'Window of Opportunity':
Spierweefsel zal groeien als er aan een aantal voorwaarden wordt voldaan, waaronder oefening, de aanwezigheid van hormonen (groeihormoon, insuline, testosteron en schildklierhormoon) en voedingsstoffen.
De sleutel is de 'window of opportunity' ofwel het stukje tijd waarin de lichaam het meest vatbaar is voor de aanvoer van voedingsstoffen. Dit is direct na de training: het lichaam is dan extra gevoelig voor voedingsstoffen, en de bloedstroming naar de getrainde spieren blijft hoog.
Na het trainen worden in je spiercellen de GLUT4-tranportlichaampjes actiever (GLUT4-activiteit betekent dat 'het venster' opengaat).
In de celwanden ligt een eiwit dat de naam Glut-4 heeft.
Glut-4, een transporteiwit, laat de glucose in de cel naar binnen.
Door contractie ontstaat er een insuline onafhankelijk opregulatie van GLUT4 eiwitten naar het cel-oppervlak,
waardoor er makkelijk glucose opgenomen kan worden.
Die blijven daar trouwens totdat spierglycogeen volledig is aangevuld.
Door herhaaldelijke contractie ontstaat schade aan de spier door de excentrische stretch. Hierbij wordt arachidonisch zuur gelost uit het intramusculair vet. Dit zuur wordt omgezet in prostaglandinen.
Testosteron zet de lever aan om meer creatine te produceren en in circulatie te brengen.
Testosteron converteert naar Estradiol en Estradiol verhoogt de output van groeihormoon.
Testosteron verhoogt de gevoeligheid van de spier aan groeihormoon.
Groeihormoon stimuleert de spier om IGF-1 aan te maken.
Creatine zet de sattelietcellen aan tot mitotische activiteit (vermenigvuldiging door celdeling)
IGF-1 stimuleert receptoren op de cel en dwingt ze om de sattelietcellen op te nemen. Hierdoor verhoogt het aantal kernen per spiervezel.
Dat leid tot meer Androgene receptoren per spiervezel en dus een grotere groeicapaciteit.
Testosteron bind op de Androgene receptoren en begint de transcriptie van DNA naar mRNA.
Indien voldoende aminozuren in de circulatie aanwezig zijn begint hypertrofie: de mRNA zet tRNA aan om eiwitten te synthetiseren die de spier herstellen en groter maken om de lading de volgende keer wel aan te kunnen.
Prostaglandinen versterken de binding van testosteron met de Androgene receptor.
Wat kunnen we hieruit afleiden:
- mRNA heeft een halfleven van max 4 uur, dat wil zeggen dat er het best gezorgd kan worden dat men een hoge aminozuurspiegel heeft voor de training en die ook snel weer aanvult na de training
- GLUT4 blijft aanwezig tot glycogeen is aangevuld, de timing van koolhydraten na de training is dus niet belangrijk
- Opslag van creatine en arachidonisch zuur zijn erg belangrijk. Beiden zijn overigens bijvoorbeeld aanwezig in een goeie steak met veel vet er aan
Er zijn overigens twee kanaaltjes waardoor spiercellen glucose naar binnen kunnen halen: het ene kanaaltje gaat openstaan omdat de insuline dat aangeeft; het andere kanaaltje omdat de spieren gaan bewegen.
Bovendien wordt de werking van insuline versterkt door inspanning.
Dat betekent dat tijdens beweging de spieren ontzettend goed glucose kunnen opnemen en hierdoor kan de bloedglucosespiegel dalen.
Bij gezonde mensen wordt dit voorkomen doordat de alvleesklier dan wat minder insuline maakt waardoor de insulinespiegel daalt.