west vlaams ownt :
-Ge kundem deur de ghoote/ t ghootegat trekkn: Hij is graatmager
-Da vrommins zit vul\ Zis vul gestookn: Die vrouw is zwanger
-Te dom voer ooi teetn: zo dom als t achterste van een koe
-Joenen hond in zinne zak bitn dat t'oar aje mulle plakt....: zo'n miserie hebben dat..
-'t Finste es wok zen oar : hij is niet erg slim, doet nogal vreemde dingen
-De lucht dwoad doen : het licht uitdoen
-'t Rin mollejoengn : het regent echt heel hard
-Een viez meubel : een onaangenaam vrouwelijk persoon
-'t Woajd lik de vroede bjeestn : het waait heel erg
-Een stoet ransel : vrouw die niet op haar mond gevallen is
-Jeehd een twien binn buk gedoan: Hij heeft iemand beetgenomen
-Giv moa sjette/pulle/gette/goaze/spunse/petrolle/ : Begin er maar snel aan
-'t Rint dat zikt: 't rint mollejoengn
Oet de melk smakt noa stront, is de koe ongezond: als er zich problemen voordoen, kun je maar beter op zoek gaan naar de oorzaken die eraan ten gronde liggen
-Beter een blinne up joen dumme, dan een floske zonder gat: draag zorg voor je flesje bier op plaatsen waar je door omstandigheden vaak een onverwachtse en ongewilde duw te beurt valt
-De kiekens zittn deur den droad: dat meisje daar draagt geen beha
JA
-1e persoon enkelvoud: Joak
-2e persoon enkelvoud: Joaj/Joag
-3e persoon enkelvoud: Joaj (mannelijk), Joas (vrouwelijk) en Joat onzijdig)
-1e persoon meervoud: Jom/Jow
-2e persoon meervoud: Joag
-3e persoon meervoud: Joas
NEE
-1e persoon enkelvoud: Nink / Njennek
-2e persoon enkelvoud: Njeig
-3e persoon enkelvoud: Njeinnie / Nei (mannelijk), Nins (vrouwelijk) en Nint (onzijdig)
-1e persoon meervoud: Njiem / Nimm
-2e persoon meervoud: Njeig
-3e persoon meervoud: Nihns
4. Verdubblinge in oeze toale
EEHN
-1e persoon enkelvoud: keeh kik
-2e persoon enkelvoud: geih(t) gie
-3e persoon enkelvoud: jeehd em (mannelijk)/ zeeh sie(vrouwelijk) / Theet tet (onzijdig)
-1e persoon meervoud: weehn wiedder
-2e persoon meervoud: geih giedder
-3e persoon meervoud: zeehn ziedder
ZIN
-1e persoon enkelvoud: kben kik
-2e persoon enkelvoud: ge zih gie
-3e persoon enkelvoud: jis em (mannelijk)/ zis sie (vrouwelijk) / tis tet (onzijdig)
-1e persoon meervoud: me zin wiedder
-2e persoon meervoud: ge zih giedder
-3e persoon meervoud: ze zin ziedder
-Geistekakker: dikke nek
-Kissak: vettigaard
-Pallulle: Pannenkoek
-Porre: een goe gebouwde vrouw [kloeke porre]
-Preus/Preus lik tvjirtih: trots/ enorm trots zijn
-Slunse: vod/vrouw met lichte zeden
-Sturtn: morsen
-Stuttn: boterhammen
-Wuf: vrouw, geen negatieve connotatie
-Zeemtette: slijmbal, zagevent