De Britten vierden vorige week Freedom Day, het einde van alle coronamaatregelen. Het journaal bracht feestende jongeren in beeld, gevolgd door een onheilspellende opmerking over oplopende besmettingscijfers: 50.000, een van de hoogste aantallen nieuwe infecties ter wereld. Afgetopt met een amateuristisch filmpje van Boris Johnson die het volk vanuit quarantaine toespraak. Een premier die eruitziet als een clown, en zich negen van de tien keer ook zo gedraagt. De boodschap was duidelijk: bij ons loopt het niet lekker, maar die Britten zijn nog veel stommer bezig.
De gretigheid waarmee veel Nederlandse media vanFreedom Day een karikatuur maakten, viel me op. Alsof het einde van de afstandsregels niet meer veranderde dan de heropening van drukke kroegen en discotheken. Waarom geen beelden van ouderen die hun kleinkinderen weer mochten knuffelen, werknemers die bevrijd werden van hun muffe zolderkamer of mensen in de cultuursector die hun vak weer konden oppakken? Wellicht omdat het ons zou herinneren aan de pijnlijke vraag: wanneer is het bij ons eigenlijk Freedom Day?
Het is voor onze rechtsstaat cruciaal dat we bepalen wanneer er een einde komt aan de coronacratie waarin we nu leven: de uitzonderlijke periode waarin de overheid extreem veel macht heeft als gevolg van de pandemie. Zowel over onze persoonlijke levens, als over de economie. Een overheid die met één pennenstreek een hele sector op slot kan gooien of bepalen dat burgers hun deur niet meer uit mogen. Het voelt na 1,5 jaar misschien als normaal, maar het is een heel ongezonde situatie.
Wanneer de macht bij een zeer select groepje mensen komt te liggen, leidt dat al snel tot beslissingen die berusten op persoonlijke voorkeuren. En daarmee willekeur. Zoals Schiphol open, theaters dicht. Of: de festivals afgelasten, zodat de toerismesector door kan draaien.
Ik ben niet eens uit op een einddatum, daar zijn we al zo vaak de mist mee ingegaan, maar wel een einddoel. Eerst leek dat het beschermen van ouderen en kwetsbaren. Toen die eenmaal een prik hadden, ging het om het openhouden van de zorg. En nu dat geen probleem meer is, draait het allemaal om het aantal besmettingen.
Johnson perkte maandag zijn eigen macht weer in, omdat alle Britse volwassenen de kans hebben gehad om zich te vaccineren. Ze zijn daarmee beschermd tegen ernstige ziekte en ziekenhuisopname. Niet voor 100 procent, maar de overheid kan net zo min garanderen dat burgers gevrijwaard blijven van kanker, auto-ongelukken of hartaanvallen en daardoor in het ziekenhuis belanden.
Het lijkt er in Nederland echter op dat de politiek haar nieuwe bevoegdheden pas wil opgeven als de laatste besmetting een feit is. Terwijl virologen zeggen dat we daar voorlopig niet op hoeven te rekenen. Het is belangrijk dat de controleurs van de macht, zoals de Tweede Kamer en de media, dit als een serieus risico gaan zien, in plaats van als wappiegeneuzel.
Natuurlijk begrijp ik best dat de beelden van feestende jongeren sommige mensen zorgen baren. Maar zelf vind ik een overheid met te veel macht veel beangstigender.