Synecdoche, New York
Regie en scenario: Charlie Kaufman
Met: Philip Seymour Hoffman, Samantha Morton, Catherine Keener, Hope Davis e.a.
124 min. / USA / 2008
Het is schijnbaar een vruchtbare periode voor scenaristen die het ook als regisseur proberen waar te maken. Guillermo Arriaga rukt zich lost van Alejandro González Iñárittu met ‘The Burning Plain' (met matige resultaten) en onze favoriete weirdo, Charlie Kaufman, de man die van zijn twijfels en neuroses zijn muze heeft weten te maken, komt aandraven met ‘Synecdoche, New York'. Niemand die ‘Being John Malkovich', ‘Adaptation' of ‘Eternal Sunshine of the Spotless Mind' heeft gezien kan ooit iets normaals verwacht hebben van Kaufmans regiedebuut, maar er is, vrees ik, geen enkele recensie die ooit afdoende zal kunnen uitdrukken hoe bizar en ontoegankelijk ‘Synecdoche' is geworden. Zonder de afremmende invloed van een regisseur als Michel Gondry of Spike Jonze, heeft Kaufman hier ongegeneerd al zijn duivels losgelaten. De man had carte blanche om zo ver te gaan als hij wilde met surreële verhaallijnen en geflipte personages, en het resultaat is een film die ofwel geniaal is, ofwel onvoorstelbaar, walgelijk slecht. Het zegt veel over mijn persoonlijke verwarring dat ik zelf niet kan kiezen tussen de twee.
Philip Seymour Hoffman speelt Caden Cotard, een theaterregisseur en ernstig kandidaat voor de titel van meest gefrustreerde mens op aarde. Hij moet tegen zijn zin een productie van ‘Death of a Salesman' op poten zetten die niets voor hem betekent, zijn vrouw Adele (Catherine Keener) geeft grofweg toe dat ze wel eens fantaseert over zijn dood, zijn dochtertje Olive zeurt hem de oren van het hoofd en hij lijdt aan een hele encyclopedie aan (reële en/of ingebeelde) ziektes. Zijn enige pleziertje is af en toe te flirten met Hazel (Samantha Morton), de kassierster van zijn theatergebouw. Wanneer Caden echter onverwacht een omvangrijke werkbeurs krijgt, ziet hij zijn kans schoon om zijn gedroomde artistieke project te realiseren. In een gigantische loods ergens in New York begint hij een life size model te creëren van de buitenwereld en hij huurt acteurs in om de inwoners van die stad te spelen. Op die manier wilt hij zijn publiek een spiegel voorhouden: een exacte replica van New York, eerlijk en authentiek, met alle mensen die er wonen. Zijn project groeit echter al snel boven zijn hoofd uit, en voor hij het weet begint hij loodsen te maken binnen de loods: na een tijdje lopen er acteurs rond die de acteurs spelen die de acteurs spelen die de echte New Yorkers in de buitenwereld nabootsen. Caden krijgt het steeds moeilijker om realiteit en fictie te onderscheiden, en ook tijdlijnen worden al gauw erg wazig.
Die samenvatting klinkt misschien complex, maar geloof me, het is een waanzinnige vereenvoudiging van wat je op het scherm te zien krijgt. Tijdens het eerste half uur verloopt ‘Synecdoche' nog relatief normaal, met het verslag van Cadens pathetische leventje. Daarna wordt het eerste voorbeeld van absolute gekkigheid geïntroduceerd, wanneer Samantha Morton een huis koopt dat continu in brand staat (ik verzin niets). En van daar gaat het steeds maar verder: de film springt op onverklaarbare wijze tussen de jaren (van de ene scène op de andere zijn er tien jaar gepasseerd, zonder dat we daar als publiek op worden voorbereid), en ook fysieke kenmerken van de personages zijn (allicht bewust) geheel inconsequent. Caden heeft in één scène last van puisten in z'n gezicht. In de volgende scène zijn ze verdwenen. Een litteken dat hij aan het begin van de film oploopt, komt en gaat en zijn haarkleur switcht vrolijk tussen rossig en grijs.
Aanvankelijk kun je als kijker nog grotendeels volgen en ben je bereid om mee te gaan in de (ontegensprekelijk enorm creatieve) waanzin van Kaufman. Maar dan, ergens halverwege, raakt de schrijver-regisseur de teugels kwijt. Of misschien ook niet, misschien weet Kaufman ten alle tijden perfect waar hij mee bezig is, maar is hij na dat punt niet meer in staat om het ook over te brengen op zijn publiek. In ieder geval, er kwam een moment waarop ik (en ik vermoed zeer velen met mij), net als Caden verloren begonnen te lopen in het doolhof van ‘Synecdoche', waarin je nooit weet wat echt is en wat fantasie, of in welk niveau van de loodsen je je ergens bevindt.
Centraal in ‘Synecdoche, New York' staat het idee van de mise-en-abyme (ja hoor, hier ben ik weer met m'n pretentieuze termen): je ziet een schilderij van een kamer. In die kamer hangt ook een schilderij aan de muur, van dezelfde kamer. Waarin ook weer een schilderij hangt van diezelfde kamer. En daarin hangt ook weer een schilderij. En zo door, tot in het oneindige. Caden structureert zijn toneelstuk op dezelfde manier (net zoals, niet te vergeten, Kaufman ook zijn film structureert): in een loods bouwt hij de werkelijkheid na. Maar dat wilt zeggen dat er in die loods ook een loods moet staan. En daarin nog een. En daarin nog een. Tot in het oneindige. Op die manier raakt hij verstrikt in een eindeloos creatieproces, met imitaties van imitaties van imitaties van de werkelijkheid. Zijn uiteindelijk doel - de realiteit tonen zoals ze is - raakt daarbij steeds verder weg. Vooral ook omdat hij er op die manier nooit in slaagt om zijn werk aan een publiek te tonen of zelfs maar een titel te geven.
Die thematiek is verwant aan die van ‘Adaptation': we krijgen een kunstenaar die worstelt met zijn creatief proces, totdat hij uiteindelijk geen onderscheid meer kan maken tussen zichzelf en hetgeen hij creëert. Maar ‘Synecdoche' gaat nog eens honderd stappen verder, en suggereert onder andere ook dat de verschillende lagen van werkelijkheid (de loodsen in de loodsen in de loodsen) ook binnenin mensen bestaat: elk mens is wie hij is, maar hij is ook de mensen uit zijn omgeving (want die beïnvloeden hem), hij is ook zijn werk, zijn hobby's en ga zo maar door. Een persoon is volgens Charlie Kaufman geen afgezonderd, individueel wezen, maar een serie invloeden, gedachten, gevoelens en neuroses. Ofwel: loodsen binnenin loodsen binnenin loodsen. De vraag is of je er ooit wel je weg uit vindt.
En dat is ook de vraag bij de film. De ideeën die Kaufman aandraagt, zijn absoluut indringend en er zitten briljante momenten in ‘Synecdoche', maar ondertussen heb je ook continu de indruk dat hier een regisseur aan het werk is die vastbesloten is om zichzelf niets te ontzeggen. Niemand remt Kaufman af, wat een film oplevert die pakweg 99 procent van het publiek op een bepaald moment zal moeten lossen. Er komt een punt waarop de spielerei van de regisseur ophoudt leuk te zijn, en gewoon terminaal verwarrend wordt. Thema's duiken op, en heel af en toe krijg je de indruk dat je het allemaal door hebt, om vervolgens weer geconfronteerd te worden met een zoveelste van de pot gerukte scène die al je theorieën op losse schroeven zet.
De acteurs moeten een immens vertrouwen hebben gehad in Kaufman om zich hieraan over te geven (je gaat me niet vertellen dat ze dit script gelezen hebben en meteen begrepen waar hij naartoe wilde). Philip Seymour Hoffman is waarschijnlijk de beste acteur die er momenteel in Amerika rondloopt, en ook al wordt zijn personage nooit echt duidelijk in de traditionele zin van het woord, Hoffman geeft hem toch erg veel menselijkheid mee. Catherine Keener is een oudgediende van Kaufman, met ‘Being John Malkovich', en is zoals altijd moeiteloos grappig. Samantha Morton gooit haar saaie imago overboord met een schattige rol als verliefde kassierster. Je kunt als kijker nooit zeker zijn wie al die personages precies zijn (en of ze wel echt bestaan), maar de acteurs weten je toch een heel eind mee te slepen.
Is ‘Synecdoche, New York' een meesterwerk of pretentieuze troep? Geen flauw idee, maar ik ben sinds David Lynch's ‘Inland Empire' niet meer zo verward en geïntrigeerd een cinema buiten gelopen. Dat moet toch al iets willen zeggen, of niet?
Door Dennis Van Dessel 14/10/2008
http://www.digg.be/movie.php?id=1847