moeder = ons moeder zijn vogeltje (Helmonds)
moeder de gans - moeder weet al = moeier memmekes (Ninoofs)
moeder die met haar kindje naar de kerk gaat als het een tiental dagen oud is = erre keirkgank doen (Merenaars)
moeder draagt een schort = moeke het 'n schuut veur (Westerkwartiers)
moeder heeft 't geld op zak = os moder hit de taes oan (Budels)
moeder is van sleidinge en vader van kluizen = mijn ma es van slenne en mijn pa es van kluizen (Slengs)
moeder ligt uitgeteld voor de kachel = moet ligt munt veur de kachel (Wagenings)
Moeder teen vervelend kind = Had ik dich maar in de heg gezeik (Venloos)
Moeder wil jengelend kind stil krijgen = As ge nou oe-en bèk nie houdt, dan sloa ik daluk al oe krulle uit oe hoar (Bosch)
moeder willen worden = ne kleine willen hebben (Brabants)
moeder zat achter de machine te naaien = moeke zat te tjoek'n (Westerkwartiers)
moeder, moeder mijn voeten hebben koud de kachel is uit maar de schoorsteen rookt = mama,mama mein voeten hemme ka de stoof es oit mau de schapeip doempt (Buggenhouts)
Moederkindje = Hij zit bij moet op de slup (Genneps)
Moedernaakt en blootvoets door de beemden lopen op schuine schaatsen = Mojenoks en berrevits dé de bemme schesse up schiëve schoverdane (Hulshouts)
Moeders kindje = Allie moeder hengt nie an oew krois (helmonds)
Dé zegk
(helmond is ook brabant, die zeggen ook geen ''ons mam'')
moeder de gans - moeder weet al = moeier memmekes (Ninoofs)
moeder die met haar kindje naar de kerk gaat als het een tiental dagen oud is = erre keirkgank doen (Merenaars)
moeder draagt een schort = moeke het 'n schuut veur (Westerkwartiers)
moeder heeft 't geld op zak = os moder hit de taes oan (Budels)
moeder is van sleidinge en vader van kluizen = mijn ma es van slenne en mijn pa es van kluizen (Slengs)
moeder ligt uitgeteld voor de kachel = moet ligt munt veur de kachel (Wagenings)
Moeder teen vervelend kind = Had ik dich maar in de heg gezeik (Venloos)
Moeder wil jengelend kind stil krijgen = As ge nou oe-en bèk nie houdt, dan sloa ik daluk al oe krulle uit oe hoar (Bosch)
moeder willen worden = ne kleine willen hebben (Brabants)
moeder zat achter de machine te naaien = moeke zat te tjoek'n (Westerkwartiers)
moeder, moeder mijn voeten hebben koud de kachel is uit maar de schoorsteen rookt = mama,mama mein voeten hemme ka de stoof es oit mau de schapeip doempt (Buggenhouts)
Moederkindje = Hij zit bij moet op de slup (Genneps)
Moedernaakt en blootvoets door de beemden lopen op schuine schaatsen = Mojenoks en berrevits dé de bemme schesse up schiëve schoverdane (Hulshouts)
Moeders kindje = Allie moeder hengt nie an oew krois (helmonds)
Dé zegk
(helmond is ook brabant, die zeggen ook geen ''ons mam'')


Rustig maar 

