Speerwerpen
Speerwerpen is een onderdeel in de atletiek waarbij men een speer zo ver mogelijk moet werpen.
In de 18e eeuw werd de huidige speerwerpsport ontwikkeld door de Scandinaviërs. Deze discipline werd voor het eerst in officiële kampioenschappen opgenomen in 1906 in Engeland. Het werd een officiële olympische discipline voor mannen in 1908 in Londen en in 1932 in Los Angeles voor vrouwen.
De speren werden eerst van hout gemaakt, maar tegenwoordig van metaal of carbon. Metalen speren zijn minder stijf en vang door hun elasticiteit meer energie van de worp op waardoor deze minder ver komen. Carbon speren zijn stijver en vliegen daardoor verder omdat meer energie effectief word omgezet in vluchtafstand. Een niet juiste techniek bij het werpen van een carbon speer zal zijn weerslag direkt hebben op de werper omdat pezen en spieren extremer belast worden dan bij metalen speren. Rond het zwaartepunt is een handvat van koord aangebracht. Een herenspeer is 2,6 tot 2,7 meter lang en weegt 800 gram. Een damesspeer weegt 600 gram en is 2,2 tot 2,3 meter lang.
Toen men in 1984 afstanden wierp van
meer dan 100 meter 
, besloot de IAAF uit veiligheidsoverwegingen om het zwaartepunt van de speer te verleggen, waardoor de geworpen afstanden met 15 tot 20 meter verminderden. Ondertussen werpt men de speer echter regelmatig weer meer dan 90 meter ver. Bij de vrouwen is het model per 1999 gewijzigd. De oude modellen, zowel bij de mannen als bij de vrouwen, hadden steeds betere aerodynamische eigenschappen waardoor ze verder vlogen, maar waardoor het ook steeds vaker gebeurde dat er onenigheid ontstond over de geldigheid van de worp: raakte de punt nu wel of niet als eerste de grond?
De andere drie werpnummers binnen de atletiek (kogelstoten, discuswerpen en kogelslingeren) zijn
rotatieworpen: de werp(st)er staat in een ring van beperkte doorsnee en al draaiend wordt snelheid aan het werptuig gegeven. Bij speerwerpen daarentegen mag in een lijn aangelopen worden, maar de speer moet vóór het eind van de aanloop afgeworpen worden en bovendien mag de werper zelf de afwerplijn niet passeren. Dit maakt dat de techniek van het speerwerpen totaal anders is dan die bij de andere nummers.
De kunst is om de krachtigst mogelijke afworp te combineren met de snelst mogelijke aanloop waarbij ook nog in zo kort mogelijke tijd tot stilstand gekomen moet worden – daar komt dan nog bij dat de speer nauwkeurig onder de goede hoek geworpen moet worden omdat dan de vluchteigenschappen van de speer het best benut worden.
Om een zo groot mogelijk afstand te werpen moet de werper drie component beheersen en mee balanceren: snelheid, techniek en kracht.
[Afbeelding niet meer beschikbaar]
Het werpen van een speer is ruwweg in te delen in de volgende fasen:
- Start
- Aanloop
Het doel is de speer te dragen om de spieren in de rechterschouder, arm en pols(of links voor Ari70) te ontspannen en een makkelijke loopactie te hebben. Ervaren werpers gebruiken 13 tot 17 passen, onervaren werpers minder
- terugtrekken
Het doel is het de opgebouwde snelheid niet te beinvloeden en duurt gemiddeld 2 passen. Bij het begin van deze fase versnelt het hoofd ten opzichte van de speer, waarbij nog steeds vooruit gekeken word.
- Transitie
In deze fase vinden de karakteristieke cross-overs plaats. Hierbij wordt de rechtervoet voor het zwaartekrachtspunt geplaatst, waardoor achterover geleund kan worden. Let op er dient niet geleund te worden maar de rechtervoet moet alleen vooruit geplaatst worden.
- Pre-worp pas
Het positioneren van het lichaam, zodat een goede worp afgeleverd kan worden. De linkervoet gaat naar voren, schouders en heupen zijn in lijn met de worp.
- Worp
Het opvangen/remmen van het linkerbeen zorgt voor een versnellende actie van de rechterheup. De actie in de rechterhelft van het lichaam begint bij het indraaien van de rechtervoet, heup, schouder, arm en als laatste de pols. Dit zorgt voor "zweep" effect.
- Opvangen
De linkervoet blijft over het algemeen vast aan de grond. De rechtervoet stapt door om het lichaam van de werper op te vangen hiervoor is meestal tot ongeveer 2m nodig.
Het wereldrecord voor mannen werd op 25 mei 1996 geworpen door Jan Železný. Legende al bij leven. Hij wierp een afstand van 98,48 meter in Jena (Duitsland)

. Het wereldrecord voor de vrouwen werd op 14 augustus 2005 geworpen door Osleidys Menéndez. Ze wierp een afstand van 71,70 meter in Helsinki (Finland)

.