Gas in de darmen komt van exogene bronnen (90 %, ingeslikt) en endogene bronnen (10 %, in de darmen geproduceerd). Endogene gassen worden geproduceerd als bijproduct bij het verteren van bepaalde soorten voedsel. Winderigheidproducerend voedsel is vaak hoog in oligo- en polysachariden (specifieke koolhydraten als inuline), en ook bonen (raffinose), melk (lactose), uien, zoete aardappelen (inuline), citrusschillen, broccoli, kool, aardperen (inuline), pruimen (sorbitol) enzovoort.
Het gas dat veroorzaakt wordt door het consumeren van deze producten, ontstaat doordat deze koolhydraten niet verteren in de dunne darm en dan als voedsel dienen voor bacteriën in de dikke darm (fermentatie), die op hun beurt veel gas produceren. Vooral bacteriën uit het geslacht Clostridium produceren veel gassen.
Bij mensen met een lactose-intolerantie (de meeste niet-Europeanen), die melk of voedsel met lactose consumeren, fermenteren bacteriën de lactose en dit kan de oorzaak zijn van grote gasproductie.
Veel onderzoek naar de productie van darmgassen werd gedaan naar aanleiding van het vliegen op grote hoogte, ruimtevluchten waar men zich blootstelt aan verlaagde atmosferische druk, en waar beperkte ruimte beschikbaar is, en stresssituaties aanwezig zijn.