om op adam en eva in te gaan:
In het begin trouwden broers en zusters met elkaar, omdat er geen andere mogelijkheid was of er zouden geen generaties meer komen!
Wij weten niet wanneer Kaïn trouwde of details van andere huwelijken en kinderen, maar wij kunnen veilig stellen dat Kaïn’s vrouw één van zijn zusters was of een nichtje. Velen reageren onmiddellijk negatief op de conclusie dat Adam en Eva’s zonen en dochters elkaar huwden door te wijzen op de wet tegen broer-zuster huwelijken. Sommigen zeggen dat je niet een familielid kunt trouwen. Een vrouw is familie van de man voordat zij trouwen omdat alle mensen afstammen van Adam en Eva – allen zijn Uit één mens ! Bedenk dat Abraham getrouwd was met zijn halfzuster (Genesis 20 vers 12). God verbood zulke huwelijken pas later (Leviticus 18 - 20) maar die wet werd 400 jaar later aan Mozes gegeven. Vooropgesteld dat het huwelijk tussen één man en één vrouw was voor het leven, dan was er oorspronkelijk geen ongehoorzaamheid aan God’s wet (vóór Mozes’ tijd) als nabije familieleden zoals broers en zusters met elkaar trouwden.
De hedendaagse wetgeving staat huwelijken tussen familieleden niet toe. Men heeft geconstateerd dat kinderen uit een verbintenis tussen broer en zuster een grotere kans hebben misvormd te zijn of verstandelijk gehandicapt. In feite is het zo, dat naarmate de familie relatie nauwer is, de kans op misvorming bij de kinderen groter is. De meeste mensen weten dit maar weinigen zijn op de hoogte van het toch niet moeilijk te begrijpen genetische mechanisme dat eraan ten grondslag ligt.
Ieder mens erft een stel genen van zijn of haar moeder en vader. Ongelukkigerwijze bevatten genen nu veel mutaties (als gevolg van de zonde en de vloek), en deze fouten worden zichtbaar op verschillende manieren. Wetenschap heeft bijvoorbeeld aangetoond dat vele ernstige ziekten te herleiden zijn tot deze mutaties – hemofilie, bijvoorbeeld. Minder ernstige fysieke misvormingen kunnen ook ontstaan als gevolg van deze mutaties – bijvoorbeeld een ontbrekend neus tussenschot, bijziendheid, enz. Laten we voor ogen houden, dat de belangrijkste reden dat wij elkaar normaal noemen is, omdat wij hebben afgesproken dat zo te doen!
Kinderen erven twee groepen genen – één van elke ouder. Een broer en een zuster hebben waarschijnlijk dezelfde fouten omdat zij geërfd zijn van dezelfde ouders. Als deze broer en zuster samen kinderen zouden krijgen, dan kunnen de mutaties opstapelen, en twee slechte kopieën van een gen en zoiets als verstandelijke handicap en misvormingen in kinderen.
Daartegenover staat, dat als de ouders verder van elkaar afstaan in familierelatie, dan is het waarschijnlijk dat zij verschillende fouten in hun genen hebben. Zij ontvangen van elke ouder een genenset met elk een slecht gen. Het goede gen overheerst het slechte gen, zodat een misvorming (een ernstige) niet plaatsvindt. Vaak is de persoon drager zonder enig defect. (Over het geheel kan gezegd worden, dat de mensheid langzaam degenereert tengevolge van fouten – fouten in het kopiëren van DNA, mutatie-accumulatie genoemd – generatie na generatie.)
Toen de eerste twee mensen werden geschapen waren zij perfect. Alles wat God maakte was “zeer goed” (Genesis 1 vers 31). Dat betekent ook dat hun genen goed waren – geen fouten! Maar toen de zonde in de wereld kwam door Adam (Genesis 3 vers 6), kwam God’s vloek over de Aarde zodat de eens perfecte wereld begon te degenereren – dat wil zeggen begon te lijden onder dood en verderf (Romeinen 8 vers 22). Over een lange periode heeft deze degeneratie betekent dat er vele en allerlei fouten gingen optreden in de genen van de levende wezens. Kaïn was in de eerste generatie van kinderen. Hij had wel perfecte genen van zijn ouders ontvangen evenals ook zijn broers en zusters, omdat in het prille begin het effect van de straf op de zonde nog minimaal was. In die situatie was het huwelijk tussen broer en zus nog mogelijk. God stelde als voorwaarde dat het huwelijk monogaam bleef (Mattheüs 19 verzen 4-6). Er werden geen kinderen met misvorming of verstandelijke handicap geboren. 2.500 jaren later, bij de wetgeving van Mozes, zou het aantal degeneratieve mutaties reeds zo sterk zijn toegenomen, dat God het nodig achtte nieuwe wetgeving te geven waarbij het huwelijk tussen broer en zuster (en naaste verwanten) werd verboden (Leviticus 18 – 20).3 Ook waren er nu voldoende mensen op Aarde, zodat nauwe bloedverwanten niet meer hoefden te huwen.