Indexen die bloedrood kleuren, een slachtpartij op de beurzen en grondstoffen- en obligatiemarkten die vermorzeld worden. Als je er de headlines van de afgelopen beursweek op naleest, zou je denken dat Halloween dit jaar wat vroeger valt. Toch bieden de horrortaferelen die we de jongste dagen hebben gezien ook kansen, zeggen de meeste beurswatchers.
Steekvlammen op de beurs
Laten we even de schade van de voorbije week opmeten. Zeggen dat beleggers werden opgeschrikt door hevige turbulentie is een understatement van jewelste. De belangrijkste Europese aandelenmarkten kregen de voorbije week de zwaarste klappen in drie jaar te verwerken. Momenteel noteert de brede Stoxx600-beursgraadmeter ruim 7 procent onder het niveau van begin deze maand. Zonder de stevige rebound van gisteren hadden we op een verlies van meer dan 9 procent gezeten. Ook Brussel moest eraan geloven. De Bel20 verloor in oktober meer dan 7 procent. Dat zet nog maar eens de beurswijsheid in de verf dat als het fout loopt in oktober, het meteen ook grondig fout gaat.
Maar niet alleen de aandelenbeleggers hadden het moeilijk. Zowat alle activaklassen kregen op hun donder: in Londen viel de prijs voor een vat ruwe Brent-Noordzeeolie naar 83,78 dollar. Dat is het laagste peil in vier jaar. Ook andere grondstoffen zoals bijvoorbeeld koper gingen onderuit. Bovendien joeg het nieuws dat Griekenland af wil van het noodplan van Europa en het IMF de obligatiemarkten de stuipen op het lijf. Het vooruitzicht op een nieuwe portie euro-stress joeg niet alleen de rente op Grieks staatspapier de hoogte in, ook de Spaanse en Portugese obligaties kwamen onder zware druk. Verontruste beleggers zochten hun toevlucht in veiliger geacht staatspapier van landen zoals Duitsland of de VS. Ook Belgi wordt tot die club gerekend. Door de vlucht naar veiliger oorden daalde de Belgische tienjaarsrente naar een historisch dieptepunt.
Wat veroorzaakt de verkoopgolf?
De salamicrash van deze week - elke dag werd een plak beurswaarde van de markten gesneden - draait in feite rond een cruciale vraag: komt er weer een wereldwijde groeivertraging of niet? De voorbije twee jaar gingen beleggers er steevast van uit dat dat het economische herstel er hoe dan ook ging komen. De Amerikaanse centrale bank bleef maar geld in de markten pompen en Mario Draghi, de voorzitter van de Europese Centrale Bank hamerde erop dat hij alles zou doen om de eurozone overeind te houden. Dat kon gewoon niet fout lopen, redeneerden de markten.
Maar de jongste tijd was iedereen al heel wat minder zeker van zijn stuk. Sinds begin deze maand ging er geen dag voorbij of we kregen verontrustend nieuws. De Duitse economie die met een spectaculaire groeivertraging kampt, Draghi die plots aarzelt extra stappen te doen om de Europese groei te ondersteunen, en het IMF dat zijn vooruitzichten voor de wereldeconomie verlaagt. Beleggers vroegen zich steeds wanhopiger af of ze niet te veel op de feiten vooruit waren gelopen.
Ook deze week werden we getrakteerd op nog maar eens portie slechte berichten, vult econome Anna Stupnytska van de Amerikaanse fondsengigant Fidelity aan. Wijst de kelderende olieprijs niet op een lagere economische groei? Is de Europese Centrale Bank haar geloofwaardigheid niet aan het verliezen in haar aanpak van de crisis? Kunnen de zwakkere Europese cijfers de Amerikaanse economie niet aantasten? Al die vragen samen hebben tot de perfecte storm geleid die je deze week op de beurzen zag.
Moeten we naar de exit hollen?
Ondanks de slechtnieuwsshow van de voorbije dagen is er volgens strategen en economen geen reden tot paniek. Het gaat inderdaad niet goed met de Europese economie. Maar dat weten we al langer dan vandaag, merkt Luc Aben op, de hoofdeconoom van Van Lanschot Bankiers. Bovendien zijn aandelen nog lang niet zo schreeuwerig duur als in het begin van de jaren 2000. En als je doorheen alle volatiliteit kijkt, merk je dat het economische klimaat zeker niet dramatisch slecht is.
Stupnytska zit op dezelfde golflengte. Kijk gewoon naar de cijfers: die rechtvaardigen de recente duik van de markten niet. Voor de Amerikaanse economie zien de voorlopende indicatoren er nog altijd vrij goed uit. Het klopt natuurlijk wel dat we deze week enkele tegenvallende data uit de VS voorgeschoteld kregen. Maar beleggers lijken te vergeten dat die indicatoren wel al op heel hoge niveaus stonden. Europa heeft het wel moeilijker. Maar ik denk niet dat we in een recessie terechtkomen. De lagere rente en de goedkopere euro zullen de bedrijven hier een duw in de rug geven. Tel daar de steunmaatregelen van de ECB bij - ook al bestaat daar veel onduidelijkheid over- en de kans is heel groot dat we rond de jaarwisseling een economische ommekeer en een hogere inflatie zien.
Kan deze brand worden geblust?
Goed, beleggers moeten dus nog niet wanhopen. Maar dat betekent nog niet dat de rust daarmee heel snel zal weerkeren op de financile markten. We zullen wellicht nog een poos met hevige koersschommelingen moeten leven, is de boodschap. De ebola-crisis en de spanningen in Oekrane en het Midden-Oosten geven de beleggers tegenwoordig het gevoel dat de wereld in brand staat. Reken daar de makkere economische groei bij en je begrijpt meteen waarom de volatiliteit op de beurs nog niet onmiddellijk weg is, zegt Jan Bronselaer, de hoofdeconoom van Delta Lloyd Bank.
Luc Aben van Van Lanschot is dezelfde mening toegedaan. De kans bestaat dat we de markten nog even alle richtingen zullen zien uitschieten. Abnormaal is dat niet: de VIX- en de VDAXindexen, zeg maar de angstbarometers van de beurs, wijzen al een tijdje op zwaar weer. En omdat het resultatenseizoen nog niet op volle toeren loopt, moeten we nog even wachten op katalysatoren die op de beurs tot een herstelbeweging kunnen leiden.
We geloven niet dat we in een berenmarkt belanden, zegt Stupnytska van Fidelity. Volgens ons zitten we nog altijd op het juiste spoor naar economisch herstel. En vergeet niet dat een deel van de koersdalingen van de voorbije dagen ook een technische oorzaak had. Veel professionele investeerders, zoals hefboomfondsen, maakten van de beurszwakte gebruik om enkele van hun posities in aandelen af te bouwen. Dat veroorzaakte een sneeuwbaleffect op de markten.
Om zeker te zijn dat die negatieve spiraal wordt doorbroken, zullen de centrale banken wel nog duidelijk moeten maken dat ze effectief alles in het werk zullen stellen om de economie te ondersteunen, merkt Stupnytska op. Zeker ECB-voorzitter Draghi heeft op dat vlak nog werk, want de markten zijn hun vertrouwen in hem aan het verliezen. Het mag inderdaad niet meer te lang duren, vindt ook Bronselaer. Anders gaat de onzekerheid op de beurzen zich alsnog in zwakkere groei en tegenvallende bedrijfsresultaten vertalen.
Biedt dit kansen voor beleggers?
Als je geschoren wordt, moet je blijven zitten, luidt het clich. Anders gezegd: begin niet blindelings al je aandelen buiten te gooien als een verkoopgolf over de markten rolt. Dat clich klopt ook vandaag, maar ik zou het anders formuleren, zegt Aben. Ik zou eerder durven te zeggen dat je nu op vinkentouw moet liggen om op mogelijke koopkansen in te spelen. Het is wel nog even wachten op een katalysator die de koersen weer hoger kan sturen. Dat kan van alles zijn: Berlijn dat zijn begroting aanpast om de economie weer aan te zwengelen, of Europese bedrijfsresultaten die beter blijken dan verwacht.
Ook Bronselaer en Stupnytska beschouwen de koersdalingen van de voorbije dagen veeleer als een koopgelegenheid. Op iets langere termijn gaan we nog altijd uit van een scenario waarbij de wereldeconomie een bescheiden groei kent terwijl de inflatie laag blijft. De centrale banken moeten dus maatregelen blijven nemen om die groei op peil te houden en een verdere terugval van de inflatie te vermijden. Voor aandelen is dat een gunstige omgeving. Producenten van verbruiksgoederen (denk aan de Unilevers en de Procter & Gambles van deze wereld, red.) en cyclische aandelen kunnen het nog goed doen in dit klimaat.
Jan Bronselaer van Delta Lloyd ziet wel iets in financile waarden. Die noteren vandaag tegen hun boekwaarde en zijn dus aantrekkelijk geprijsd. Als de Europese Centrale Bank de stresstests voor de sector tot een geloofwaardig einde kan brengen, kan dat een kantelpunt vormen. Niet alleen voor de financile aandelen trouwens, ook voor de rest van de aandelenmarkten. De meer conjunctuurgevoelige (cyclische) effecten kunnen daar ook van genieten. Maar beleggers moeten wel beseffen dat we nog altijd in een wereld met een lage economische groei leven, en dat de risicos hier dus groter zijn.
Dat is meteen ook de reden waarom Aben van Van Lanschot nog altijd de meer defensieve aandelen verkiest. Die bieden vaak nog altijd een rendement van 5 tot 6 procent. Maar je moet wel selectief te werk gaan. Kies bijvoorbeeld voor ondernemingen die weinig schulden torsen. Als de rente weer de hoogte ingaat, kunnen zijn overeind blijven.
Kuuuppppeeeeuhhhh