt Sander Kersten van de Universiteit Wageningen. Observationeel onderzoek kijkt naar verbanden, tussen pakweg de broodconsumptie en hartinfarcten, of tussen de visconsumptie en de levensduur in een bepaalde regio. Die verbanden kunnen betekenisvol zijn, maar evengoed toevallig. Misschien leven viseters langer doordat ze ook meer bewegen, en heeft die vis er niets mee te maken. Misschien hebben de broodeters meer hartinfarcten doordat ze ook meer vlees eten. Observationeel onderzoek kan daarover geen uitsluitsel geven, maar vaak worden er wel verregaande conclusies uit getrokken. Dat kan leiden tot tegenstrijdige stellingen en verwarring, terwijl het alleen om hypotheses gaat.
‘Het grappigste voorbeeld komt uit Duitsland', vertelt Theo Niewold van de KU Leuven. ‘Daar namen tegelijk het aantal ooievaars en het aantal geboortes af. Conclusie: ooievaars veroorzaken geboortes.' Het is een geintje, maar het is helaas de basis van veel vermeende voedingswijsheid.
Placebo's
‘De enige manier om zo'n hypothese hard te maken', zegt Kersten, ‘is een randomized controlled trial. Je neemt een groep mensen, splitst die in twee helften, geeft de ene helft een bepaald voedingsmiddel en de andere helft een placebo. Tekenen zich dan verschillen af, dan wil dat iets zeggen.'
Zo'n onderzoek is voor sommige kwesties echter onmogelijk en vaak onhaalbaar – voor brood kun je bijvoorbeeld geen placebo maken – en als het wel wordt uitgevoerd, ontkracht het vaak de hypotheses. ‘Van al het observationele onderzoek uit de laatste decennia hebben we maar heel weinig hard kunnen maken', zegt Kersten. ‘Dat stemt tot nadenken. Misschien moeten we op een andere manier onderzoeken: enerzijds meer naar de grotere voedings- en leefstijlpatronen kijken, anderzijds meer naar de specifieke voedingsstoffen en hoe ze werken. Al stoot je ook daarbij op grote wetenschappelijke hindernissen.'
Veel onderzoek is gericht op de relatie tussen enerzijds voeding en anderzijds hart- en vaatziektes, de voornaamste doodsoorzaak in ons land. ‘Maar ook die is steeds moeilijker te bestuderen naarmate zulke ziektes beter behandeld kunnen worden', legt Kersten uit. ‘Op zich is dat natuurlijk een positieve ontwikkeling, maar doordat de risicogroep nu zo goed geholpen wordt met medicijnen, zien we niet meer welk effect voeding heeft. Dat verklaart bijvoorbeeld waarom we het effect van omega 3- en omega 6-vetzuren niet hard kunnen maken.'

