In de trainingsleer van vroeger zorgde supercompensatie voor hypertrofie of andere aanpassingen. Voor supercompensatie is de juiste trainingsprikkel noodzakelijk. Doms is een heel ander mechanisme en zegt helemaal niets over de juiste trainingsprikkel.
In de huidige trainingsleer is er een consensus dat de combinatie mechanische tensie/metabole stress de
primaire factoren zijn, die de trainingsprikkels voor hypertrofie bepalen. (De magnitude van deze factoren wordt op zich weer bepaald door trainings-intensiteit, volume en frequentie)
DOMS is daarbij slechts een
bijverschijnsel, dus geen directe indicator voor de causale relatie tussen trainingsprikkels en hypertrofie.
D.i. het zegt inderdaad weinig tot niets over de "juistheid" van de trainingsprikkel.
Observaties die deze stelling ondersteunen, zijn o.a. dat:
- Spiergroepen kunnen groeien als "kool" zonder dat er ooit DOMS worden ervaren.
- Allerlei activiteiten anders dan intensieve weerstandstraining tot hevige DOMS kunnen leiden.
(Denk aan langdurige stretching bijvoorbeeld.)
De vroegere rationale m.b.t inspanning, herstel en supercompensatie bestaat overigens nog steeds, het principe erachter is ongewijzigd.
Alleen is men er wel meer achter gekomen, dat de leidende processen complexer en genuanceerder zijn dan aanvankelijk gedacht.