Leuk stukje van Rutgersmith.com
GOTENBURG – Tijdens het gesprek borrelt de vraag op of Rutger Smith (25) nieteen enorme perfectionist is. Heel even kijkt hij verbaasd op. „Volgens mij isdat inherent aan het topsporter zijn. Als je niet naar perfectie streeft, hoor je niet in de topsport thuis“, zegt hij met een glimlach.
Smith staat voor een geweldige uitdaging. Tijdens dit Europees kampioenschapatletiek komt hij twee keer in actie. Eerst gaat hij vandaag de cirkel in voor zijn geliefde nummer,het kogelstoten. Later in de week is er het discuswerpen. De Groninger uit Gouda is een van de weinige ‘dubbelaars’ tijdens de werpnummers. „Als ik een medaille pak bij het kogelstoten en bij het discuswerpen top-8 eindig, dan draai ik een geweldig toernooi.“
Smith staat met zijn nieuwe Nederlandse record (21,62 meter) eerste op de Europese ranglijst van het kogelstoten. Maar dat is volgens hem geen garantie voor goud. „Ik ga voor een medaille. Dat is zeker. Maar er zijn in Europa veel goede kogelstoters. We zijn met vier of vijf deelnemers die voor goud kunnen gaan. Ik ben er één van. Twee van mijn concurrenten hebben al rond de 21,50 meter gestoten. Het wordt een momentopname. Als je je dag niet hebt, kun je zomaar vijfde worden. Het is simpel: ik heb nog niks, sta nog met lege handen. Ik zal mijn stinkende best moeten doen.“
Al jaren stoot de inwoner van Gouda ieder jaar een stukje verder. Dit jaar kwam hij in Leiden tot 21,62 meter, het Nederlands record. Bij het discuswerpen is hij niet in het bezit van het nationale record (dat staat nog altijd op naam van Erik de Bruin met 68,12 meter), maar Smith kwam al eens tot 65,51 meter.
Hij is sinds vier jaar fulltime atleet. Zijn studie commerciële economie aan de Randstad Topsportacademie staat op een laag pitje. „Zeker in het wedstrijdseizoen is die combinatie nauwelijks vol te houden.“
Hij wil zich zeker nog een aantal jaren op de topsport richten. „Als ik heel blijf en het naar mijn zin blijf houden.“ Zijn doelen: „Ik streef ernaar om boven de 22 meter uit te komen met de kogel en meer dan 70 meter te gooien met de discus.“
Progressie zit er volgens hem nog genoeg in. Als Rutger Smith zijn kogel vanzeven en een kwart kilo (precies 7265 gram) werpt, lijkt het allemaal zo simpel. Maar iedere beweging die hij maakt, van het leggen van de kogel in de nek, via de anderhalve draai om de as en de uiteindelijke worp is bestudeerd en vele duizenden malen herhaald. Zozeer, dat hij na afloop van een worp precies kan analyseren wat er goed of fout ging.
Zo zei hij na het Nederlands kampioenschap in Amsterdam: „Ik knikte te veel in met mijn lichaam, waardoor ik mijn linkerbeen te laat bij kon trekken.“ En na zijn mislukte wedstrijd van anderhalve week geleden in Helsinki analyseerde hij: „Het probleem was daar dat mijn linkerarm te hoog was. Dan kan je draaien tot je een ons weegt, maar je haalt dan te weinig kracht uit je benen. Een beginnersfout.“ Over details gesproken. „Mits goed uitgevoerd zien alle disciplines er makkelijk en mooi uit. We vergeten alleen heel snel hoe veel training eraan vooraf gaat.“
Het moeilijke bij kogelstoten en discuswerpen is vooral om de explosiviteit ensnelheid van de worp te combineren met de noodzakelijke kracht. „Als je te veel klassieke krachttraining doet, word je zo stijf als een plank. Ik doe dan ook niet alleen aan bankdrukken (hij drukt meer dan 200 kilo, red.), maar combineer mijn krachttraining met sprinten, springen en werpen. Zo ga ik met de butterfly (een instrument om de borstspieren te trainen, red.) verder naar achter dan mensen in de sportschool doen. Op die manier strek je ook.“
In de trainingsperiode (tussen half oktober en half januari) stoot Smith dagelijks 55 tot 65 keer de kogel. In de wedstrijdperiode komt hij tot 30 é 40 stoten. ’s Winters varieert de atleet de kogelgewichten tot zo’n 11 kilo. In de zomer tussen 6,5 kilo en het gewicht van zijn wedstrijdkogel: 7.265 gram.
Overigens stoot Smith altijd met dezelfde kogel. Die kocht hij ooit in Amerika. Op het gewicht staat te lezen dat het gebruikt is tijdens de Olympische Spelen van Atlanta.
„Daar won Randy Barnes.“ Met 21,62 meter. De Groninger zou met zijn nationale record in 1996 dus ex-aequo olympisch goud hebben gepakt. Maar we zijn inmiddels tien jaar verder.
Smith sjouwt zijn kogel mee naar iedere wedstrijd. En altijd stoot hij ermee. „Gewoon, omdat het een lekkere kogel is. Het is mijn instrument.“ Heeft het ding dan ook een naam? „Nee, zo ver ga ik niet. Maar, ik weet dat het misschien vreemd klinkt, ik behandel die kogel wel met respect. Ik smijt hem niet zomaar in de hoek. Nogmaals, dat klinkt vreemd, want zo’n kogel is zwaar, die vernielt dingen, en kan best wat hebben: maar ik koester hem.“
Smith geldt als een fervent tegenstander van dopinggebruik. Zijn discipline ligt nogal eens onder vuur. Vorig jaar, na het WK in Helsinki waar hij het zilver pakte achter de Amerikaan Adam Nelson en net voor de Duitser Ralf Bartels eindigde, sprak hij van ‘het schoonste podium ooit’. „Het is waar dat er in het verleden veel dopingproblemen waren in het kogelstoten. Maar het gebeurt bij ons niet meer dan in het wielrennen. Het is moeilijk om te zeggen dat er bij ons niet meer wordt gepakt, maar ik denk dat het wel meevalt.“
Hoe maak je een discipline, die zich vaak toch wat in de marge van een atletiekmeeting afspeelt, populairder bij het grote publiek? Ook daar heeft Smith over nagedacht. Er zijn zelfs al gesprekken geweest om volgend jaar een eerste poging te doen om het kogelstoten op pleinen in de steden te gaan promoten. „Je heb niet veel nodig, een paar kuub zand, een afzetting, een draaicirkel en een meetlint. Dan houdt een aantal kogelstoters ergens in de middag een demonstratiewedstrijd. In de twee uur ervoor mag het publiek onder begeleiding ook wat pogingen wagen. De winnaar van de publiekswedstrijd mag dan met ons meedoen“, grinnikt ‘De beer uit Leek’.
Net zoiets als vroeger op de kermis dus. Waar de ongeoefende bokser mocht strijden tegen ‘De sterkste man van de wereld’. De gemeente Groningen reageerde enthousiast op het plan. Maar hoe ver kan een ongetrainde, maar toch wel sportieve noviet stoten? Smith denkt even na. „Met een beetje begeleiding kan je wel tot een metertje of tien komen. De meeste mensen blijven steken op hooguit zeven meter.“
Bij het discuswerpen ziet Smith in Nederland één echte concurrent opkomen: Erik Cadee. „Die kan uitgroeien tot een Europese, misschien wel mondiale topper.“
De smalle top in de Nederlandse atletiek is hem een doorn in het oog. Want volgens Smith kan Nederland, waar de grootste mensen van de aarde wonen, veel meer topatleten voortbrengen. „Helaas is er in Nederland geen atletiekcultuur. Kinderen doen liever aan andere sporten. Voor het succes van de sport moet je het hebben van die enkelen, die al hun tijd in de atletiek stoppen, zoals Rens Blom en ik. Wij streven ernaar om tot de besten van de wereld te horen. We hebben onze eigen weg gekozen, worden begeleid door coaches die net zo enthousiast zijn als wij.“