De evolutietheorie is een theorie die al bij de eerste stap is mislukt. De reden daarvoor is, dat evolutionisten niet in staat zijn om zelfs maar de vorming van een enkel proteine te verklaren. Noch de wetten van de waarschijnlijkheid noch die van de natuurkunde en de scheikunde bieden einige kans om met succes leven te vormen. Klinkt het logisch of redelijk als zelfs geen enkele door toeval gevormde proteine kan bestaan, dat er dan wel miljoenen van dit soort proteinen samenkomen om een cel van een levend wezen te vormen; en dat biljoenen cellen in staat zijn om door toeval bij elkaar te komen en levende wezens te vormen; en dat zij dan vissen vormen en dat deze naar het land toe komen en in reptielen en vogels veranderen en dat dit de manier is waarop miljoenen verschillende soorten op aarde zich gevormd hebben?
Zelfs als het voor u niet logisch lijkt, is het toch, dat evolutionisten in deze fabel geloven.
Maar het is allen maar een geloof, want zij hebben geen enkel bewijs om hun verhaal te verifieren. Zij hebben nooit een overgangsvorm gevonden, zoals half-vis half reptiel, of half-reptiel en halfvogel. Noch zijn ze in staat geweest om te bewijzen dat een proteine, of zelfs maar een enkel molecuul van een aminozuur waaruit een proteine bestaat, gevormd heeft kunnen worden onder de omstandigheden van de aarde die zij de Oersoep noemen; zelfs niet in hun ver ontwikkelde laboratoria zijn ze erin geslaagd dat te doen. Integendeel, met alle inspanningen die de evolutionsten zichzelf getroost hebben, hebben ze alleen maar laten zien, dat er nooit een evolutionair proces kan plaatsvinden en nooit in welke tijd op aarde ook heeft plaatsgevonden.
Ht grootste obstakel van de evolutie: de ziel
Er zijn vele soorten in de wereld die op elkaar lijken. Bijv; er zijn vele levende wezens die op een paard of een kat lijken, en er zijn vele insekten die op elkaar lijken. Deze overeenkomsten verbazen niemand. De oppervlakkige overeenkomsten tussen de mens en de aap trekken op de een of andere manier teveel aandacht. Deze belangstelling gaat soms zo ver, dat sommige mensen daardoor in de foutieve these van de evolutie gaan geloven. maar eigenlijk betekenen de oppervlakkige overeenkomsten tussen de mens en de aap niets. De neushoord en de neushoorkever hebben ook bepaalde oppervlakkige overeenkomsten maar het zou gek zijn om een soort evolutionistische band tussen hen te zoeken o grond van hun gelijkenis, de een is een insekt en de andere is een zoogdier.
Behalve de oppervlakkige gelijkenis, kan men niet zeggen dat de aap dichter bij de mens staat dan een ander dier. Als men het intelligentieniveau als criterium beschouwt, dan is de honingbij, die prachtige geometrische structiren van de honingraat bouwt of de spin, die een wonder van techniek toepast in het bouwen van het spinnenweb, dichter bij de mens. Zij zijn in sommige aspecten zelfs superieur.
Er is een groot verschil tussen de mens en de aap, ongeacht het enigzins gelijkende uiterlijk. Een aap is een dier en verschilt wat bewustzijnsniveau betreft niet van een paard of een hond. Maar de mens is een bewsut wezen met een sterke wil, die kan denken, spreken, begrijpen, beslissen en oordelen. Dit zijn alle uitingen van het functioneren van de ziel die de mens bezit. De ziel is het belangrijkste verschil, dat de grote kloof tussen de mens en de andere schepselen kenmerkt. Geen enkele fysieke gelijkenis kan deze kloof dichten die tussen de mens en de andere levende wezens bestaat. Inde natuur is het enige levende wezen dat een ziel heeft, de mens.
dit had ik op een andere site gevonden had het zelf niet beter kunnen verwoorden.