Ik ga hier met jou geen discussie beginnen over het al dan niet expliciet, impliciet, en sterk of zwak aanhangen van atheïsme. Feit is dat niet geloven in een aardse religie, niet hetzelfde is als uitsluiten dat er iets is na de dood. Jij bekijkt de zaken met de wetenschappelijke middelen die we nu hebben, nog maar zeer kort nadat de mens eigenlijk überhaupt aan ernstige wetenschap is gaan doen. De wetenschap staat in de kinderschoenen en kan ook geen uitsluitsel brengen over iets wat zich bijv. buiten het zichtbare heelal bevindt.
Atheïsme is geen wetenschappelijke theorie, het is een geloof. Jij gelooft dat er helemaal niets is na de dood. Zeg maar identiek hetzelfde als voor je geboren was. Dat klinkt in jouw oren logisch en rationeel, maar het is in geen geval een zekerheid. Alleen als het kadert binnen een bepaalde perceptie van een individu, wat automatisch dus het gevolg is van de beperkte kennis van die individu.
Je kind aanleren wat jij voor jezelf hebt geconcludeerd (op basis van informatie die onvolledig is en geen uitsluitsel kan brengen), is imo indoctrinatie.
Ik heb me helemaal niet uit te spreken over het al dan niet bestaan van één of andere spirituele vorm van leven na de dood. Ik zou enorm arrogant zijn om te durven beweren dat ik alles weet. Ik ben niet eens een wetenschapper, en zelfs als ik wetenschapper zou zijn dan zou ik beseffen dat ik waarschijnlijk nog niet 1% van de universele kennis bezit die er mogelijkerwijs nog te ontdekken is.
Inderdaad, je hersenen en dus je bewustzijn verdwijnt. Daar zijn we het over eens. Maar dat is geen ultiem bewijs, hoe overtuigend het ook klinkt. De mens is wel eerder zéér overtuigt geweest over bepaalde zaken die nadien helemaal anders bleken te zijn.
En bekijk dit niet als een verdediging van religie a.u.b., ik ben nog steeds een sterke aanhanger van het zwakke atheïsme. Maar ik zal nooit de pretentie hebben om mijn kinderen wijs te maken dat wat ik aanhang, de absolute waarheid is die zij ook moeten geloven en aanvaarden.
Wat dat laatste betreft: nee, je moet altijd de waarheid spreken (in de mate van het mogelijke, en op een manier dat je geen onnodige psychische problemen tot stand brengt).