Menno Henselmans
Cool Novice
- Lid sinds
- 22 okt 2011
- Berichten
- 150
- Waardering
- 51
Voor de type I vezels. Voor type II vezels is de relatie zelfs zonder de outliers weg te halen twee keer zo sterk.Ik ben het eens met het zinnetje: 'de relatie tussen intensiteit en hypertrofie is zwak'. Dat is de kern van mijn interpretatie van de data in mijn vorige post. Voor aanbevelingen zou ik dan zeggen dat op basis van deze data te concluderen valt dat een vrij brede reprange effectief is en dat fibre type compositie niet zo heel relevant is voor de selectie van deze reprange.
Er is wel degelijk een systematisch verband en dat verband is dat er in veel studies gecontrolleerd wordt voor volume. Dat is een enorme bias.Maar het lijkt er niet op dat er een systematisch verband is tussen volume en intensiteit in de opzet van de study's. Althans, als alle study's aan 1 zijde van het intensiteit-spectrum allemaal laag volume zouden gebruiken in hun opzet, zou de effectiviteit van die intensiteits-range onderbelicht zijn. Dat lijkt echter niet zo te zijn, dus dan is volume bias in mijn ogen geen reden om de grafieken anders te interpreteren. De variatie ligt natuurlijk wel hoger door dit gegeven.
Ten eerste hoort een goede statisticus de fitlijn te kiezen op basis van de data en niet zomaar een lineaire fit te nemen. Ten tweede sluit een goede statisticus wel degelijk subjects/studies uit van de analyse. Fry noemt ook z'n uitsluitingscriteria. Als ik naar die grafiek kijk en een studie zie waar type I vezels zo'n 3x zo hard groeiden als in het gemiddelde van 15 andere studies, harder dan type II vezels in enige andere studie gegroeid hebben, dan lijkt het me wijs om die uit te sluiten.Hoe een lineare fitline zich verhoudt wanneer je willekeurig onderzoeken zou uitsluiten, puur en alleen op basis van hun plek in de grafiek, dat is ook niet erg relevant.
En die ongetrainde Bachelorstudenten geven natuurlijk alles? Beginners kunnen geen 1RM geven en niemand kan een 1RM geven uit een dead stop (leg extension).Voor het testen van 1RM zijn richtlijnen opgesteld. Ik heb het gezien, ze gaan dan telkens een stapje zwaarder totdat de proefpersoon met een bepaald gewicht geen herhaling meer kan maken. Er is geen aanwijzing dat hier veel bias in zou zitten.
Die RM nummers heb ik er bijgezet ter illustratie en komen niet uit de studies.10x8 @ 80%1rm lijkt me niet een veelgebruikte opzet in studies, meeste intensiteit studies die ik heb doorgelezen daar verhoudt de 1-rm% bij bepaalde reps zich wel ongeveer met die van de serieuze krachtsporter in de gym. Bij de 2 studies die je in punt 1 opnoemt bijvoorbeeld alleen al komt het goed overeen. (3x10 op 12rm en 10x3 op 6rm) Jij zegt hier dat de intensiteit systematisch verkeerd is aangegeven en dat zie ik hier niet in.
1. Type IIa is optimaal voor krachttraining/bodybuilding. Dat is goed gedocumenteerd: Fry zegt het ook.Het lijkt wat tegenstrijdig dat bbers zo'n relatief hoog aandeel aan type 1-vezels heeft, als je bedenkt dat type 2 vezels toch een stuk gevoeliger zijn voor groei. Mijn verklaringen zouden zijn: 1. mogelijk de fiber type conversie die optreed onder krachttraining (in het artikel staat de mate van conversie van type 2 naar 1 helaas niet besproken overigens) 2. de vaak lagere intensiteit die bodybuilders voeren (blessurepreventie) stimuleert in relatief grote mate type 1 groei.
2. En dit is exact mijn conclusie die je niet wil geloven.
Je moet overigens naar figuur 10 kijken. Ik heb het ruw afgerond ja, omdat het niet uitmaakt wat de exacte getallen zijn. Het verschil tussen bodybuilders en power/weightlifters is duidelijk en significant.
Je hebt duidelijk nooit de 80% test gedaan. Het verschil is enkele reps, soms tientallen (lees Poliquin's reports) en dit verschil alleen is al genoeg reden om spier-specifieke rep ranges te gebruiken.De opmerking die je in de laatste alinea maakt is een interessante gedachte, maar ik heb dit nog nooit in de literatuur zien terugkomen. Ook al bemerk ik bij mezelf inderdaad een (vrij klein) verschil - dit zou echter ook verklaard kunnen worden door de vrij korte ROM die bij kuittraining gebruikt wordt.
Desondanks is het verschil waarschijnlijk zo klein dat de intensiteit-weergave in de grafiek nog steeds vrij correct is.
Stel dat 80% de optimum intensity is. Met 80% kan je verschillende reps doen met verschillende spiergroepen en dus is het optimum voor elke spiergroep anders.

Maar zoals ik al zei, dat rond je natuurlijk af naar 1/2 en niet naar 2/3, dat noem ik niet meer ruw afronden...

