Nu komt Hans Jansen met zijn provocerende boek waarvan de titel spreekt over varkens en apen: Islam voor varkens, apen, ezels en andere beesten. Het gaat terug op de niet zo eenvoudige tekst uit de Koran 5:60, waar tegen de mensen van het boek gezegd wordt dat ze niet wraakzuchtig moeten zijn jegens de moslims die immers geloven in wat nu en vroeger is geopenbaard. Deze mensen van het boek – hier waarschijnlijk joden - zijn volgens de Koran heel goed op de hoogte van Gods openbaring. Als waarschuwing aan hen zegt de Koran dat Gods vervloeking ook hen kan treffen en hen tot varkens en apen kan maken. Waarschijnlijk refereert de Koran hier aan een episode die vrijwel niemand bekend is, ook Hans Jansen niet, en waarbij het gaat om de Torenbouwers van Babel. Volgens de joodse uitleg (Babylonische Talmoed Sanhedrin 109a) worden ze voor straf in apen veranderd, hetgeen de gelijkenis van apen met mensen moet verklaren. Ook kent de Koran het verhaal van iemand die de sabbat heeft overtreden en in een aap wordt veranderd.
Welnu, wat is nu een mogelijke betekenis van dit alles in de Koran? Kennelijk is de context die van joden die de moslims of Mohammed niet serieus willen nemen. Zij krijgen te horen dat als ze hun eigen voorschriften, zoals de sabbat niet houden, het verdienen om in apen te worden veranderd. De Koran beschuldigt de “mensen van het boek” ervan dat ze zijn afgedwaald van de juiste weg die God hun (al vóór de Koran!) heeft gegeven. Geen fijnzinnig gesprek, dat is waar, maar het heeft niets te maken met een categorische veroordeling van alle ‘heidenen’ of ‘andersdenkenden’ als varkens en apen! De titel van Hans Jansens boek appelleert dan ook aan angsten en beeldvorming, mede gevoed door gebrek aan kennis, waarmee de islam als zodanig in de beklaagdenbank wordt gezet. Jansen zal ongetwijfeld fundamentalisten kunnen vinden die inderdaad alle niet-moslims met apen gelijkstellen (wat de Koran niet doet). Zoals we gezien hebben komen dergelijke figuren in de geschiedenis van de religies overal voor, in het christendom niet op de laatste plaats. Maar als je een boek met die titel uitgeeft, lees je de Koran op dezelfde fundamentalistische manier – al is het om fundamentalisten aan de kaak te stellen. Daarom is het beneden alle peil om een boek met die titel uit te geven. Ook blijkt uit het bovenstaande wel dat het niet louter retoriek is om in dit verband te wijzen op de geschiedenis van het antisemitisme, zoals Harrie de Winter heeft gedaan in zijn advertentie. Ook in het antisemitisme was het doel om met uit hun verband gerukte teksten een verguizing van de religie , i.c. het jodendom te bewerken. Het gaat de heer Jansen kortom in dit boek niet om wetenschap, maar om een bedenkelijke stemmingmakerij.