http://www.scp.nl/publicaties/boeken/9037702376/Jaarrapport_Integratie_2005.pdf
------------------------
9 Jongeren en criminaliteit
Annette van Rijn (wodc), Frits Huls (cbs), Aslan Zorlu (wodc)
9.1 Oververtegenwoordiging in criminaliteitscijfers
Oververtegenwoordiging van allochtonen in criminaliteitscijfers is al enkele jaren een punt van zorg voor de overheid. Diverse studies wijzen op deze oververtegenwoordiging
in het strafrechtelijk systeem, zoals het recentelijk verschenen wodc-cahier Verdacht van criminaliteit. Allochtonen en autochtonen nader bekeken (Blom et al. 2005). In de Jaarnota Integratiebeleid 2004 (tk 2004/2005b) constateert het kabinet
dat een overmatige betrokkenheid van minderheden bij criminaliteit kan worden gezien als een uitdrukking van geringe binding met de samenleving en daarmee als een uitdrukking van gebrekkige (sociaal-culturele) integratie.1 Een grote afstand tussen bevolkingsgroepen zou immers gemakkelijk kunnen leiden tot een overtreding van de heersende normen (Dominguez Martinez et al. 2002). Ook
kan oververtegenwoordiging
van allochtonen in criminaliteitscijfers een indicatie zijn van een achterblijvende
sociaal-economische integratie (Kromhout en van San 2003).In dit hoofdstuk gaan we in op de vertegenwoordiging van allochtone jongeren in de strafrechtsketen2. Preventie van criminalisering en marginalisering van deze jongeren
is een gewichtig speerpunt van het huidige integratiebeleid (tk 2004/2005c). Voor een effectieve bestrijding van de jeugdcriminaliteit is inzicht in de omvang van de problematiek essentieel. In de volgende paragrafen geven we een overzicht van de belangrijkste recente ontwikkelingen in het aandeel jeugdige allochtonen in de verdachten-, veroordeelden-, gevangenis- en recidivestatistieken. Tot nu toe kon uitsluitend inzicht in de vertegenwoordiging van de eerste generatie van allochtonen worden gegeven (zie bv. Scholten 2004). Dit jaar is het voor het eerst mogelijk ook het aandeel bij de politie bekende verdachten van de tweede generatie in beeld te brengen
(Blom et al. 2005). Helaas kan het aandeel allochtonen van de tweede generatie in de registraties van veroordeelden en gedetineerden nog niet worden ingeschat.
Aangezien de gegevens in dit hoofdstuk op de registraties van politie en justitie gebaseerd zijn, bestaat de mogelijkheid dat het geschetste beeld niet volledig is.
Het is immers denkbaar dat de pakkans van daders uit diverse etnische groepen verschilt. De pakkans is waarschijnlijk ook gerelateerd aan prioriteiten bij de opsporing en vervolging. Self-reportonderzoek van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum
(wodc) waarvan de eerste resultaten in het voorjaar van 2006 worden verwacht, kan het hier geschetste beeld wellicht aanvullen.
Jongeren en criminaliteit 149
9.2 Allochtone en autochtone verdachten
Deze paragraaf geeft een beschrijving van de door de politie geregistreerde verdachten
van misdrijven naar etnische groep. Hierin zijn de eerste en de tweede generatie van elkaar onderscheiden. Wie zijn deze verdachten en van welke misdrijven worden ze verdacht? Ook gaan we in op de vraag of er sprake is van een criminele carrière.
Antilliaanse en Marokkaanse jongeren vaker verdacht
Allochtone jongeren staan vaker als verdachte geregistreerd bij de politie dan autochtone
jongeren. Van de meisjes in de leeftijd van
12-17 jaar komt 1,2% respectievelijk 0,5% voor in de verdachtenregistratie;
bij de jongens is dit 4,9% respectievelijk 2,0% (tabel 9.1). De verhouding bij de 18-24- jarige meisjes is gelijk aan die in de jongere leeftijdscategorie; van de
allochtone jongens is 7,5% verdacht van criminaliteit tegen 3,8% van de autochtone leeftijdgenoten.De cijfers bevestigen het algemene beeld van jeugdcriminaliteit bij Antillianen en Marokkanen. Van de Marokkanen is zowel de eerste als de tweede generatie veel vaker verdacht van een misdrijf dan de autochtonen en de meeste andere etnische groepen. Bij de Antillianen gaat het voornamelijk om jongeren van de eerste generatie. De voormalig Joegoslaven van 12-17 jaar van wie beide ouders in het buitenland geboren
zijn, en de Turkse jongeren van 18-24 jaar van wie een ouder in het buitenland geboren is, vallen op in de cijfers over de tweede generatie. Beide groepen worden relatief vaak verdacht (bijlage B9.1)
...
Voor vernieling en verstoring van de openbare orde worden autochtone verdachten, met name de 12-17-jarigen, vaker geverbaliseerd dan de totale groep niet-westers allochtone jongeren.
...
Omdat in het onderzoek van Blom et al. (2005) opviel dat de
kans op registratie als verdachte voor kinderen van twee buitenlandse ouders groter is dan voor kinderen met een in Nederland geboren ouder, hebben we in tabel 9.2 de tweede generatie gesplitst op grond van het geboorteland van de ouders.
...
Kans op verdacht zijn van een misdrijf
Kromhout en Van San (2003) stellen dat individueel probleemgedrag bepaald wordt door een combinatie van en wisselwerking tussen risico- en protectieve factoren.
Onder de risicofactoren rekenen zij, behalve een sociaal-economische achterstand, een aantal voor (sommige) allochtone groepen specifieke risicofactoren. Daaronder vallen bijvoorbeeld een vluchtgeschiedenis, cultuurverschillen tussen gezin en buitenwereld
en een problematische situatie – zoals een oorlog of een economische chaos – in het land van herkomst. I
H
et type huishouden, diplomabezit, uitkeringsafhankelijkheid, en percentage niet-westerse allochtonen in de woonwijk verklaren voor een aanzienlijk deel de verschillen tussen allochtonen en autochtonen in de mate waarin zij als verdachte geregistreerd staan bij de politie.
De kans dat een jongere zonder schooldiploma verdacht wordt van het plegen van een misdrijf, is – ook na correctie voor de overige achtergrondkenmerken – bijna 2,5 keer zo groot als de kans dat een jongere die wel een diploma behaalde, verdacht wordt. Jongeren die geen diploma bezitten, komen eveneens 2,5 keer zo vaak voor in de verdachtenregistraties vanwege een geweldsmisdrijf als jongeren die wel een diploma behaalden.
Naast etnische groep, leeftijd en geslacht verklaart diplomabezit de kans op registratie als verdachte méér dan alle overige hier onderzochte
achtergrondkenmerken bij elkaar.Bij de tweede generatie van Marokkanen (18-24 jaar) van wie beide ouders in het buitenland geboren zijn, is dit het duidelijkst.
Zij hebben een bijna vier keer grotere kans om verdacht te zijn dan autochtonen, rekening houdend met andere achtergrondkenmerken als coïtuse, leeftijd en diplomabezit.
...
De omvang van de categorieën jeugdigen en jongeren binnen de grote etnische groepen nam in de onderzochte periode inderdaad af.
Jongeren en criminaliteit 155
Onder de nieuwe groepen treffen we de meeste daders aan onder jongeren uit (voormalig)
Joegoslavië en uit Somalië. Het aantal jongeren nam in de meeste nieuwe migrantenpopulaties toe. De stijging van het aantal Iraakse en Afghaanse jongeren kan wellicht de toename van het aantal onder deze jongeren verklaren.
...
Bij de rechterlijke afdoeningen zijn de verhoudingen tussen de groepen tamelijk constant. Naar verhouding doet de rechter weinig zaken van Marokkanen, Surinamers
en Antillianen af met een boete of taakstraf;
in deze groepen komt vaker vrijheidsbeneming voor.
...
SAMENVATTING:
De meeste allochtone groepen worden vaker van criminaliteit verdacht dan autochtonen. Binnen de etnische groepen kunnen er op dit vlak grote verschillen zijn tussen de eerste en de tweede generatie.
Allochtone jongeren vormen, mede als gevolg van een
vaak slechte sociaal-economische
positie, een extra kwetsbare groep.
Bij het vervolgings- en berechtingstraject komt naar voren dat de Marokkaanse en Antilliaanse jongens van de eerste generatie zijn oververtegenwoordigd in de criminaliteit. (
eigen noot: dit wil zeggen dat ze sneller vervolgd zullen worden en berecht dan de autochtone, gevolg = oververtegenwoordiging in de cijfers!------------------------------------
ZO! LAAT HET NU VOOR EENS EN ALTIJD GEDAAN ZIJN: wie dit leest weet hoe de cijfers tot stand komen en zal dus inzien dat de oververtegenwoordiging niks te maken heeft met religie of met het Marokkaan zijn.