Ik heb even alles nagezocht; ik ben in ieder geval gezond
Bilirubine totaal: 11 (normaal -/20)
Bij volwassenen en oudere kinderen wordt bilirubine gemeten om te controleren op aandoeningen die vaak gepaard gaan met leverschade zoals galstenen, hemolytische anemie (het kapot gaan van rode bloedcellen), sikkelcelziekte (afwijkende rode bloedcellen).
Alkalische fosfatase: 99 (normaal -/124)
Bij volwassenen met een gezonde lever en gezond botweefsel is de hoeveelheid van het alkalische fosfatase in het bloed meestal minder dan 125 IU/l
Gamma-glutamyltransferase (gammaGT): 17 (normaal -/55)
De GGT kan worden gebruikt om te beoordelen of de lever zelf en de galwegen in de lever goed werken. De dokter kan daarom een GGT test aanvragen om patiënten met symptomen als geelzucht, misselijkheid, braken, gezwollen buik, buikpijn en vermoeidheid, te onderzoeken op leverafwijkingen. Ook kan een GGT bepaling zinvol zijn als de arts denkt dat er sprake is van overmatig alcoholgebruik. Bij 75 % van de drinkers is de GGTverhoogd. Door de GGT te bepalen in combinatie met andere leverfunctietests zoals ASAT,ALAT, AF en bilirubine kunnen leverafwijkingen nader worden gespecificeerd.
Bij de meeste mensen die gezond zijn en geen leverafwijking hebben, ligt de GGT-waarde in het gebied van de normale waarden. Bij de meeste laboratoria is dat < 45 I/L (mannen) of < 35 U/l (vrouwen).
Aspartaataminotransferase (ASAT:SGOT): 40 (normaal > -/35)
De ASAT-test wordt aangevraagd wanneer de dokter leverschade vermoedt. Klachten die wijzen op leverschade zijn: donkere urine, misselijkheid, overgeven, opgezwollen buik, plotseling aankomen in gewicht en buikpijn. Leveraandoeningen kunnen ontstaan door virussen, overmatig alcoholgebruik, erfelijke aandoeningen of door geneesmiddelen.
Alanineaminotransferase (ALAT:SGPT): 41(normaal -/45)
Bij mensen die geen leverziekten hebben is de ALAT-activiteit bij mannen kleiner dan 45 U/l en bij vrouwen kleiner dan 35 U/l. Aan licht verhoogde waarden, zonder klachten, wordt niet direct een betekenis toegekend. Pas wanneer de waarde meer dan tweemaal de genoemde bovengrens is, is verder onderzoek naar de oorzaak gewenst.
Triglyceriden: 0.94 (normaal 0.6/2.2)
Een bloedtest voor de bepaling van triglyceriden wordt meestal uitgevoerd samen met onderzoek naar lipiden (cholesterol, HDL-cholesterol, LDL-cholesterol, triglyceriden). Een verhoogde hoeveelheid lipiden vergroot de kans op hart- en vaatziekten.
Lager dan 1,70 mmol/L is normaal.
Cholesterol totaal: 4 (normaal -/5)
De dokter vraagt deze test aan bij een algemene controle van de gezondheid. De test wordt gebruikt om de kans op hart- en vaatziekten in te schatten. Cholesterol wordt meestal aangevraagd in combinatie met andere tests waaronder HDL-cholesterol, LDL-cholesterol en triglyderiden. Al deze tests samen worden vaak het lipidenprofiel genoemd. Gedurende een behandeling van een hoog cholesterol zal de dokter vaker het cholesterol laten meten om het effect van een cholesterolverlagende behandeling te volgen.
De gewenste hoeveelheid cholesterol is 5,0 mmol/l of lager. Hierbij is het risico op hart- en vaatziekten niet verhoogd.
HDL-Cholesterol: 1.33 (normaal 0.9/999)
HDL-cholesterol is “goed” cholesterol en daarom is een hoge HDL-waarde beter dan een lage. Een HDL lager dan 1,04 mmol/L wordt beschouwd als een hoger risico op hart- en vaatziekten. Waarden tussen 1,04 en 1,55 mmol/L betekenen in het algemeen een matig risico en waarden boven 1,55 wijzen op een laag risico op hart- en vaatziekten. Het is gebruikelijk om te kijken naar de verhouding tussen totaal cholesterol en HDL-cholesterol. Deze verhouding moet kleiner zijn dan 5, maar kleiner dan 3,5 is het best. Het is echter van groot belang om bij de beoordeling van deze verhouding ook te kijken naar de uitkomsten van de afzonderlijke tests. Voor een juiste interpretatie is overleg met de huisarts nodig.
Cholesterol /HDL-cholesterol ratio: 3
Het is gebruikelijk om te kijken naar de verhouding tussen totaal cholesterol en HDL-cholesterol. Deze verhouding moet kleiner zijn dan 5, maar kleiner dan 3,5 is het best. Het is echter van groot belang om bij de beoordeling van deze verhouding ook te kijken naar de uitkomsten van de afzonderlijke tests. Voor een juiste interpretatie is overleg met de huisarts nodig.
LDL-Cholesterol: 2.25 (normaal -/2.9)
Bij de meeste gezonde mensen ligt de waarde van LDL cholesterol tussen de 2,0 en 4,5 mmol/l. De streefwaarde voor LDL-cholesterol is echter kleiner dan 3,0 mmol/l. Van alle vormen van cholesterol wordt LDL-cholesterol beschouwd als de belangrijkste risicofactor voor het veroorzaken van hart- en vaatziekten. De arts zal vaak op basis van een verhoogdLDL-cholesterolgehalte besluiten om iemand te behandelen met cholesterolverlagende middelen of om het behandelschema aan te passen.
Glucose nuchter: 4.5 (normaal 4.1/5.9)
Lage glucose waarden (hypoglycemie) komen voor bij mensen met suikerziekte die teveel insuline gespoten hebben of te weinig gegeten hebben (bijvoorbeeld door ziekte). lage glucose kan ook voorkomen bij:
• Alcohol misbruik
• Medicijnen, zoals acetaminophen en anabole steroïden
• Grote leverafwijkingen
• Slecht functioneren van de pijnappelklier
• Slecht functioneren van de schildklier
• Overdosis van insuline
• Insulinomen (tumoren van de pancreas die insuline produceren)
Testosteron: 20.2 (normaal 8.6/29)
Testosteron heeft verschillende waarden voor mannen en vrouwen, ook zijn er afhankelijk van de leeftijd grote verschillen. Elk laboratorium hanteert eigen referentiewaarden die mede afhankelijk zijn van de gehanteerde meetmethode. Vanwege deze verschillen is het niet mogelijk een overzicht te geven van de zogenaamde referentiewaarde. De testuitslag moet vergeleken worden met de referentiewaarde van het laboratorium waar de test is uitgevoerd.