Antigeentest minder nauwkeurig
Bij het Testen voor Toegang werd gebruikgemaakt van antigeentests. Dat is een andere test dan de PCR-test, die de GGD veel gebruikt en nauwkeuriger is. De PCR-test registreert eerder wanneer iemand besmettelijk is dan de antigeentest. Testen met een antigeentest kan dus betekenen dat iemand negatief getest is, maar wel degelijk besmettelijk is.
Uit een in maart gepubliceerde analyse van vijftig onderzoeken bleek dat zo'n 60 procent (minimaal 40 procent, maximaal 74 procent) van de mensen zonder klachten die met een PCR-test positief testten, ook positief testte met een antigeentest. En dus zo'n 40 procent negatief, terwijl ze wél met het coronavirus besmet waren.
De afgelopen drie weken lieten ruim 600.000 mensen zich testen in het kader van Testen voor Toegang. Wie positief testte, kreeg geen testbewijs en mocht dus niet naar een discotheek, maar wie negatief testte, mocht dat uiteraard wel. Van die 600.000 testten er ruim 4.500 positief.
Maar omdat de antigeentest een deel van de besmettingen mist, zijn er ook mensen de dansvloer op gegaan terwijl ze besmettelijk waren. Omdat het om zulke grote aantallen gaat, kan ook het aantal onterecht negatief geteste mensen groot zijn.
Eerder waarschuwde het Outbreak Management Team (OMT) al voor het creëren van die "schijnveiligheid". Zeker als op grote schaal gebruik wordt gemaakt van antigeentests - zoals met Testen voor Toegang is gebeurd - kan dat leiden tot een flinke stijging van het aantal besmettingen. Dat er dus een risico zat aan het openen van de nachthoreca, moet voor het OMT niet nieuw zijn geweest.
Link van nu.nl, maar
NOS bevestigd hea