Zelf heb ik gewerkt aan de universiteit van Leiden, een keurige omgeving zou je denken. Het was wel de tijd dat er managers werden aangenomen en onderzoekers werden ontslagen. Omdat die managers onderzoeksgeld lieten verdwijnen, als het niet met opzet was was het grove slordigheid en het ging om enorme bedragen, had ik altijd ruzie met ze. Ze hadden ook altijd enorme groepen assistenten. Toen ik zo'n kerel zocht maar steeds niet achter zijn bureau aantrof werd ik steeds bozer op het ondersteunende personeel dat ook steeds zenuwachtiger werd als ze mij weer zagen langskomen. Op een dag zaten ze echter gemeen te lachen toen ik weer eens kwam vragen waar mijn geld was, bleek die kerel eindelijk aanwezig (bijna kop groter dan ik en deed aan krachtsport). Het eerste wat hij zei was dat hij zin had om me een pak slaag te geven. Ik kreeg toen een woedeaanval en stapte meteen op hem af, waardoor hij bijna ging huilen en de politie begon te bellen. Zijn personeel getuigde later tegen mij. Van de tuinmannen hoorde ik dat hij een enorme bully was en dat mijn professor die zelf best een forse en bazige kerel was, altijd een heel hoog stemmetje had als hij met hem belde (over de verdwenen fondsen). Die professor liet mij later beloven in Malawi geen mensen te slaan, omdat ik ook had gevochten met de schoonmaker (met strafblad) die mijn motorjas gestolen had. Eerder was er, waarschijnlijk ook door hem, veel contant geld gestolen van mijn vriendin die samen met mij aan een ander project werkte. Het hoofd facilitaire zaken zocht daarna ook ruzie met me (wat slecht voor hem afliep) en hoewel eerst iedereen mij steunde, trokken ze later toch partij voor hem omdat hij hen ook bedreigde. De politie van Leiden liet me zien dat die schoonmaker en zijn chef een strafblad hadden, maar zeiden verder geen tijd te hebben.