Waarom aanvaarden we wetenschap al dé methode om kennis te verwerven ? Omdat het ons betrouwbare kennis oplevert ? Waarom verkiezen we betrouwbaarheid boven onbetrouwbaarheid ? Rechtvaardigt betrouwbaarheid zichzelf ? Is het omdat betrouwbaarheid voorspellingen kan maken ? Waarom verkiezen we voorspellingen boven zaken die we niet kunnen voorspellen ? Omdat voorspellingen adaptiever zijn (lees: als survival value) ? Is adaptatie nu criteria geworden wat goede, juiste kennis inhoudt ?
Betrouwbaarheid, validiteit, emprie, conceptueel stringentie, consistentie ... allemaal criteria die we aannemen voor het beoordelen van een theorie die niet noodzakelijk waar hoeft te zijn.
Als je betrouwbaarheid niet als criteria neemt, dan dondert de ganse wetenschapsonderneming in elkaar. Wordt dat ooit in vraag gesteld ? Wordt consistentie ooit in vraag gesteld ? Wordt er daar wel uitvoerig over nagedacht ? (dan bedoel ik niet hier en daar wat filosofen)
Laatst bewerkt:

!!!) en daarmee alles op één hoop te gooien is wat erg makkelijk he? 
)
