- Lid sinds
- 14 okt 2006
- Berichten
- 720
- Waardering
- 3
- Lengte
- 1m83
- Massa
- 65kg
- Vetpercentage
- 4%
De Behoefte aan vocht tijdens het sporten.
Het leek me noodzakelijk dit onderwerp ter sprake te brengen, want het menselijk lichaam is nu eenmaal afhankelijk van een regelmatige en toereikende verzorging met schoon water. Daarvan worden we ons vaak pas bewust als er weer eens een milieuramp heeft plaatsgevonden, een olieramp bijvoorbeeld. Zonder grote inspanning wordt er via de nieren dagelijks ongeveer 1,5 liter water uitgescheiden, een halve liter wordt via de ademhaling uitgeademd en een halve liter wordt via de huid verdampt.
De dagelijkse vochtbalans ligt dus op ongeveer 2,5 liter (Findeisen e.a.). De helft daarvan wordt via vast voedsel opgenomen dat zelf water bevat of ontstaat bij de metablosche oxidatie in het lichaam. De rest, doorgaans 1 tot 1,5 liter, moet gedronken worden. Overtollige vochttoevoer is aanmerkelijk minder gevaarlijk dan een tekort aan vocht, want alles wat te veel is wordt door de nieren via de urine weer afgegeven. Metingen van de urineafscheiding van zwaar trainende sporters leveren echter vaak verminderde afscheidingshoeveelheden op, wat er een duidelijke indicatie voor is dat in deze gevallen niet aan de vochtbehoefte wordt voldaan. Van de ene kant is de vochtbehoefte bij een intensieve training door de verhoogde stofwisseling groter - voor het aanmaken van een gram glycogeen heeft het lichaam driemaal zoveel water nodig dan normaal - van de andere kant wordt door de verhoogde ademhalingsfrequentie meer vocht uitgeademd. Maar er wordt vooral een grote hoeveelheid vocht in de vorm van zweet afgescheiden.
Zweet moet stromen
Net als bij andere 'verbrandingsmachines' produceert ook het menselijk lichaam meer warmte naarmate er meer perestaties van het lichaam worden gevergd. Het lichaam moet echter overtollige warmte zien kwijt te raken, zodat het niet overhit raakt, wat tot functieverlies kan leiden. Dat lukt het best door vocht te verdampen. De daarbij optredende verdampingskou - een liter water 'verbruikt ' ongeveer 580 kilocalorieën - staat garant voor een optimale bedrijfstemperatuur. Bij een verbeterde conditie wordt ook gelijk deze mogelijkheid om de temperatuur van het lichaam te regelen verbeterd. Een door en door getrainde sporter kan doorgaans meer zweet produceren dan iemand die niet sport. Terwijl ongetrainde mensen gewoonlijk niet meer dan een liter zweet kunnen afscheiden en de beperkingen daarvan op het prestatievermogen moeten accepteren, stijgt de zweetproductie bij sporters tot 2 à 3 liter per uur en meer. Zweet is dus in tegenstelling tot wat er vaak gedacht wordt, absoluut geen aanwijzing voor een slechte conditie.
Ook tijdens de training drinken!
Gutsend zweet wordt echter vaak als onaangenaam beschouwd, en veel sporters drinken met opzet erg weinig om de zweetproductie bijna met geweld te onderdrukken. Wat de meeste mensen echter niet weten: wie meer drinkt, zweet niet meer. Doorgaans zweten mensen die weinig drinken meer. Want bij voledoende vochttoevoer hoeft de sporter helemaal niet zo erg te zweten, omdat zijn warmtestraling door een betere doorbloeding van meet af aan al beter is dan bij atleten met ingedikt bloed. Deze warmtestraling funcitioneert natuurlijk alleen bij een gematigde of koele buitentemperatuur. Als het erg warm is, kan het lichaam op deze manier geen warmte afgeven en is het voor de temperatuurregeling van het zweten afhankelijk. Zou de zweetstecretie noodgedwongen daadwerkelijk minder worden omdat men te weinig drinjkt, dan raakt het overhit - tenzij het lichaam zijn prestaties vermindert. De conclusie dat het kwijtgeraakte vocht aangevuld kan worden met een of twee liter cola, limonade of de tegenwoordig zo geliefde ijsthee, is echter een verkeerde overtuiging. Met het zweet verliest het organisme namelijk gelijktijdig grotere hoeveelheid mineralen. Water- en mineralenhuishouding vormen in ons lichaam sinds het begin der tijden een onafscheidelijk duo. Dat betekent dat het organisme in een toestand van uitdroging geen zuiver water meer kan binden. Dit zou veeleer onmiddelijk via de nieren weer uitgescheiden worden. Daardoor zouden nog meer mineralen verloren gaan en zou de hele situatie nog schadelijker worden.
Aanvulling van het tekort
Het is dus noodzakelijk niet alleen het kwijtgeraakte vocht, maar gelijktijdig ook de kwijtgeraakte mineralen aan te vullen. Een liter zweet bevat ongeveer 2,7 tot 3 gram mineralen en spoorelementen, vooral natrium, kalium, calcium, magnesium en fosfor, en kleine hoeveelheden zink, ijzer, mangaan en koper, die bij voorkeur samen met kwijtgeraakte vocht moeten worden aangevuld(Konopka). Vooral bij kalium en magnesium schijner er soms deficiëntieverschijnselen op te treden, die zich als spierzwakte, apathie, maar ook als spiertrekkingen en -krampen kunnen uiten. Een tijdige aanvulling van het tekort aan mineralen lijkt hier vooral bij zware lichaamsbelastingen aan te bevelen.
Dit komt van mijn eigen Gezondheid Forum: [Link niet meer beschikbaar]
Het leek me noodzakelijk dit onderwerp ter sprake te brengen, want het menselijk lichaam is nu eenmaal afhankelijk van een regelmatige en toereikende verzorging met schoon water. Daarvan worden we ons vaak pas bewust als er weer eens een milieuramp heeft plaatsgevonden, een olieramp bijvoorbeeld. Zonder grote inspanning wordt er via de nieren dagelijks ongeveer 1,5 liter water uitgescheiden, een halve liter wordt via de ademhaling uitgeademd en een halve liter wordt via de huid verdampt.
De dagelijkse vochtbalans ligt dus op ongeveer 2,5 liter (Findeisen e.a.). De helft daarvan wordt via vast voedsel opgenomen dat zelf water bevat of ontstaat bij de metablosche oxidatie in het lichaam. De rest, doorgaans 1 tot 1,5 liter, moet gedronken worden. Overtollige vochttoevoer is aanmerkelijk minder gevaarlijk dan een tekort aan vocht, want alles wat te veel is wordt door de nieren via de urine weer afgegeven. Metingen van de urineafscheiding van zwaar trainende sporters leveren echter vaak verminderde afscheidingshoeveelheden op, wat er een duidelijke indicatie voor is dat in deze gevallen niet aan de vochtbehoefte wordt voldaan. Van de ene kant is de vochtbehoefte bij een intensieve training door de verhoogde stofwisseling groter - voor het aanmaken van een gram glycogeen heeft het lichaam driemaal zoveel water nodig dan normaal - van de andere kant wordt door de verhoogde ademhalingsfrequentie meer vocht uitgeademd. Maar er wordt vooral een grote hoeveelheid vocht in de vorm van zweet afgescheiden.
Zweet moet stromen
Net als bij andere 'verbrandingsmachines' produceert ook het menselijk lichaam meer warmte naarmate er meer perestaties van het lichaam worden gevergd. Het lichaam moet echter overtollige warmte zien kwijt te raken, zodat het niet overhit raakt, wat tot functieverlies kan leiden. Dat lukt het best door vocht te verdampen. De daarbij optredende verdampingskou - een liter water 'verbruikt ' ongeveer 580 kilocalorieën - staat garant voor een optimale bedrijfstemperatuur. Bij een verbeterde conditie wordt ook gelijk deze mogelijkheid om de temperatuur van het lichaam te regelen verbeterd. Een door en door getrainde sporter kan doorgaans meer zweet produceren dan iemand die niet sport. Terwijl ongetrainde mensen gewoonlijk niet meer dan een liter zweet kunnen afscheiden en de beperkingen daarvan op het prestatievermogen moeten accepteren, stijgt de zweetproductie bij sporters tot 2 à 3 liter per uur en meer. Zweet is dus in tegenstelling tot wat er vaak gedacht wordt, absoluut geen aanwijzing voor een slechte conditie.
Ook tijdens de training drinken!
Gutsend zweet wordt echter vaak als onaangenaam beschouwd, en veel sporters drinken met opzet erg weinig om de zweetproductie bijna met geweld te onderdrukken. Wat de meeste mensen echter niet weten: wie meer drinkt, zweet niet meer. Doorgaans zweten mensen die weinig drinken meer. Want bij voledoende vochttoevoer hoeft de sporter helemaal niet zo erg te zweten, omdat zijn warmtestraling door een betere doorbloeding van meet af aan al beter is dan bij atleten met ingedikt bloed. Deze warmtestraling funcitioneert natuurlijk alleen bij een gematigde of koele buitentemperatuur. Als het erg warm is, kan het lichaam op deze manier geen warmte afgeven en is het voor de temperatuurregeling van het zweten afhankelijk. Zou de zweetstecretie noodgedwongen daadwerkelijk minder worden omdat men te weinig drinjkt, dan raakt het overhit - tenzij het lichaam zijn prestaties vermindert. De conclusie dat het kwijtgeraakte vocht aangevuld kan worden met een of twee liter cola, limonade of de tegenwoordig zo geliefde ijsthee, is echter een verkeerde overtuiging. Met het zweet verliest het organisme namelijk gelijktijdig grotere hoeveelheid mineralen. Water- en mineralenhuishouding vormen in ons lichaam sinds het begin der tijden een onafscheidelijk duo. Dat betekent dat het organisme in een toestand van uitdroging geen zuiver water meer kan binden. Dit zou veeleer onmiddelijk via de nieren weer uitgescheiden worden. Daardoor zouden nog meer mineralen verloren gaan en zou de hele situatie nog schadelijker worden.
Aanvulling van het tekort
Het is dus noodzakelijk niet alleen het kwijtgeraakte vocht, maar gelijktijdig ook de kwijtgeraakte mineralen aan te vullen. Een liter zweet bevat ongeveer 2,7 tot 3 gram mineralen en spoorelementen, vooral natrium, kalium, calcium, magnesium en fosfor, en kleine hoeveelheden zink, ijzer, mangaan en koper, die bij voorkeur samen met kwijtgeraakte vocht moeten worden aangevuld(Konopka). Vooral bij kalium en magnesium schijner er soms deficiëntieverschijnselen op te treden, die zich als spierzwakte, apathie, maar ook als spiertrekkingen en -krampen kunnen uiten. Een tijdige aanvulling van het tekort aan mineralen lijkt hier vooral bij zware lichaamsbelastingen aan te bevelen.
Dit komt van mijn eigen Gezondheid Forum: [Link niet meer beschikbaar]




) hoe beter...
)