Jij haalt steeds oorzaak/gevolg door elkaar. Jou brein zoekt en ziet allerlei verbanden die er niet zijn en je hebt geen benul van statistiek. Lezen dus.
Over meer jongens dan meisjes na oorlog. Zijn allerlei oorzaken voor. (Die je kunt vinden met 12 seconden googlen.) Eentje is meer miskramen van jongens tijdens stress, en minder bij vreugde/einde oorlog. Zo blijkt het aantal geboren jongens direct na 9/11 bijvoorbeeld juist te zijn afgenomen.
Andere is erfelijke invloed, meer broers dan zussen, meer ooms dan tantes in de familie enz. leidt vaker tot het geboren worden van jongens. Worden veel jongens aan gort geschoten in een oorlog dan is er een grotere kans dat een jongen terug komt uit een familie van broers dan een jongen uit een familie van 1 jongen ofzoiets.
Maar goed, gek genoeg herstelt de 1:1 balans (ongeveer, iets meer jongens) zich ook weer vrij snel. Volgens het:
http://en.wikipedia.org/wiki/Fisher's_principle
Fisher’s principle explains why for most species, the coïtus ratio is approximately 1:1. Bill Hamilton expounded Fisher’s argument in his 1967 paper on “Extraordinary coïtus ratios”[8] as follows, given the assumption of equal parental expenditure on offspring of both coïtuses.
Suppose male births are less common than female.
A newborn male then has better mating prospects than a newborn female, and therefore can expect to have more offspring.
Therefore parents genetically disposed to produce males tend to have more than average numbers of grandchildren born to them.
Therefore the genes for male-producing tendencies spread, and male births become more common.
As the 1:1 coïtus ratio is approached, the advantage associated with producing males dies away.
The same reasoning holds if females are substituted for males throughout. Therefore 1:1 is the equilibrium ratio.