Ik bedoel: Moeten we dan toekijken hoe iemand bedrijgd wordt ? of gewoon iemand anders die in een noodsituatie verkeerd helpen ?
Interessante vraag.
lees wat onderaan in het rood staat als het teveel is om allemaal te lezen
Art. 416 S.W.B.:
“Er is noch misdaad noch wanbedrijf wanneer de doodslag, de verwondingen en
de slagen geboden zijn door de ogenblikkelijke noodzaak van de wettige verdediging van zichzelf of van een ander”.
Art. 417 S.W.B.:
Onder de gevallen van ogenblikkelijke noodzaak van de verdediging worden de twee volgende
gevallen begrepen:
a) Wanneer de doodslag gepleegd wordt, wanneer de verwondingen of slagen toegebracht worden bij het afweren bij nacht van de beklimming of de braak van de afsluitingen, muren of toegangen van een bewoond huis of appartement of de aanhorigheden ervan, behalve wanneer de dader niet kon geloven aan een aanranding van personen, hetzij als rechtstreeks doel van hij die poogt in te klimmen of in te breken, hetzij als gevolg van de weerstand welke diens voornemen mocht ontmoeten;
b) Wanneer het feit plaats heeft bij het zich verdedigen tegen de daders van diefstal of plundering die met geweld tegen personen wordt gepleegd.
Opm.: Doodslag, slagen of verwondingen tegen een inbreker bij dag wordt niet gerecht-vaardigd door art. 417 S.W.B., wel zal niet de gewone straf uitgesproken worden omdat men de omstandigheid zal kenmerken als een strafverminderende verschoningsgrond.
3.2. Algemene voorwaarden voor de wettige verdediging.
Opdat iemand die een misdrijf heeft gepleegd de wettige verdediging zou kunnen inroepen om zijn gedraging te rechtvaardigen en het strafbaar karakter ervan aldus te doen wegvallen, moeten de volgende voorwaarden vervuld zijn:
3.2.1. De aanranding moet gericht zijn tegen personen.
De rechtvaardiging kan ingeroepen worden zowel voor de eigen verdediging als voor de verdediging van eigen personen. Wettige zelfverdediging kan ook aangewend worden bij de verdediging tegen aanvallen op de persoonlijke vrijheid of bij bescherming van de eerbaarheid.
De bescherming van goederen valt buiten het toepassingsveld van de wettige verdediging.
Het geval van art.417 S.W.B. is geen echte uitzondering aangezien wij altijd moeten kunnen geloven in een aanval tegen personen, het geval van art. 417 laat enkel een vermoeden van noodzakelijkheid van afweer rijzen.
3.2.2. De aanranding moet wederrechtelijk zijn.
Zo kan de aanrander die op weerstand stuit van de aangerande persoon zelf geen wettige verdediging inroepen tegen het slachtoffer dat zich verzet.
Men is evenmin gerechtigd zich te verweren tegen het rechtmatig optreden van de overheidsagent, vb. bij uitvoering van een bevel tot aanhouding of tot medebrenging.
Wel wordt verzet tegen onwettige handelingen van de overheid aanvaard, wanneer deze handelingen kennelijk onwettig zijn.
3.2.3. De aanranding moet ogenblikkelijk zijn.
Dit omvat de aanval die zich aan het voltrekken is of deze die onmiddellijk dreigend is.
Daarentegen is er geen wettige verdediging wanneer een toekomstig of een eventueel gevaar betreft noch als de aanranding reeds afgelopen is.
3.2.4. Het verweer moet noodzakelijk zijn.
Het is niet vereist dat de aanranding levensgevaarlijk zou zijn, toch moet zij voldoende ernstig zijn om een onmiddellijk en gewelddadig verweer als noodzakelijk te doen voorkomen.
Voorts mogen er voor de aangevallene in redelijkheid geen andere wegen open staan dan een gewelddadige verdediging. Indien de aangerande persoon tijdig beroep kan doen op hulp van de overheid, zou de noodzaak van een ogenblikkelijk verweer eventueel in twijfel kunnen getrokken worden, men is echter niet verplicht te vluchten, ook al was dit mogelijk.
3.2.5. De afweer moet in verhouding staan tot de aanval.
De verdediging door bijv. doding, wanneer redelijkerwijze lichte verwondingen hadden volstaan is niet noodzakelijk.
Deze verhouding niet in acht nemen komt neer op rechts misbruik en houdt zelf een aanval in.
Die evenredigheid moet echter met realiteitszin beoordeeld worden. Alleszins kan de onrechtmatigheid van de aanranding als verzachtende omstandigheid of als verschonings-gronden gelden voor diegene die het evenredigheidsprincipe zou miskend hebben.
Bovendien zal alleen de manifeste en ondubbelzinnige wanverhouding in de praktijk tot strafvervolging geven.
4) Opmerking tot besluit.
Als men getuige is van een aanval tegen personen, is men uiteraard niet verplicht met gevaar voor eigen leven tussenbeide te komen.
Deze misvatting die vrij algemeen verspreid is komt hoogst waarschijnlijk voort uit het feit dat
de wet een verplichting tot hulp inricht. Doch onder hulp kunnen wij ook bijv. de politie-diensten verwittigen rekenen.
Anders maakt men zich schuldig aan “schuldig verzuim”, hetgeen aanleiding kan geven tot strafvervolging.