- Lid sinds
- 16 jan 2011
- Berichten
- 3.392
- Waardering
- 123
- Lengte
- 1m89
- Massa
- 105kg
- Vetpercentage
- 7%
3 jaar en een paar maanden nu maar ik had niemand die me verder kon helpen dus in het begin deed ik bv rug oefeningen en dacht dat ik de schouders aan het trainen was 
---------- Toegevoegd om 16:41 ---------- De post hierboven werd geplaatst om 16:36 ----------
ik heb even wat info opgezocht en bij elkaar gezet over de controle, misschien wel handig om het hier even te posten voor de mensen die niet weten waarop we ons op moeten controleren
ALAT
Ook wel bekend als: alanine aminotransferase
Bij mensen die geen leverziekten hebben is de ALAT-activiteit bij mannen kleiner dan 45 U/l en bij vrouwen kleiner dan 35 U/l.
----------
ASAT
Ook wel bekend als:
serumglutamine-oxaloazijnzuur transaminase, SGOT
Officiële naam:
aspartaat aminotransferase
Bij gezonde mensen (zonder leverproblemen en geen spierschade) is de hoeveelheid ASAT minder dan 25 U/l.
----------
GGT
Ook wel bekend als:
gamma-glutamyl transpeptidase, GGTP
Bij de meeste mensen die gezond zijn en geen leverafwijking hebben, ligt de GGT-waarde in het gebied van de normale waarden. Bij de meeste laboratoria is dat < 45 I/L (mannen) of < 35 U/l (vrouwen).
----------
HDL
Ook wel bekend als:
HDL-C, goed-cholesterol
Officiële naam:
high density lipoprotein cholesterol
HDL-cholesterol is “goed” cholesterol en daarom is een hoge HDL-waarde beter dan een lage. Een HDL lager dan 1,04 mmol/L wordt beschouwd als een hoger risico op hart- en vaatziekten. Waarden tussen 1,04 en 1,55 mmol/L betekenen in het algemeen een matig risico en waarden boven 1,55 wijzen op een laag risico op hart- en vaatziekten. Het is gebruikelijk om te kijken naar de verhouding tussen totaal cholesterol en HDL-cholesterol. Deze verhouding moet kleiner zijn dan 5, maar kleiner dan 3,5 is het best. Het is echter van groot belang om bij de beoordeling van deze verhouding ook te kijken naar de uitkomsten van de afzonderlijke tests. Voor een juiste interpretatie is overleg met de huisarts nodig.
Recente ontwikkelingen laten zien dat niet alleen de concentratie van het HDL van belang is, maar ook de werkzaamheid van het HDL-deeltje.
Het komt voor dat de cholesterol verlaagd is bij ziekte, een paar dagen na een hartaanval of bij stress. Bij zwangerschap is de HDL-cholesterol dikwijls afwijkend (hoger of lager) ten opzichte van de normale situatie. Daarom is het beter om de test minimaal 6 weken na de zwangerschap uit te voeren.
----------
LDL en totaal cholesterol
Ook wel bekend als:
LDL-C, LDL-cholesterol, directe LDL
Officiële naam:
low density lipoprotein cholesterol
Bij de meeste gezonde mensen ligt de waarde van LDL cholesterol tussen de 2,0 en 4,5 mmol/l. De streefwaarde voor LDL-cholesterol is echter kleiner dan 3,0 mmol/l. Van alle vormen van cholesterol wordt LDL-cholesterol beschouwd als de belangrijkste risicofactor voor het veroorzaken van hart- en vaatziekten. De arts zal vaak op basis van een verhoogd LDL-cholesterolgehalte besluiten om iemand te behandelen met cholesterolverlagende middelen of om het behandelschema aan te passen.
----------
triglyceriden
Ook wel bekend als:
TG, TRIG
Normaal:
Lager dan 1,70 mmol/L is normaal.
Licht-matig verhoogd:
2,0 tot 6,0 mmol/L is licht tot matig verhoogd. De uitslag van triglyceriden gaat snel omhoog door een maaltijd. Na een paar uur kan de uitslag wel 5 tot 10 maal hoger zijn dan de nuchtere waarde. Het is daarom belangrijk om nuchter een buisje bloed te prikken.
Sterk verhoogd:
Als de hoeveelheid triglyceriden in bloed sterk verhoogd is (groter dan 11,3 mmol/L) is er een kans op het krijgen van een ontsteking van de alvleesklier (pancreatitis). Dan moet zo snel mogelijk een behandeling worden gestart om de triglyceriden te verlagen.
----------
BSE
Ook wel bekend als:
bezinking, BSE
Officiële naam:
bezinkingssnelheid van erytrocyten
De uitslag van alleen een BSE-test geeft niet zo veel informatie. Over het algemeen is de BSE bij vrouwen iets hoger dan bij mannen. Afwijkende uitslagen moeten in samenhang met de de klachten van de patiënt worden beoordeeld. Normale waarden geven op zich geen garantie dat er niets aan de hand is. Normale waarden voor de BSE sluiten een ziekte niet uit.
Normaalwaarden van BSE
leeftijd normale waarde
pasgeborene 0-2 mm/uur
kind < 10 jaar 3-13 mm/uur
vrouw < 50 jaar < 20 mm/uur
vrouw > 50 jaar < 30 mm/uur
zwanger 3e trimester < 30 mm/uur
man < 50 jaar < 15 mm/uur
man > 50 jaar < 20 mm/uur
Licht verhoogd:
Een licht verhoogde BSE (een uitslag die kleiner is dan 2 maal de normale waarde) kan bij verschillende situaties passen zoals ontsteking, ouderdom. Bij vrouwen kan BSE verhoogd zijn door menstruatie of door zwangerschap.
Sterk verhoogd:
Een sterk verhoogd BSE komt voor in geval van ontstekingen of bij aanmaak van immuunglobulines (ziekte van Kahler of de ziekte van Waldenstrom) en bij patiënten met reuma of temporale arteritis. Het kan zijn dat de arts bij een verhoogde BSE een onderzoek zal vragen naar de samenstelling van het eiwit in het bloed (elektroforese of fibrinogeenconcentratie).
----------
Hb
Ook wel bekend als:
Hgb
Officiële naam:
hemoglobine
De normaalwaarden (referentiewaarden) van hemoglobine zijn onder andere afhankelijk van leeftijd en geslacht. Bovendien kunnen deze waarden in verschillende laboratoria afhankelijk van de gebruikte testmethode een beetje variëren. Bij gezonde volwassen mannen en vrouwen ligt het hemoglobinegehalte ongeveer tussen de volgende grenzen:
mannen: 8,5 - 11,0 mmol/l
vrouwen: 7,5 - 10,0 mmol/l
Een verhoogd hemoglobine kan het gevolg zijn van:
uitdroging
verhoogde aanmaak van rode bloedcellen in het beenmerg
ernstige longziekten
Langdurig verblijf op grote hoogte (>2000 meter)
Een verlaagd hemoglobine kan het gevolg zijn van:
ijzergebrek of gebrek aan de vitaminen foliumzuur en vitamine-B12
erfelijke hemoglobine afwijkingen zoals bij sikkelcel anemie of thallassemie
erfelijke aandoeningen van rode bloedcellen
lever afbraak (levercirrose)
overmatig bloedverlies
verhoogde afbraak van rode bloedcellen
nierziekten
chronische ontstekings-ziekten
slecht functionerend beenmerg (aplastische anemie)
kanker waarbij het beenmerg wordt aangetast
----------
hematocriet
Ook wel bekend als:
Hct
Om bloedarmoede of uitdroging op te sporen of om de oorzaak van een verhoogd aantal rode bloedcellen te achterhalen.
Referentiewaarden (in %, ml per 100 ml bloed):
Mannen: 41 - 51
Vrouwen: 36 - 47
----------
MCV
Ook wel bekend als:
mean corpuscular volume
Normaal
Bij gezonde volwassenen ligt de MCV-waarde ongeveer tussen 80 en 100 femtoliter. Deze referentiewaarden kunnen per laboratorium iets variëren.
Verhoogd
Een te hoge MCV waarde kan duiden op bloedarmoede ten gevolge van tekort aan vitamine B12 en/of foliumzuur.
Verlaagd
Een te lage MCV waarde kan duiden op bloedarmoede ten gevolge van ijzergebrek. Ook bij patiënten met thalassemie (afwijking van het hemoglobine eiwit in de rode bloedcellen) is de MCV te laag.
----------
leukocyten
Ook wel bekend als:
witte bloedcellen, leukocyten
Officiële naam:
WBC
De WBC waarde ligt bij volwassenen tussen 4x109/l en 10x109/l. Bij kinderen wijken deze waarden af. Ook kunnen er kleine verschillen zijn afhankelijk van het laboratorium waar de waarde is gemeten.
Verhoogd:
Een verhoogd aantal witte bloedcellen wordt leukocytose genoemd. Dit kan een gevolg zijn van infectie, leukemie, verwonding of stress.
Verlaagd:
Een verlaagd aantal witte bloedcellen wordt leukopenie genoemd. Dit kan het gevolg zijn van chemotherapie, bestraling of afwijkingen in het afweersysteem.
----------
glucose
Ook wel bekend als:
bloedsuiker, nuchtere bloedsuiker, NGlucose, orale glucose tolerantietest, GTT, urine glucose.
Grenswaarden voor glucose zijn afhankelijk van de bepaling en hoe het bloed is afgenomen (buisje bloed of vingerprik) en kunnen dus tussen laboratoria onderling verschillen. De meeste laboratoria hanteren waarden tussen de 3,5 - 5,5 mmol/l
Verhoogd:
Hoge waarden worden meestal veroorzaakt door suikerziekte, maar het kan ook komen door:
Acromegalie (overproductie van groeihormoon in de hypofyse)
Acute stress door verschillende oorzaken
Chronische nieruitval
Syndroom van Cushing (overproductie van cortisol in de bijnier)
Medicijnen, zoals: corticosteroïden, tricyclische antidepressiva, diuretica, epinefrine, oestrogenen (orale anticonceptiva en hormoonvervangers), lithium, phenytoïn, salicylaten
Zeer overmatig eten
Hyperthyroïdie (overactieve schildklier)
Kanker of ontsteking aan de alvleesklier
Verlaagd:
Lage glucose waarden (hypoglycemie) komen voor bij mensen met suikerziekte die teveel insuline gespoten hebben of te weinig gegeten hebben (bijvoorbeeld door ziekte). lage glucose kan ook voorkomen bij:
Alcohol misbruik
Medicijnen, zoals acetaminophen en anabole steroïden
Grote leverafwijkingen
Slecht functioneren van de pijnappelklier
Slecht functioneren van de schildklier
Overdosis van insuline
Insulinomen (tumoren van de pancreas die insuline produceren)
----------
TSH
Ook wel bekend als:
Thyreotropine, thyroïd stimulerend hormoon
Verwante testen:
T4 en FT4, T3, thyreoglobuline, schildklier autoantistoffen
Een standaard referentiewaarde voor TSH is moeilijk te geven omdat er veel verschillen zijn tussen individuen en tussen de meetmethoden. Elk laboratorium heeft dus zijn eigen referentiewaarden in gebruik. De meeste laboratoria hanteren voor de TSH referentiewaarden van 0,4 - 4,0 mE/L, dit betekent dat een uitslag welke zich tussen deze grenzen bevindt als normaal wordt gezien. De uitslag van de TSH test moet echter in samenhang met de fT4 test worden beoordeeld (zie onder).
Verhoogd:
Een verhoogde TSH, dus hoger dan 4,0 mE/L, betekent meestal dat de schildklier te weinig schildklierhormoon maakt (‘trage schildklier' oftewel hypothyreoïdie). De hypofyse krijgt meestal wel het signaal om meer TSH te maken, en dat gebeurt, maar vervolgens is de schildklier niet goed in staat om te reageren op TSH en extra schildklierhormonen aan te maken. In zeldzame gevallen komt het voor dat de hypofyse niet goed functioneert en daardoor te veel TSH maakt. Bij een patiënt die behandeld wordt met synthetisch schildklierhormoon betekent een hoge TSH dat de patiënt te weinig schildklier hormoon krijgt.
Verlaagd:
Een lage TSH, dus een uitslag lager dan 0,4 mE/L, betekent meestal een overactieve schildklier (oftewel hyperthyreoïdie) of een patiënt die te veel schildklierhormoon toegediend krijgt. Zeldzaam is een afwijking van de hypofyse waarbij er te weinig TSH gemaakt wordt. Wanneer het TSH te hoog of te laag is, betekent dit dat de afgifte van schildklierhormoon niet goed is. Om daar de precieze oorzaak van te achterhalen, is verder onderzoek nodig. Een onderdeel van dit onderzoek bestaat uit het meten van de schildklierhormoon (meestal betreft dit alleen het vrije T4).
Interpretatie van afwijkende schildklierhormoonwaarden
TSH fT4 Interpretatie
Hoog Normaal Milde (subklinische) hypothyreoïdie
Hoog Laag Hypothyreoïdie
Laag Normaal Milde (subklinische) hyperthyreoïdie
Laag Hoog of normaal Hyperthyreoïdie
Licht verhoogd, normaal of laag Laag Zeldzaam, hypofysaire (secundaire) hypothyreoïdie
----------
creatinine
Officiële naam:
kreatinine
Als de nieren goed functioneren varieert de hoeveel kreatinine bij mannen tussen de 60 en 110 µmol/l en bij vrouwen tussen de 50 en 100 µmol/l.
Verhoogd:
De kreatininewaarde kan verhoogd zijn door verschillende oorzaken:
een ontsteking in de nier (glomerulonefritis, pyelonefritis) als gevolg van een bacteriële infectie
beschadiging van niercellen door vergiftiging (inname van een schadelijke stof) of als bijwerking van een geneesmiddel
een auto-immuunziekte
als gevolg van processen die de afvoer van urine hinderen: prostaatziekte, nierstenen
een verminderde doorbloeding van het nierweefsel voorbeeld door shock, uitdroging, hartfalen, vaatziekte en complicaties van diabetes
een tijdelijke verhoging treedt op bij spierbeschadiging, bij voorbeeld door een trauma.
Verlaagd:
Een verlaagde waarde is meestal geen reden voor ongerustheid. Alle situaties waarbij de spiermassa afneemt (zoals bedlegerigheid, amputatie van een arm of been, ouderdom) gaan gepaard met een verlaging van de hoeveelheid kreatinine in het bloed. Een lichte verlaging van de hoeveelheid kreatinine in het bloed kan optreden tijdens de zwangerschap.
----------
eGFR
Officiële naam:
estimated glomerular filtration rate / geschatte glomerulaire filtratie snelheid
Een normale uitslag betekent dat nierschade niet waarschijnlijk is. Verlaagde waarden wijzen erop dat enige nierschade heeft plaatsgevonden. Waarden onder de 60 duiden op nierschade. De eGFR wordt uitgedrukt in ml/min/1,73m^2. Dit betekent het aantal ml bloed dat per minuut door de nieren wordt gefiltreerd, gecorrigeerd voor het lichaamsoppervlak van de patiënt.
Interpretatie eGFR-waarden
GFR eGFR-waarde
Een normale eGFR groter dan 60
Matige afname van eGFR 30-59
Ernstige afname van eGFR 15-29
Nierfunctie uitval kleiner dan 15
Omdat de eGFR afneemt met de leeftijd worden in sommige laboratoria leeftijdsafhankelijke referentiewaarden gebruikt. Deze zijn in deze tekst niet opgenomen omdat deze waarden per laboratorium verschillen.
----------
LH
Ook wel bekend als:
Luteïniserend Hormoon
De gemeten waarden zijn afhankelijk van de testmethode. Daarom variëren de referentiewaarden van laboratorium tot laboratorium. Gemiddelde waarden zijn in de tabel samengevat. Daarnaast variëert de concentratie van LH bij vrouwen per dag van de menstruele cyclus. Voor een goede interpretatie is het van belang om te weten op welke dag van de menstruele cyclus bloed is afgenomen (rondom eisprong of niet).
Gemiddelde referentiewaarden LH voor mannen
Leeftijd LH
0-6 maanden < 1,0-2,6 U/l
7 maanden tot start puberteit < 1,0-1,8 U/l
vroege tot late puberteit < 1,0-8 U/l
volwassen 1,5-8 U/l
Gemiddelde referentiewaarden LH voor vrouwen
Leeftijd LH
0-6 maanden < 1,0 U/l
7 maanden tot start puberteit < 1,0 U/l
vroege tot late puberteit 1,0-8 U/l
volwassen, voor en na eisprong 1,0-8 U/l
volwassen, rondom eisprong 10-55 U/l
volwassen, postmenopauzaal (na de overgang) 15-90 U/l
Verhoogd:
Bij ongewenste kinderloosheid kunnen te hoge LH en FSH waarden wijzen op niet goed functionerende eierstokken of zaadballen. Afwijkingen kunnen worden veroorzaakt door eerder doorgemaakte ziekten (bof), chemotherapie of bestraling, niet (volledig) indalen van de zaadballen in de jeugd, vroegtijdige menopauze of aangeboren afwijkingen (o.a syndroom van Klinefelter bij mannen, syndroom van Turner bij vrouwen). Ook bij cyclusstoornissen zoals bij polycysteus ovarium syndroom kunnen verhoogde LH waarden gevonden worden.
Verlaagd:
Te lage waarden kunnen wijzen op een slecht werkende hypofyse. Oorzaken voor een slecht werkende hypofyse zijn o.a. ernstig ondergewicht, anorexia, stress en tumoren in de hersenen die de functie van de hypofyse of hypothalamus belemmeren.
Bij bepaalde vormen van bijnier-, zaadbal- of eierstokkanker die samengaan met een verhoogde productie van geslachtshormonen (testosteron en oestradiol) worden verlaagde waarden van LH en FSH gevonden.
Daarnaast zijn tijdens het gebruik van de anticonceptiepil en hormoontherapie tijdens de overgang (oestrogeentherapie), LH waarden verlaagd. Ook tijdens zwangerschap zijn LH- en FSH-waarden verlaagd.
----------
FSH
Ook wel bekend als:
follikel stimulerend hormoon
De gemeten waarden zijn afhankelijk van de testmethode. Daarom variëren deze referentiewaarden van laboratorium tot laboratorium. De referentiewaarden in de tabel geven een idee van de hoogte die verwacht kan worden.
Gemiddelde referentiewaarden FSH voor mannen
Leeftijd FSH
0-6 maanden < 1,0-3,0 U/l
7 maanden tot start puberteit < 1,0-1,9 U/l
vroege tot late puberteit < 1,0-7 U/l
volwassen 2,0-10 U/l
Gemiddelde referentiewaarden FSH voor vrouwen
Leeftijd FSH
0-6 maanden < 1,0-24 U/l
7 maanden tot start puberteit 3,0-10 U/l
vroege tot late puberteit < 1,0-8 U/l
volwassen, voor en na eisprong 1,0-8 U/l
volwassen, rondom eisprong 3,0-15 U/l
volwassen, postmenopauzaal (na de overgang) 30-150 U/l
Verhoogd:
Bij ongewenste kinderloosheid kunnen te hoge FSH en LH waarden wijzen op niet goed functionerende eierstokken of zaadballen. Afwijkingen kunnen worden veroorzaakt door eerder doorgemaakte ziekten (bijvoorbeeld bof), chemotherapie of bestraling, tumoren, niet (volledig) indalen van de zaadballen in de jeugd, vroegtijdige menopauze en aangeboren afwijkingen (o.a. syndroom van Klinefelter bij mannen, syndroom van Turner bij vrouwen).
Verlaagd:
Te lage waarden kunnen wijzen op een slecht werkende hypofyse. Oorzaken kunnen zijn: ernstig ondergewicht en anorexia en tumoren in de hypofyse of hypothalamus.
----------
oestradiol
Ook wel bekend als:
oestrogeen
Officiële naam:
17-bèta-oestradiol
Er kunnen geen exacte referentiewaarden gegeven worden voor oestradiol. De uitslag is afhankelijk van geslacht, leeftijd, moment van de menstruele cyclus en eventuele zwangerschap. De uitslag is ook afhankelijk van de meetmethode van het laboratorium. Het laboratorium dient de juiste referentiewaarden bij de uitslag te vermelden. De onderstaande referentiewaarden geven een indruk hoe deze kunnen varieren.
vrouwen folliculaire fase: 80 - 300 pmol/l vrouwen ovulatoire fase: 400 - 1500 pmol/l vrouwen luteale fase: 150 - 900 pmol/l post-menopausaal: < 10-60 pmol/l
vrouwen vroege/late pubertijd: < 60 pmol/l- cyclische waarden mannen: 120-180 pmol/L mannen vroege/late pubertijd: < 60-180 pmol/l
jongens, meisjes 7 maanden voor start pubertijd: < 60 pmol/l
Verhoogd:
Verhoging van de hoeveelheid oestradiol komt voor bij:
zwangerschap
tumor van de eierstokken, zaadballen of bijnieren
te vroege puberteit bij meisjes
hormoonbehandeling bij IVF; Door het grote aantal tegelijk rijpende follikels wordt veel oestradiol gevormd en bestaat een risico op het zogenaamde ovariële hyperstimulatiesyndroom (OHSS)
omzetting van androgenen in vetweefsel bij overgewicht (vaak is ook oestron verhoogd).
Verlaagd:
Verlaging van de hoeveelheid oestradiol komt voor bij:
vrouwen in/na de overgang
beschadiging van de hypofyse of hypothalamus
te late puberteit bij meisjes
anorexia nervosa of andere oorzaken van ernstig ondergewicht, zoals zware fysieke training
syndroom van Turner (aangeboren slechte groei en uitblijven van puberteit als gevolg van het ontbreken van één van de twee X-chromosomen)
vroegtijdig falen van de eierstokken door chemotherapie, bestraling of antistoffen tegen de eierstokken
behandeling van (oestrogeenreceptor positieve) borstkanker met oestrogeenremmende therapie.
Bij vrouwen in de overgang met veel klachten zoals opvliegers, nachtzweten en slapeloosheid, kan hormoonvervangende therapie voorgeschreven worden. Dit kan via pillen of pleisters met oestrogenen gebeuren. Ook de botsterkte wordt verbeterd door hormoonvervangende therapie. Langdurige behandeling lijkt gepaard te gaan met een verhoogd risico op borstkanker, daarom wordt de therapie alleen nog voorgeschreven voor kortdurende behandeling van ernstige overgangsklachten en bij vrouwen die vroegtijdig in de overgang zijn. Ter voorkoming van botontkalking bestaan alternatieve behandelingen.
----------
totaal testosteron
Ook wel bekend als:
mannelijk geslachtshormoon, totaal testosteron
Testosteron heeft verschillende waarden voor mannen en vrouwen, ook zijn er afhankelijk van de leeftijd grote verschillen. Elk laboratorium hanteert eigen referentiewaarden die mede afhankelijk zijn van de gehanteerde meetmethode. Vanwege deze verschillen is het niet mogelijk een overzicht te geven van de zogenaamde referentiewaarde. De testuitslag moet vergeleken worden met de referentiewaarde van het laboratorium waar de test is uitgevoerd.
Verlaagd:
Bij jongens/mannen: late puberteit, door zaadballen die geen/slecht testosteron kunnen maken (bv klinefeltersyndroom), doordat de hersenen geen LH meer maken en daardoor de zaadballen niet aangestuurd worden om testosteron te gaan maken.
Verhoogd:
Bij meisjes/vrouwen: bij het polycysteus ovarium syndroom (PCOS), bij adreno genitaal syndroom (AGS) of door een tumor.
Bij mannen: bij testosteron injecties (anabolen gebruik in met name sportscholen) of door een tumor.
Bij jongens: door een te vroege puberteit, bij adreno genitaal syndroom (AGS) of door een tumor.
Let op: tijdens de zwangerschap/tijdens pilgebruik gaan de bindende eiwitten stijgen en zal het totaal testosteron ook verhoogd kunnen zijn. Daarom zal de arts een "vrij"- testosteron test aanvragen waarbij uitsluitend het vrije (niet aan SHBG of albumine gebonden) testosteron wordt bepaald. De hoeveelheid vrij testosteron kan ook berekend worden met behulp van de uitslagen van het totale testosteron, SHBG en albumine. Het vrije testosteron is actief. Vrij testosteron kan ook bepaald worden in speeksel.
----------
SHBG
Ook wel bekend als:
testosteron-estrogen bindend globuline, TEBG
Officiële naam:
coïtus hormoon bindend globuline
Verhoogd:
Bij een verhoogde hoeveelheid SHBG is er waarschijnlijk minder testosteron vrij beschikbaar dan verwacht op basis van de totaal testosterontest
Verlaagd:
Bij een verlaagde hoeveelheid SHBG is er meer waarschijnlijk meer testosteron vrij beschikbaar dan verwacht op basis van de totaal testosterontest.
----------
albumine
Ook wel bekend als:
ALB
Normaal is albumine bij volwassenen 35-55 g/L. Albumine is lager bij mensen die liggen, bij pilgebruik, bij zwangeren en bij ouderen.
Verhoogd
Een hoge albuminewaarde komt eigenlijk alleen voor bij uitdroging.
Verlaagd
Een lage hoeveelheid albumine in het bloed kan wijzen op een leverziekte. Specifieke levertesten zijn nodig om te kijken om welke vorm van leverziekte het gaat.
Een laag albumine kan ook wijzen op ziekten waarbij via de nieren albumine uit het bloed in de urine lekt en het lichaam albumine verliest via urine. In dit geval kan de hoeveelheid albumine in de urine worden gemeten.
Een lage albuminewaarde komt ook voor bij ontstekingen, shock en bij ondervoeding. Verder kan een lage albuminewaarde wijzen op niet goed functioneren van de darmen waardoor het lichaam eiwitten niet goed kan opnemen en verteren. Dit komt bijvoorbeeld voor bij de ziekte van Crohn of bij spruw (ontsteking als gevolg van een schimmelinfectie).
Albumine is ook laag als door een darmziekte grote hoeveelheden eiwitten via de ontlasting verloren gaan.
----------
PSA
Officiële naam:
prostaat specifiek antigeen
Normaal:
De normale waarde voor totaal PSA bedraagt minder dan 4,0 µg/l (microgram per liter bloed).
Er zijn artsen die menen dat de grens van PSA bij jonge mannen (jonger dan 40 jaar) lager is dan 4,0 µg/l. De reden hiervan is dat er ook jonge mannen zijn met prostaatkanker die een waarde hebben tussen 2,5 µg/l en 4,0 µg/l. Aan de andere kant zijn er ook veel mannen die geen prostaatkanker hebben, maar toch een waarde hebben groter dan 4,0 µg/l. De betekenis van de PSA-waarde is dus niet eenvoudig vast te stellen.
Sterk verhoogd:
In de medische wereld is men het er wel over eens dat voor patiënten met een PSA-waarde groter dan 10,0 µg/l er een sterke aanwijzing is voor prostaatkanker; de kans daarop is dan meer dan 67%.
Licht verhoogd:
Bij waarden tussen 4,0 en 10,0 µg/l kan er sprake zijn van prostaatkanker, maar dat is niet zeker (de kans bij deze waarde is ongeveer 25%). Er kan ook sprake zijn van een ontsteking (prostatitis) of een benigne prostaat hypertrofie (BPH).
Na een radicale protaatverwijdering (prostatectomie) hoort het PSA onder de detectielimiet van de bepaling te liggen (=niet aantoonbaar). De detectielimiet voor PSA verschilt tussen laboratoria, maar ligt ongeveer in de orde van 0,003 µg/L.
Bij een testuitslag met waarden tussen 4,0 en 10,0 µg/l kan de bepaling van vrij PSA van nut zijn, omdat een relatief lage hoeveelheid vrij PSA ten opzichte van totaal PSA een grotere kans geeft op prostaatkanker. Juist deze combinatie van vrij PSA en totaal PSA kan dan de doorslag geven voor een arts om wel of geen prostaat biopsie te verrichten. Oudere mannen hebben altijd een grotere hoeveelheid PSA in hun bloed.
In Nederland worden niet alle oudere mannen opgeroepen om hun PSA regelmatig te laten testen (screening). In sommige andere landen gebeurt dit wel, maar uit recente grote studies inmiddels is gebleken dat dit niet effectief is.
----------
onderzoek van het zaad
Het onderzoek van de man bestaat in principe uit slechts een test en dit is een zaadtest. Een specimen van het zaad van de man wordt getest in het laboratorium op een aantal zaken, zoals bijvoorbeeld beweeglijkheid, hoeveelheid en snelheid. De uitslag moet aan een aantal geldende normeringen voldoen en als de uitslag normaal is, dan volstaat in principe een test. Als de uitslag afwijkend is, zal er waarschijnlijk nogmaals een test worden uitgevoerd. Zaad heeft namelijk geen enkel moment dezelfde kwaliteit en de test betreft dan ook een momentopname. Zaadkwaliteit kan beinvloed worden door de meest kleine dingen, zoals medicijngebruik of door bijvoorbeeld het hebben van een griepje. Als de uitslag van de test afwijkend blijft, dan zal de arts in overleg verder onderzoek doen, bijvoorbeeld met de hulp van een uroloog.

---------- Toegevoegd om 16:41 ---------- De post hierboven werd geplaatst om 16:36 ----------
ik heb even wat info opgezocht en bij elkaar gezet over de controle, misschien wel handig om het hier even te posten voor de mensen die niet weten waarop we ons op moeten controleren
ALAT
Ook wel bekend als: alanine aminotransferase
Bij mensen die geen leverziekten hebben is de ALAT-activiteit bij mannen kleiner dan 45 U/l en bij vrouwen kleiner dan 35 U/l.
----------
ASAT
Ook wel bekend als:
serumglutamine-oxaloazijnzuur transaminase, SGOT
Officiële naam:
aspartaat aminotransferase
Bij gezonde mensen (zonder leverproblemen en geen spierschade) is de hoeveelheid ASAT minder dan 25 U/l.
----------
GGT
Ook wel bekend als:
gamma-glutamyl transpeptidase, GGTP
Bij de meeste mensen die gezond zijn en geen leverafwijking hebben, ligt de GGT-waarde in het gebied van de normale waarden. Bij de meeste laboratoria is dat < 45 I/L (mannen) of < 35 U/l (vrouwen).
----------
HDL
Ook wel bekend als:
HDL-C, goed-cholesterol
Officiële naam:
high density lipoprotein cholesterol
HDL-cholesterol is “goed” cholesterol en daarom is een hoge HDL-waarde beter dan een lage. Een HDL lager dan 1,04 mmol/L wordt beschouwd als een hoger risico op hart- en vaatziekten. Waarden tussen 1,04 en 1,55 mmol/L betekenen in het algemeen een matig risico en waarden boven 1,55 wijzen op een laag risico op hart- en vaatziekten. Het is gebruikelijk om te kijken naar de verhouding tussen totaal cholesterol en HDL-cholesterol. Deze verhouding moet kleiner zijn dan 5, maar kleiner dan 3,5 is het best. Het is echter van groot belang om bij de beoordeling van deze verhouding ook te kijken naar de uitkomsten van de afzonderlijke tests. Voor een juiste interpretatie is overleg met de huisarts nodig.
Recente ontwikkelingen laten zien dat niet alleen de concentratie van het HDL van belang is, maar ook de werkzaamheid van het HDL-deeltje.
Het komt voor dat de cholesterol verlaagd is bij ziekte, een paar dagen na een hartaanval of bij stress. Bij zwangerschap is de HDL-cholesterol dikwijls afwijkend (hoger of lager) ten opzichte van de normale situatie. Daarom is het beter om de test minimaal 6 weken na de zwangerschap uit te voeren.
----------
LDL en totaal cholesterol
Ook wel bekend als:
LDL-C, LDL-cholesterol, directe LDL
Officiële naam:
low density lipoprotein cholesterol
Bij de meeste gezonde mensen ligt de waarde van LDL cholesterol tussen de 2,0 en 4,5 mmol/l. De streefwaarde voor LDL-cholesterol is echter kleiner dan 3,0 mmol/l. Van alle vormen van cholesterol wordt LDL-cholesterol beschouwd als de belangrijkste risicofactor voor het veroorzaken van hart- en vaatziekten. De arts zal vaak op basis van een verhoogd LDL-cholesterolgehalte besluiten om iemand te behandelen met cholesterolverlagende middelen of om het behandelschema aan te passen.
----------
triglyceriden
Ook wel bekend als:
TG, TRIG
Normaal:
Lager dan 1,70 mmol/L is normaal.
Licht-matig verhoogd:
2,0 tot 6,0 mmol/L is licht tot matig verhoogd. De uitslag van triglyceriden gaat snel omhoog door een maaltijd. Na een paar uur kan de uitslag wel 5 tot 10 maal hoger zijn dan de nuchtere waarde. Het is daarom belangrijk om nuchter een buisje bloed te prikken.
Sterk verhoogd:
Als de hoeveelheid triglyceriden in bloed sterk verhoogd is (groter dan 11,3 mmol/L) is er een kans op het krijgen van een ontsteking van de alvleesklier (pancreatitis). Dan moet zo snel mogelijk een behandeling worden gestart om de triglyceriden te verlagen.
----------
BSE
Ook wel bekend als:
bezinking, BSE
Officiële naam:
bezinkingssnelheid van erytrocyten
De uitslag van alleen een BSE-test geeft niet zo veel informatie. Over het algemeen is de BSE bij vrouwen iets hoger dan bij mannen. Afwijkende uitslagen moeten in samenhang met de de klachten van de patiënt worden beoordeeld. Normale waarden geven op zich geen garantie dat er niets aan de hand is. Normale waarden voor de BSE sluiten een ziekte niet uit.
Normaalwaarden van BSE
leeftijd normale waarde
pasgeborene 0-2 mm/uur
kind < 10 jaar 3-13 mm/uur
vrouw < 50 jaar < 20 mm/uur
vrouw > 50 jaar < 30 mm/uur
zwanger 3e trimester < 30 mm/uur
man < 50 jaar < 15 mm/uur
man > 50 jaar < 20 mm/uur
Licht verhoogd:
Een licht verhoogde BSE (een uitslag die kleiner is dan 2 maal de normale waarde) kan bij verschillende situaties passen zoals ontsteking, ouderdom. Bij vrouwen kan BSE verhoogd zijn door menstruatie of door zwangerschap.
Sterk verhoogd:
Een sterk verhoogd BSE komt voor in geval van ontstekingen of bij aanmaak van immuunglobulines (ziekte van Kahler of de ziekte van Waldenstrom) en bij patiënten met reuma of temporale arteritis. Het kan zijn dat de arts bij een verhoogde BSE een onderzoek zal vragen naar de samenstelling van het eiwit in het bloed (elektroforese of fibrinogeenconcentratie).
----------
Hb
Ook wel bekend als:
Hgb
Officiële naam:
hemoglobine
De normaalwaarden (referentiewaarden) van hemoglobine zijn onder andere afhankelijk van leeftijd en geslacht. Bovendien kunnen deze waarden in verschillende laboratoria afhankelijk van de gebruikte testmethode een beetje variëren. Bij gezonde volwassen mannen en vrouwen ligt het hemoglobinegehalte ongeveer tussen de volgende grenzen:
mannen: 8,5 - 11,0 mmol/l
vrouwen: 7,5 - 10,0 mmol/l
Een verhoogd hemoglobine kan het gevolg zijn van:
uitdroging
verhoogde aanmaak van rode bloedcellen in het beenmerg
ernstige longziekten
Langdurig verblijf op grote hoogte (>2000 meter)
Een verlaagd hemoglobine kan het gevolg zijn van:
ijzergebrek of gebrek aan de vitaminen foliumzuur en vitamine-B12
erfelijke hemoglobine afwijkingen zoals bij sikkelcel anemie of thallassemie
erfelijke aandoeningen van rode bloedcellen
lever afbraak (levercirrose)
overmatig bloedverlies
verhoogde afbraak van rode bloedcellen
nierziekten
chronische ontstekings-ziekten
slecht functionerend beenmerg (aplastische anemie)
kanker waarbij het beenmerg wordt aangetast
----------
hematocriet
Ook wel bekend als:
Hct
Om bloedarmoede of uitdroging op te sporen of om de oorzaak van een verhoogd aantal rode bloedcellen te achterhalen.
Referentiewaarden (in %, ml per 100 ml bloed):
Mannen: 41 - 51
Vrouwen: 36 - 47
----------
MCV
Ook wel bekend als:
mean corpuscular volume
Normaal
Bij gezonde volwassenen ligt de MCV-waarde ongeveer tussen 80 en 100 femtoliter. Deze referentiewaarden kunnen per laboratorium iets variëren.
Verhoogd
Een te hoge MCV waarde kan duiden op bloedarmoede ten gevolge van tekort aan vitamine B12 en/of foliumzuur.
Verlaagd
Een te lage MCV waarde kan duiden op bloedarmoede ten gevolge van ijzergebrek. Ook bij patiënten met thalassemie (afwijking van het hemoglobine eiwit in de rode bloedcellen) is de MCV te laag.
----------
leukocyten
Ook wel bekend als:
witte bloedcellen, leukocyten
Officiële naam:
WBC
De WBC waarde ligt bij volwassenen tussen 4x109/l en 10x109/l. Bij kinderen wijken deze waarden af. Ook kunnen er kleine verschillen zijn afhankelijk van het laboratorium waar de waarde is gemeten.
Verhoogd:
Een verhoogd aantal witte bloedcellen wordt leukocytose genoemd. Dit kan een gevolg zijn van infectie, leukemie, verwonding of stress.
Verlaagd:
Een verlaagd aantal witte bloedcellen wordt leukopenie genoemd. Dit kan het gevolg zijn van chemotherapie, bestraling of afwijkingen in het afweersysteem.
----------
glucose
Ook wel bekend als:
bloedsuiker, nuchtere bloedsuiker, NGlucose, orale glucose tolerantietest, GTT, urine glucose.
Grenswaarden voor glucose zijn afhankelijk van de bepaling en hoe het bloed is afgenomen (buisje bloed of vingerprik) en kunnen dus tussen laboratoria onderling verschillen. De meeste laboratoria hanteren waarden tussen de 3,5 - 5,5 mmol/l
Verhoogd:
Hoge waarden worden meestal veroorzaakt door suikerziekte, maar het kan ook komen door:
Acromegalie (overproductie van groeihormoon in de hypofyse)
Acute stress door verschillende oorzaken
Chronische nieruitval
Syndroom van Cushing (overproductie van cortisol in de bijnier)
Medicijnen, zoals: corticosteroïden, tricyclische antidepressiva, diuretica, epinefrine, oestrogenen (orale anticonceptiva en hormoonvervangers), lithium, phenytoïn, salicylaten
Zeer overmatig eten
Hyperthyroïdie (overactieve schildklier)
Kanker of ontsteking aan de alvleesklier
Verlaagd:
Lage glucose waarden (hypoglycemie) komen voor bij mensen met suikerziekte die teveel insuline gespoten hebben of te weinig gegeten hebben (bijvoorbeeld door ziekte). lage glucose kan ook voorkomen bij:
Alcohol misbruik
Medicijnen, zoals acetaminophen en anabole steroïden
Grote leverafwijkingen
Slecht functioneren van de pijnappelklier
Slecht functioneren van de schildklier
Overdosis van insuline
Insulinomen (tumoren van de pancreas die insuline produceren)
----------
TSH
Ook wel bekend als:
Thyreotropine, thyroïd stimulerend hormoon
Verwante testen:
T4 en FT4, T3, thyreoglobuline, schildklier autoantistoffen
Een standaard referentiewaarde voor TSH is moeilijk te geven omdat er veel verschillen zijn tussen individuen en tussen de meetmethoden. Elk laboratorium heeft dus zijn eigen referentiewaarden in gebruik. De meeste laboratoria hanteren voor de TSH referentiewaarden van 0,4 - 4,0 mE/L, dit betekent dat een uitslag welke zich tussen deze grenzen bevindt als normaal wordt gezien. De uitslag van de TSH test moet echter in samenhang met de fT4 test worden beoordeeld (zie onder).
Verhoogd:
Een verhoogde TSH, dus hoger dan 4,0 mE/L, betekent meestal dat de schildklier te weinig schildklierhormoon maakt (‘trage schildklier' oftewel hypothyreoïdie). De hypofyse krijgt meestal wel het signaal om meer TSH te maken, en dat gebeurt, maar vervolgens is de schildklier niet goed in staat om te reageren op TSH en extra schildklierhormonen aan te maken. In zeldzame gevallen komt het voor dat de hypofyse niet goed functioneert en daardoor te veel TSH maakt. Bij een patiënt die behandeld wordt met synthetisch schildklierhormoon betekent een hoge TSH dat de patiënt te weinig schildklier hormoon krijgt.
Verlaagd:
Een lage TSH, dus een uitslag lager dan 0,4 mE/L, betekent meestal een overactieve schildklier (oftewel hyperthyreoïdie) of een patiënt die te veel schildklierhormoon toegediend krijgt. Zeldzaam is een afwijking van de hypofyse waarbij er te weinig TSH gemaakt wordt. Wanneer het TSH te hoog of te laag is, betekent dit dat de afgifte van schildklierhormoon niet goed is. Om daar de precieze oorzaak van te achterhalen, is verder onderzoek nodig. Een onderdeel van dit onderzoek bestaat uit het meten van de schildklierhormoon (meestal betreft dit alleen het vrije T4).
Interpretatie van afwijkende schildklierhormoonwaarden
TSH fT4 Interpretatie
Hoog Normaal Milde (subklinische) hypothyreoïdie
Hoog Laag Hypothyreoïdie
Laag Normaal Milde (subklinische) hyperthyreoïdie
Laag Hoog of normaal Hyperthyreoïdie
Licht verhoogd, normaal of laag Laag Zeldzaam, hypofysaire (secundaire) hypothyreoïdie
----------
creatinine
Officiële naam:
kreatinine
Als de nieren goed functioneren varieert de hoeveel kreatinine bij mannen tussen de 60 en 110 µmol/l en bij vrouwen tussen de 50 en 100 µmol/l.
Verhoogd:
De kreatininewaarde kan verhoogd zijn door verschillende oorzaken:
een ontsteking in de nier (glomerulonefritis, pyelonefritis) als gevolg van een bacteriële infectie
beschadiging van niercellen door vergiftiging (inname van een schadelijke stof) of als bijwerking van een geneesmiddel
een auto-immuunziekte
als gevolg van processen die de afvoer van urine hinderen: prostaatziekte, nierstenen
een verminderde doorbloeding van het nierweefsel voorbeeld door shock, uitdroging, hartfalen, vaatziekte en complicaties van diabetes
een tijdelijke verhoging treedt op bij spierbeschadiging, bij voorbeeld door een trauma.
Verlaagd:
Een verlaagde waarde is meestal geen reden voor ongerustheid. Alle situaties waarbij de spiermassa afneemt (zoals bedlegerigheid, amputatie van een arm of been, ouderdom) gaan gepaard met een verlaging van de hoeveelheid kreatinine in het bloed. Een lichte verlaging van de hoeveelheid kreatinine in het bloed kan optreden tijdens de zwangerschap.
----------
eGFR
Officiële naam:
estimated glomerular filtration rate / geschatte glomerulaire filtratie snelheid
Een normale uitslag betekent dat nierschade niet waarschijnlijk is. Verlaagde waarden wijzen erop dat enige nierschade heeft plaatsgevonden. Waarden onder de 60 duiden op nierschade. De eGFR wordt uitgedrukt in ml/min/1,73m^2. Dit betekent het aantal ml bloed dat per minuut door de nieren wordt gefiltreerd, gecorrigeerd voor het lichaamsoppervlak van de patiënt.
Interpretatie eGFR-waarden
GFR eGFR-waarde
Een normale eGFR groter dan 60
Matige afname van eGFR 30-59
Ernstige afname van eGFR 15-29
Nierfunctie uitval kleiner dan 15
Omdat de eGFR afneemt met de leeftijd worden in sommige laboratoria leeftijdsafhankelijke referentiewaarden gebruikt. Deze zijn in deze tekst niet opgenomen omdat deze waarden per laboratorium verschillen.
----------
LH
Ook wel bekend als:
Luteïniserend Hormoon
De gemeten waarden zijn afhankelijk van de testmethode. Daarom variëren de referentiewaarden van laboratorium tot laboratorium. Gemiddelde waarden zijn in de tabel samengevat. Daarnaast variëert de concentratie van LH bij vrouwen per dag van de menstruele cyclus. Voor een goede interpretatie is het van belang om te weten op welke dag van de menstruele cyclus bloed is afgenomen (rondom eisprong of niet).
Gemiddelde referentiewaarden LH voor mannen
Leeftijd LH
0-6 maanden < 1,0-2,6 U/l
7 maanden tot start puberteit < 1,0-1,8 U/l
vroege tot late puberteit < 1,0-8 U/l
volwassen 1,5-8 U/l
Gemiddelde referentiewaarden LH voor vrouwen
Leeftijd LH
0-6 maanden < 1,0 U/l
7 maanden tot start puberteit < 1,0 U/l
vroege tot late puberteit 1,0-8 U/l
volwassen, voor en na eisprong 1,0-8 U/l
volwassen, rondom eisprong 10-55 U/l
volwassen, postmenopauzaal (na de overgang) 15-90 U/l
Verhoogd:
Bij ongewenste kinderloosheid kunnen te hoge LH en FSH waarden wijzen op niet goed functionerende eierstokken of zaadballen. Afwijkingen kunnen worden veroorzaakt door eerder doorgemaakte ziekten (bof), chemotherapie of bestraling, niet (volledig) indalen van de zaadballen in de jeugd, vroegtijdige menopauze of aangeboren afwijkingen (o.a syndroom van Klinefelter bij mannen, syndroom van Turner bij vrouwen). Ook bij cyclusstoornissen zoals bij polycysteus ovarium syndroom kunnen verhoogde LH waarden gevonden worden.
Verlaagd:
Te lage waarden kunnen wijzen op een slecht werkende hypofyse. Oorzaken voor een slecht werkende hypofyse zijn o.a. ernstig ondergewicht, anorexia, stress en tumoren in de hersenen die de functie van de hypofyse of hypothalamus belemmeren.
Bij bepaalde vormen van bijnier-, zaadbal- of eierstokkanker die samengaan met een verhoogde productie van geslachtshormonen (testosteron en oestradiol) worden verlaagde waarden van LH en FSH gevonden.
Daarnaast zijn tijdens het gebruik van de anticonceptiepil en hormoontherapie tijdens de overgang (oestrogeentherapie), LH waarden verlaagd. Ook tijdens zwangerschap zijn LH- en FSH-waarden verlaagd.
----------
FSH
Ook wel bekend als:
follikel stimulerend hormoon
De gemeten waarden zijn afhankelijk van de testmethode. Daarom variëren deze referentiewaarden van laboratorium tot laboratorium. De referentiewaarden in de tabel geven een idee van de hoogte die verwacht kan worden.
Gemiddelde referentiewaarden FSH voor mannen
Leeftijd FSH
0-6 maanden < 1,0-3,0 U/l
7 maanden tot start puberteit < 1,0-1,9 U/l
vroege tot late puberteit < 1,0-7 U/l
volwassen 2,0-10 U/l
Gemiddelde referentiewaarden FSH voor vrouwen
Leeftijd FSH
0-6 maanden < 1,0-24 U/l
7 maanden tot start puberteit 3,0-10 U/l
vroege tot late puberteit < 1,0-8 U/l
volwassen, voor en na eisprong 1,0-8 U/l
volwassen, rondom eisprong 3,0-15 U/l
volwassen, postmenopauzaal (na de overgang) 30-150 U/l
Verhoogd:
Bij ongewenste kinderloosheid kunnen te hoge FSH en LH waarden wijzen op niet goed functionerende eierstokken of zaadballen. Afwijkingen kunnen worden veroorzaakt door eerder doorgemaakte ziekten (bijvoorbeeld bof), chemotherapie of bestraling, tumoren, niet (volledig) indalen van de zaadballen in de jeugd, vroegtijdige menopauze en aangeboren afwijkingen (o.a. syndroom van Klinefelter bij mannen, syndroom van Turner bij vrouwen).
Verlaagd:
Te lage waarden kunnen wijzen op een slecht werkende hypofyse. Oorzaken kunnen zijn: ernstig ondergewicht en anorexia en tumoren in de hypofyse of hypothalamus.
----------
oestradiol
Ook wel bekend als:
oestrogeen
Officiële naam:
17-bèta-oestradiol
Er kunnen geen exacte referentiewaarden gegeven worden voor oestradiol. De uitslag is afhankelijk van geslacht, leeftijd, moment van de menstruele cyclus en eventuele zwangerschap. De uitslag is ook afhankelijk van de meetmethode van het laboratorium. Het laboratorium dient de juiste referentiewaarden bij de uitslag te vermelden. De onderstaande referentiewaarden geven een indruk hoe deze kunnen varieren.
vrouwen folliculaire fase: 80 - 300 pmol/l vrouwen ovulatoire fase: 400 - 1500 pmol/l vrouwen luteale fase: 150 - 900 pmol/l post-menopausaal: < 10-60 pmol/l
vrouwen vroege/late pubertijd: < 60 pmol/l- cyclische waarden mannen: 120-180 pmol/L mannen vroege/late pubertijd: < 60-180 pmol/l
jongens, meisjes 7 maanden voor start pubertijd: < 60 pmol/l
Verhoogd:
Verhoging van de hoeveelheid oestradiol komt voor bij:
zwangerschap
tumor van de eierstokken, zaadballen of bijnieren
te vroege puberteit bij meisjes
hormoonbehandeling bij IVF; Door het grote aantal tegelijk rijpende follikels wordt veel oestradiol gevormd en bestaat een risico op het zogenaamde ovariële hyperstimulatiesyndroom (OHSS)
omzetting van androgenen in vetweefsel bij overgewicht (vaak is ook oestron verhoogd).
Verlaagd:
Verlaging van de hoeveelheid oestradiol komt voor bij:
vrouwen in/na de overgang
beschadiging van de hypofyse of hypothalamus
te late puberteit bij meisjes
anorexia nervosa of andere oorzaken van ernstig ondergewicht, zoals zware fysieke training
syndroom van Turner (aangeboren slechte groei en uitblijven van puberteit als gevolg van het ontbreken van één van de twee X-chromosomen)
vroegtijdig falen van de eierstokken door chemotherapie, bestraling of antistoffen tegen de eierstokken
behandeling van (oestrogeenreceptor positieve) borstkanker met oestrogeenremmende therapie.
Bij vrouwen in de overgang met veel klachten zoals opvliegers, nachtzweten en slapeloosheid, kan hormoonvervangende therapie voorgeschreven worden. Dit kan via pillen of pleisters met oestrogenen gebeuren. Ook de botsterkte wordt verbeterd door hormoonvervangende therapie. Langdurige behandeling lijkt gepaard te gaan met een verhoogd risico op borstkanker, daarom wordt de therapie alleen nog voorgeschreven voor kortdurende behandeling van ernstige overgangsklachten en bij vrouwen die vroegtijdig in de overgang zijn. Ter voorkoming van botontkalking bestaan alternatieve behandelingen.
----------
totaal testosteron
Ook wel bekend als:
mannelijk geslachtshormoon, totaal testosteron
Testosteron heeft verschillende waarden voor mannen en vrouwen, ook zijn er afhankelijk van de leeftijd grote verschillen. Elk laboratorium hanteert eigen referentiewaarden die mede afhankelijk zijn van de gehanteerde meetmethode. Vanwege deze verschillen is het niet mogelijk een overzicht te geven van de zogenaamde referentiewaarde. De testuitslag moet vergeleken worden met de referentiewaarde van het laboratorium waar de test is uitgevoerd.
Verlaagd:
Bij jongens/mannen: late puberteit, door zaadballen die geen/slecht testosteron kunnen maken (bv klinefeltersyndroom), doordat de hersenen geen LH meer maken en daardoor de zaadballen niet aangestuurd worden om testosteron te gaan maken.
Verhoogd:
Bij meisjes/vrouwen: bij het polycysteus ovarium syndroom (PCOS), bij adreno genitaal syndroom (AGS) of door een tumor.
Bij mannen: bij testosteron injecties (anabolen gebruik in met name sportscholen) of door een tumor.
Bij jongens: door een te vroege puberteit, bij adreno genitaal syndroom (AGS) of door een tumor.
Let op: tijdens de zwangerschap/tijdens pilgebruik gaan de bindende eiwitten stijgen en zal het totaal testosteron ook verhoogd kunnen zijn. Daarom zal de arts een "vrij"- testosteron test aanvragen waarbij uitsluitend het vrije (niet aan SHBG of albumine gebonden) testosteron wordt bepaald. De hoeveelheid vrij testosteron kan ook berekend worden met behulp van de uitslagen van het totale testosteron, SHBG en albumine. Het vrije testosteron is actief. Vrij testosteron kan ook bepaald worden in speeksel.
----------
SHBG
Ook wel bekend als:
testosteron-estrogen bindend globuline, TEBG
Officiële naam:
coïtus hormoon bindend globuline
Verhoogd:
Bij een verhoogde hoeveelheid SHBG is er waarschijnlijk minder testosteron vrij beschikbaar dan verwacht op basis van de totaal testosterontest
Verlaagd:
Bij een verlaagde hoeveelheid SHBG is er meer waarschijnlijk meer testosteron vrij beschikbaar dan verwacht op basis van de totaal testosterontest.
----------
albumine
Ook wel bekend als:
ALB
Normaal is albumine bij volwassenen 35-55 g/L. Albumine is lager bij mensen die liggen, bij pilgebruik, bij zwangeren en bij ouderen.
Verhoogd
Een hoge albuminewaarde komt eigenlijk alleen voor bij uitdroging.
Verlaagd
Een lage hoeveelheid albumine in het bloed kan wijzen op een leverziekte. Specifieke levertesten zijn nodig om te kijken om welke vorm van leverziekte het gaat.
Een laag albumine kan ook wijzen op ziekten waarbij via de nieren albumine uit het bloed in de urine lekt en het lichaam albumine verliest via urine. In dit geval kan de hoeveelheid albumine in de urine worden gemeten.
Een lage albuminewaarde komt ook voor bij ontstekingen, shock en bij ondervoeding. Verder kan een lage albuminewaarde wijzen op niet goed functioneren van de darmen waardoor het lichaam eiwitten niet goed kan opnemen en verteren. Dit komt bijvoorbeeld voor bij de ziekte van Crohn of bij spruw (ontsteking als gevolg van een schimmelinfectie).
Albumine is ook laag als door een darmziekte grote hoeveelheden eiwitten via de ontlasting verloren gaan.
----------
PSA
Officiële naam:
prostaat specifiek antigeen
Normaal:
De normale waarde voor totaal PSA bedraagt minder dan 4,0 µg/l (microgram per liter bloed).
Er zijn artsen die menen dat de grens van PSA bij jonge mannen (jonger dan 40 jaar) lager is dan 4,0 µg/l. De reden hiervan is dat er ook jonge mannen zijn met prostaatkanker die een waarde hebben tussen 2,5 µg/l en 4,0 µg/l. Aan de andere kant zijn er ook veel mannen die geen prostaatkanker hebben, maar toch een waarde hebben groter dan 4,0 µg/l. De betekenis van de PSA-waarde is dus niet eenvoudig vast te stellen.
Sterk verhoogd:
In de medische wereld is men het er wel over eens dat voor patiënten met een PSA-waarde groter dan 10,0 µg/l er een sterke aanwijzing is voor prostaatkanker; de kans daarop is dan meer dan 67%.
Licht verhoogd:
Bij waarden tussen 4,0 en 10,0 µg/l kan er sprake zijn van prostaatkanker, maar dat is niet zeker (de kans bij deze waarde is ongeveer 25%). Er kan ook sprake zijn van een ontsteking (prostatitis) of een benigne prostaat hypertrofie (BPH).
Na een radicale protaatverwijdering (prostatectomie) hoort het PSA onder de detectielimiet van de bepaling te liggen (=niet aantoonbaar). De detectielimiet voor PSA verschilt tussen laboratoria, maar ligt ongeveer in de orde van 0,003 µg/L.
Bij een testuitslag met waarden tussen 4,0 en 10,0 µg/l kan de bepaling van vrij PSA van nut zijn, omdat een relatief lage hoeveelheid vrij PSA ten opzichte van totaal PSA een grotere kans geeft op prostaatkanker. Juist deze combinatie van vrij PSA en totaal PSA kan dan de doorslag geven voor een arts om wel of geen prostaat biopsie te verrichten. Oudere mannen hebben altijd een grotere hoeveelheid PSA in hun bloed.
In Nederland worden niet alle oudere mannen opgeroepen om hun PSA regelmatig te laten testen (screening). In sommige andere landen gebeurt dit wel, maar uit recente grote studies inmiddels is gebleken dat dit niet effectief is.
----------
onderzoek van het zaad
Het onderzoek van de man bestaat in principe uit slechts een test en dit is een zaadtest. Een specimen van het zaad van de man wordt getest in het laboratorium op een aantal zaken, zoals bijvoorbeeld beweeglijkheid, hoeveelheid en snelheid. De uitslag moet aan een aantal geldende normeringen voldoen en als de uitslag normaal is, dan volstaat in principe een test. Als de uitslag afwijkend is, zal er waarschijnlijk nogmaals een test worden uitgevoerd. Zaad heeft namelijk geen enkel moment dezelfde kwaliteit en de test betreft dan ook een momentopname. Zaadkwaliteit kan beinvloed worden door de meest kleine dingen, zoals medicijngebruik of door bijvoorbeeld het hebben van een griepje. Als de uitslag van de test afwijkend blijft, dan zal de arts in overleg verder onderzoek doen, bijvoorbeeld met de hulp van een uroloog.

ik maak dit nog effe af en dan was het de laatste keer tren voor mij, voel me er niet lekker op
takelt je mentaal af helaas.. Na de operatie word het denk ik 250 test 1000 primo 1000 bold of ik laat de bold weg en ik twijfel ook om 4iu HGH ED erbij te zetten maar dat is nog allemaal twijfelachtig en komt in 2015 pas
in ieder geval geen tren meer
t*ring
sta nog amper in de keuken