- Lid sinds
- 8 jun 2006
- Berichten
- 9.246
- Waardering
- 33
- Lengte
- 1m90
- Massa
- 103kg
- Vetpercentage
- 12%
omdat er blijkbaar wat ophef was over het feit dat ik zei dat het volk in een land niet te machtig moet worden, wat leidde tot een topicban (deels terecht, achteraf teruggelezen was het niet erg tactisch wat ik zei en had ik het ook liever geedit achteraf) hier enkele bronnen die een visie op democratie weergeven.
stukje over democratie en de verschillende visies hierop:
[Link niet meer beschikbaar]
schumpeters visie (lees alles van schumpeter)
http://books.google.nl/books?id=gQq...X&oi=book_result&resnum=4&ct=result#PPA175,M1
http://books.google.nl/books?id=Tm-...X&oi=book_result&resnum=1&ct=result#PPA294,M1
plato over het volk:
[Link niet meer beschikbaar]
ben op het moment nog bezig met het verzamelen van meer materiaal, veel is auteursrechtelijk beschermd en kan ik dus niet zo 123 hier plaatsen, ik kan wel een referentie geven zodat mensen met toegang tot databases het op kunnen zoeken, maar das imo wat omslachtig.
stukje over democratie en de verschillende visies hierop:
[Link niet meer beschikbaar]
schumpeters visie (lees alles van schumpeter)
http://books.google.nl/books?id=gQq...X&oi=book_result&resnum=4&ct=result#PPA175,M1
http://books.google.nl/books?id=Tm-...X&oi=book_result&resnum=1&ct=result#PPA294,M1
plato over het volk:
[Link niet meer beschikbaar]
[Link niet meer beschikbaar]In de rebellie van de jaren zestig beleefde deze opvatting korte tijd een krachtig réveil en uitte zich in het streven naar een radicale democratisering van de hele samenleving en terugdringing van alles wat zweemde naar elitaire machtsvorming. De klassiek-liberale opvatting kreeg echter spoedig weer de overhand. Het kiesrecht wordt daarin gereduceerd tot het recht van burgers volksvertegenwoordigers te kiezen die vervolgens in naam van de natie al die beslissingen nemen die het algemeen belang naar hun inzicht eist. De afgevaardigden behouden dus hun eigen verantwoordelijkheid. Zij vertegenwoordigen niet de bijzondere belangen van hun kiezers of achterban, maar het gehele volk en als zodanig het algemeen belang, en bepalen hun standpunt zonder last of ruggespraak, opereren dus op basis van een vrij mandaat. Het kiesrecht is geen verplichting, maar een individueel recht, waarvan men al dan niet gebruik kan maken. Een politicologische uitwerking van dit concept vinden we in de bekende pluralistische democratietheorie van Schumpeter, Dahl e.a. De politieke zeggenschap van het volk blijft daarin beperkt tot een keuze tussen concurrerende politieke groeperingen. Verkiezingen zijn er niet om de volkswil tot uitdrukking te brengen, maar om een geweldloze selectie en circulatie van elites mogelijk te maken. De essentie van democratie is hier dus gelegen in een vrije mededinging om politieke macht tussen verschillende elites. Wel is het vrije mandaat in vergaande mate uitgehold door de ontwikkeling van de parlementaire tot een partijendemocratie en van volks- tot partijvertegenwoordigers, die daardoor onderworpen raken aan partij- en fractiediscipline.
[Link niet meer beschikbaar]A. Plato leefde in een tijd van grote maatschappelijke veranderingen. De Peloponnesische oorlogen brachten de Atheense hegemonie definitief tot een einde. Van politieke stabiliteit binnen de stadstaat zelf was al lang geen sprake meer. Tirannieën en democratieën volgden elkaar op. Het ongeluk van zijn onzekere medemens en het trauma van Socrates’ terechtstelling deed Plato verlangen naar een andere wereld, een wereld van stabiliteit en perfectie: de Ideeënwereld.
Plato verbeeldde zich dat onze zintuiglijke wereld een imperfecte afbeelding is van de eeuwige wereld van de Ideeën. Zo vinden de vele duiven die we in ons dagelijks leven tegenkomen hun oorsprong in het Idee Duif dat volmaakt is en zich in een wereld bevindt aan gene zijde van onze aardse wereld. Maar niet alleen voor de concrete dingen uit onze wereld bestaat er een oorspronkelijke Vorm, ook onze mentale concepten worden voortgebracht door een onveranderlijk Idee. Waarheid, schoonheid, goedheid, rechtvaardigheid, de staat,…: allen bezitten een ideale tegenhanger.
De wereld van de Ideeën werd vervolgens gelijkgesteld met dé werkelijkheid, onze zintuiglijke wereld met schijn en bedrog. Wil men tot ware kennis komen, moet men de mistige wereld in welke we lijden overstijgen en deelnemen aan de perfecte wereld van de Ideeën. Wetenschap moet erop gericht zijn deze ware Natuur te ontdekken. Dit kan maar door een mystieke eenwording van de menselijke geest met de onveranderlijke wereld van de perfecte Vormen. De gewone mens heeft echter geen toegang tot deze absolute kennis.
Een ander gevolg van zijn Ideeënleer leidt tot de kern van het historicisme (2). Als het beginpunt van alle verandering perfect en goed is, dan kan verandering slechts leiden tot een grotere imperfectie. In de wereld van het veranderlijke, de leefwereld van ons allen, is een steeds groter wordende verdorvenheid wet. Met andere woorden wordt de geschiedenis van de mensheid beheerst door één wet, de wet van het verval. Plato verlangde er dan ook vurig naar de maatschappelijke en politieke ontwikkeling tot een einde te brengen en zo de dans van de geschiedenis te ontspringen.
Om dit doel te bereiken wou Plato een zo exact mogelijke kopie van het Idee maatschappij in de wereld realiseren. Dit is een maatschappij waarin een strikte arbeidsdeling geldt: de heersers moeten heersen, de werkers werken en de slaven dienen, ieder volgens zijn ‘natuur’, allen voor het heil van de stad (3). Klassenprivileges worden dus aanvaard en zijn zelfs rechtvaardig. Plato definieerde immers rechtvaardigheid als wat de belangen van de staat dient. Gezien de staat de grootste stabiliteit verwerft als ieder naar zijn natuur handelt, dienen de privileges verbonden met de natuur van een klasse de staat en diens belangen. Dat er dus geen twijfel bestaat over het totalitaire karakter van Plato’s Republiek: de totale overheersing van één klasse over de gehele maatschappij wordt niet in twijfel getrokken. Het is de rechtvaardige en ideale toestand.
Het volgende citaat uit Plato’s Wetten doet alle twijfels verdwijnen:
‘The greatest principle of all is that nobody, whether male or female, should ever be without a leader. Nor should the mind of anybody be habituated to letting him do anything at all on his own initiative, rather out of zeal, nor even playfully.’ En wie iedereen volgen moet, is niemand minder dan de koning filosoof. Als enige heeft de filosoof immers toegang tot de goddelijke Vormen en als enige kan hij dan in overeenstemming met de Vormen de stad stichten en de wetten opstellen. Bovendien kan hij ook als enige de goede orde van de stad bewaren. Hij is verantwoordelijk voor de opvoeding van de volgende leider en voor de demografische opbouw van de stad, onderdeel van het Idee stad. Zou Plato iemand anders dan zichzelf op het oog hebben gehad?
ben op het moment nog bezig met het verzamelen van meer materiaal, veel is auteursrechtelijk beschermd en kan ik dus niet zo 123 hier plaatsen, ik kan wel een referentie geven zodat mensen met toegang tot databases het op kunnen zoeken, maar das imo wat omslachtig.
