Uit het AD...
Theo van Gogh ligt op zijn rug, vertelt de ooggetuige. Half op de stoep en het fietspad voor het Amsterdamse Eetcafé De Hollander. Hij probeert zich met zijn armen te beschermen. Hij roept, smeekt. ,,Niet doen. Niet doen. Genade, genade!'' Tevergeefs.
De Marokkaans-Nederlandse man met het pistool in zijn rechterhand richt en schiet. Acht, negen schoten lost hij op het lichaam van de cineast. Dan stopt hij het wapen weg in een zak van zijn lange, beige regenjas. Hij haalt met dezelfde rechterhand een groot mes tevoorschijn van onder zijn kleding. Van Gogh kronkelt, maakt stuiptrekkingen. De belager buigt voorover, plaatst het mes op de keel van zijn slachtoffer en zaagt met twee handen.
Terwijl omstanders de Linnaeusstraat ontvluchten, stopt de moordenaar het grote mes weg en haalt hij een - kleiner - broodmes te voorschijn. In zijn linkerhand heeft hij een wit papiertje. Het is gevouwen, twee, drie keer. Met het broodmes prikt hij de boodschap vast op de buik van Van Gogh.
Ton van de Wasmatiek-Oost ziet het, hoort het, van nog geen tien meter afstand. Het is even na half negen. ,,Ik hoor eerst twee schoten. Vanuit de deuropening zie ik een man vanaf het fietspad aan de overzijde van de straat naar deze kant vluchten.'' De dader die Van Gogh kort daarvoor op de fiets had ingehaald, gaat achter zijn slachtoffer aan . ,,Daar struikelt, valt hij. Volgens mij is hij dan al gewond. Ik loop naar de hoek van de Linnaeusstraat en de Derde Oosterparkstraat. Ik denk nog: dit is een film.''
,,Die man slacht hem echt af'', zegt Ton. ,,Hij staat te hakken en te zagen alsof hij een stokbrood doorsnijdt. En dan dat briefje. Ik denk: wat doet hij nou op die buik? Daarna loopt hij rustig weg in de richting van het Oosterpark. Ongelooflijk.'' Onderweg zien andere getuigen dat de schutter, een iel mannetje van ruim één meter zeventig, een korte woordenwisseling heeft met een vrouw. Op straat ligt Van Goghs fiets met het kinderzitje, waar hij sinds zijn zoontje het ontgroeide zijn tassen in vervoerde.
Ton: ,,Niemand deed iets. Wat wil je? Er staat iemand met een pistool te zwaaien. Je bent te verbouwereerd. Pas toen hij weg was, ging ik naar het slachtoffer toe en zag dat het Theo van Gogh was. Die ken ik wel. Hij komt hier dagelijks voorbij fietsen. Ik zag de slagader in zijn nek kloppen. Er zat nog een beetje leven in, maar ik wist wel dat het afgelopen was. Onder zijn hoofd liep het bloed weg.''
De politie opent de jacht vanuit het op tweehonderd meter verderop gelegen politiebureau. Ondanks de vele kogels die hij al heeft afgevuurd, beschikt de schutter op de Mauritskade - aan de andere kant van het Oosterpark - nog steeds over een fikse hoeveelheid munitie. Vier politieauto's en een motoragent proberen hem klem te rijden. Ter hoogte van het hotel Arena volgt een nieuwe schietpartij met talloze schoten. Een motoragent, met kogelwerend vest, wordt geraakt. Kogels verdwijnen in politievoertuigen. Uiteindelijk raakt een agent de schutter in zijn been. Geboeid gaat hij naar het ziekenhuis.